‘Fin-de-Siècle moet weg, geen moderne kunst naar Citroën’

Het Fin-de-Sièclemuseum moet weg uit het gebouw van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten. En de collectie moderne kunst van het KMSKB gaat niet naar de Citroëngarage. Dat heeft staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Elke Sleurs (N-VA) beslist.

De collectie Moderne Kunst mag niet naar de Citroëngarage van Elke Sleurs. (© Peter Forret)

In de beleidsnota die ze vandaag dinsdag in de Commissie Wetenschapsbeleid van de Kamer voorstelt, formuleert federaal staatssecretaris Elke Sleurs het voorzichtig. “Het regeerakkoord vermeldt het volgende: ‘Renovatie en instandhouding van de huidige waardevolle infrastructuren hebben prioriteit ten opzichte van nieuwe initiatieven.’ […] Daarom wordt onderzocht hoe de collectie moderne kunst van de KMSKB weer in het eigen gebouw (in de Regentschapsstraat, red.) kan worden geïntegreerd”.

In De Standaard dinsdag luidt het krachtiger. De collectie van het Fin-de-Sièclemuseum moet weg uit het gebouw van de KMSKB. In de plaats moet de collectie moderne en hedendaagse kunst er opnieuw worden tentoongesteld. Die collectie gaat dus niet naar het Citroëngebouw. Het kabinet van Elke Sleurs bevestigt dit aan brusselnieuws.be.

‘Museum niet op basis van voorkeuren van directeur’
“Het gebouw aan de Regentschapsstraat is ontworpen om er het museum voor moderne kunst in onder te brengen”, zegt Sleurs’ woordvoerder Luc Demullier. “De collectie van het Fin-de-Sièclemuseum moet dan maar elders onderdak krijgen. De invulling van de KMSKB moet gebeuren op basis van museale criteria, niet op basis van de voorkeuren van de directeur”, zegt Demullier.

Hij verwijst daarmee naar Michel Draguet, directeur van de KMSKB. Die speelde een voortrekkersrol in de deal waarbij het Brussels Gewest de art-nouveaucollectie van de familie Gillon-Crowet kreeg ter betaling van de successierechten. Die werd toen geschat – volgens de N-VA overschat – op 22 miljoen euro. De art-nouveaucollectie van de familie Gillon-Crowet is maar een deel – een belangrijk deel weliswaar – van het Fin-de-Sièclemuseum. Er zijn ook stukken afkomstig uit de collectie van de Musea voor Schone Kunsten zelf, uit de Koninklijke Bibliotheek, uit het Jubelparkmuseum en uit de collecties van de Muntschouwburg.

De collectie Gillon-Crowet van het Gewest hoort niet thuis in een gebouw van de federale overheid, luidt Sleurs’ redenering. Bovendien kan op die manier de collectie oude en moderne kunst in één gebouw worden herenigd, en krijgt de bezoeker een algemeen overzicht van de kunststromingen.

De verhuisoperatie, die als het van Sleurs afhangt al in 2015 zou mogen gebeuren, houdt dus ook in dat de collectie moderne kunst van de KMSKB niet naar het Citroëngebouw aan de Sainctelettesquare komt. Het Brusselse Gewest, en meer bepaald minister-president Rudi Vervoort (PS), kondigde vóór de verkiezingen aan dat daar een nieuw museum voor moderne en hedendaagse kunst zou komen, met de collectie moderne kunst van de KMSKB. Die vlieger gaat dus niet op.

Maar het Gewest geeft het plan om kunst onder te brengen in het Citroëngebouw nog niet op. Brussel onderhandelt daarover met andere partners. De collectie van de Belfiusbank is een mogelijke piste.

KMSKB: ‘Geen contact gehad met Sleurs’
Bij het KMSKB valt de door Elke Sleurs aangekondigde sluiting van het Fin-de-Sièclemuseum als een donderslag bij heldere hemel. “Staatssecretaris Elke Sleurs heeft geen enkel contact gehad met ons over haar plannen”, zegt de persattaché van het museum.

 

http://www.brusselnieuws.be/nl/nieuws/fin-de-siecle-moet-weg-geen-moderne-kunst-naar-citroen

Eric Vancoppenolle. © brusselnieuws.be.  09/12/2014

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Brusselnieuws, Pers en media

‘Museum in Citroëngarage wordt duizelingwekkend duur’

‘Renoveer eerst de bestaande musea in Brussel vooraleer miljoenen te pompen in een nieuw museum voor moderne kunst. Dat kan onderdak krijgen in het Museum voor Schone Kunsten.’ Dat zegt Werner Adriaenssens van het Jubelparkmuseum.

De Citroëngarage aan het kanaal. (© Brussel Bad)

Onder de titel ‘Een garage is geen museum’ trekt Adriaenssens van leer tegen het plan van het Brussels Gewest om het museum voor moderne en hedendaagse kunst in de Citroëngarage aan de Sainctelettesquare te vestigen. Hij is conservator in het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis (KMKG) en docent kunstwetenschappen aan de VUB.

Eerste reden is dat men een garage niet zomaar verandert in een museum, tenzij er een duizelingwekkende investering komt voor klimaatregeling en isolatie.

Een andere fundamentele reden is dat bij de bestaande federale kunstmusea in Brussel – het KMSKB en het KMKG – de nood aan renovatie van het gebouw zeer hoog is. Volgens Adriaenssens is er in het gebouw van Schone Kunsten meer dan plaats genoeg om het museum in te herbergen.

De discussie rond het museum voor moderne kunst is actueel sinds de sluiting van de begin 2011 van de afdeling moderne kunst van het KMSKB door directeur Michel Draguet.

Adriaenssens vindt het stuitend dat de discussie enkel gaat over de keuze van een gebouw, terwijl het museale aspect niet aan bod komt. Hij stelt ook “profileringsdrang en gebrek aan kennis” vast bij politici. Hij verwijst naar Vlaams parlementslid voor Brussel Yamila Idrissi (SP.A) die voor de Ninoofsepoort opteert als stedelijk project en minister-president Rudi Vervoort (PS) en ‘zijn’ Citroëngarage. En dan is er nog Michel Draguet die voor een nieuw museum pleit in het Jubelpark.

© brusselnieuws.be, Brussel-Stad, 01/12/2014

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actualiteit, Brusselnieuws, De Standaard, Non classé, Pers en media

Wat als de Citroëngarage zwaar vervuild is?

De Brusselse Citroënsite, waar het nieuwe museum voor hedendaagse kunst zou komen, is op sommige plaatsen zwaar vervuild. Dat blijkt uit bodemonderzoek van Leefmilieu Brussel.

De huidige bewindvoerders lijken daar heel andere ideeën over te hebben. Enkele volksvertegenwoordigers van N-VA vinden dat de collecties in het Museum voor Schone Kunsten geëxposeerd moeten worden. Minister Didier Reynders (MR), bevoegd voor Beliris, zei dat hij geen weet heeft van een solide plan voor de Citroënsite.

Stilzwijgen

Maar het Brussels Gewest en Citroën zeggen nu dicht bij een verkoopovereenkomst te staan. Beide partijen hullen zich unisono in stilzwijgen. Ze geven geen informatie over de opdeling van de site, en evenmin over de verbouwingen om een museum in te richten.

Nu blijkt er nog een complicatie op te duiken. Thomas Stroobants, die met een team van het Centrum Raymond Lemaire (KU Leuven) maanden onderzoek deed in dit patrimonium uit 1934, zegt dat de afwatering vroeger tussen de betonplaten wegliep. In een oude stookinstallatie werden duizenden liters olie verbrand. ‘Het is niet denkbeeldig dat er olie en benzine in de grond zit’, besluit hij.

Die hypothese blijkt te kloppen. Uit de perceelkaart van het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM) is te zien dat de site in drie stukken is opgesplitst. Die zijn in mindere of meerdere mate vervuild.

‘Op basis van recente grondwater- en bodemstalen hebben we de verontreinigingen precies kunnen afbakenen’, zegt Wannes Van Aken (BIM), die het onderzoek opvolgde. ‘Daaruit leiden we af dat er een redelijk zware vervuilingshistoriek op de site is.’

De zwaarste verontreiniging situeert zich achteraan op de site. ‘In de stroken naast het Kanaal is indertijd afvalmateriaal aangevoerd om de drassige ondergrond op te vullen’, zegt Van Aken. ‘Daarin hebben we PAK’s aangetroffen, waarvan we het risico nog moeten taxeren.’

PAK’s zijn koolstofdragende materialen die gevormd worden bij de vergassing van kolen of het verstoken van brandstof. Ook sigarettenrook valt eronder. Ze zouden kankerverwekkend zijn.

‘In de garagewerkplaats, waar het onderhoud van de wagens plaatsvond, zijn zones verontreinigd door olie en benzine’, zegt Van Aken. ‘Het gedeelte van voor 1993 wordt beschouwd als historische verontreiniging. Wat later komt, valt onder de verantwoordelijkheid van Citroën.’

Als er nieuwe activiteiten komen in de genoemde zones, staat Citroën in voor de bodemsanering.

‘Op het terrein is er ten slotte nog een zone waar een tankstation werd geëxploiteerd’, zegt Van Aken. ‘Het onderzoek en de sanering van die plek is voor rekening van het bodemsaneringsfonds Bofas. Dat is een vzw die gefinancierd wordt door de petroleumsector en door de verbruiker aan de pomp.’

Vastgoed

Wat is het gevolg van de bodemvervuiling? Van Aken: ‘Vervuilde bodems leggen niet noodzakelijk een hypotheek op toekomstige toepassingen. Als er risicozones bij zijn, is er bij nieuwe activiteiten een bodemsanering nodig. Dat kan door de bovenste aardlagen af te graven of installaties op het terrein te zetten.’

Er komen twee nieuwe activiteiten. Het Brussels Gewest schat dat het zowat 15.000 vierkante meter nodig heeft om een museum in te richten. Die ruimte krijgt het van Citroën, dat in ruil achteraan op de site een vastgoedproject mag ontwikkelen.

Voor de immense site is ooit een dossier opgestart om het te beschermen als monument. Dat is echter stopgezet om flexibel te kunnen omspringen met toekomstige projecten.

‘Het gebouw is historisch waardevol’, zegt Thomas Stroobants. ‘Langs buiten oogt het modernistisch, maar binnenin is het uitzonderlijk industrieel erfgoed. Binnen het type van de autogarages is het uniek. Er bestaan wel realisaties in beton, maar zoals in Brussel, met opstaand gevelglas en dakglas in fijne staalstructuren, wordt er niet meer gebouwd.’

Bij het publiek is de vitrinegevel langs de Sainctelettesquare het best bekend, maar Stroobants ziet vooral in het garagegedeelte grote waarde. ‘Er is een ingenieus systeem van twee kruisende overdekte straten. De hellende vlakken vormen een lange promenade. Het omringende glas biedt een panorama over heel de Kanaalzone. Het zou zonde zijn dit waardevol patrimonium af te breken zonder dat er een debat over geweest is.’

Geert Sels, De  Standaard, ARCHITECTUUR, 26 NOVEMBER 2014 

http://www.standaard.be/cnt/dmf20141125_01396460

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actualiteit, De Standaard, Pers en media

Waarom het MAK naar de Ninoofsepoort moet

Kort voor de verkiezingen sloot de Brusselse regering een akkoord om het Citroëngebouw om te vormen tot een museum. Het was niet slim om in dat dossier zo snel en zonder breed overleg een beslissing te nemen, vindt Marcel Rijdams. De Ninoofsepoort is volgens hem een betere plek voor het museum.

Aan de Ninoofsepoort is er niet alleen ruimte om te bouwen, er is ook ruimte voor een park en ruimte voor de verrijking van de skyline van Brussel, vindt Marcel Rijdams. (© Ivan Put)

De Brusselse Regering was het al eerder eens dat een nieuw museum voor hedendaagse kunst aan het kanaal moet ingeplant worden. Twee mogelijke plekken waren in de running: de Ninoofsepoort en Citroën aan de Akenkaai. Kort voor de verkiezingen heeft Rudi Vervoort aangekondigd dat hij met Citroën een ‘akkoord’ had. Het was onduidelijk wat er van aan was en ik vermoed dat daarover in de nieuwe regering nog een woordje gepraat zal moeten worden. Ik ben het alvast grondig oneens met deze keuze, ik vind het ook niet slim om in een dergelijk belangrijk dossier zonder breed debat een knoop door te hakken.

Toegegeven, het Citroëncomplex is een interessant gegeven: de showroom aan het IJzerplein en de ateliers tussen kanaal en Willebroekkaai. Het is ongeveer 16.500 vierkante meter, het heeftpignon sur rue en het heeft stijl. Het aankopen is op het eerste zicht ook ‘gemakkelijker’ dan de optie bouwen op de Ninoofsepoort en Citroën blijkt daartoe bereid. Het oorspronkelijke idee om alles plat te gooien voor kantoortorens is door diverse instanties afgeblokt. Er wordt gewerkt aan de bescherming van het complex omwille van zijn terechte erfgoedwaarde. Citroën zit dus een beetje klem en kan zich de openbare belangstelling alleen maar verheugen.

Voor het Brussels Gewest is het gefundenes Fressen: zij hebben zelf de touwtjes in handen en dat is een goede onderhandelingspositie. Maar: na kopen komt verbouwen. Men koopt een vrijwel leeg glas in een ijzeren doos. Dit gebouw met respect voor het origineel, conform de brandweervoorschriften én volgens de huidige energienormen én voldoende aan museale voorwaarden verbouwen, lijkt me geen eenvoudige opgave met een kostenplaatje dat aardig uit de hand zou kunnen lopen.

Heeft men wel een kostenraming gemaakt? Een haalbaarheidsstudie is meer dan nodig en de uitkomst ervan minder dan ooit voorspelbaar. De kosten van een nieuwbouw zijn in de gegeven omstandigheden veel eenvoudiger en betrouwbaarder in te schatten. Ik vind het ook van weinig visie, weinig ambitie en weinig creativiteit getuigen om deze weg in te slaan.

Gooi het oubollige museum overboord: een centrum voor stedelijke creativiteit moet meer ambitie hebben dan het recycleren van een interessant gebouw. Een MAK Art Center moet meer zijn dan een museum waarin de collecties van onze ‘genationaliseerde’ of ‘gesubsidieerde’ banken, van onze openbare instellingen en tekortschietende musea vertoond worden. Het museum moet gebruik maken van de creatieve dynamiek die leeft in de wijken van downtown Brussel, en het moet de motor zijn die meewerkt aan het wegwerken van de sociale ongelijkheid in Brussel. Een MAK Art Center moet de hedendaagse kunst op een meer menselijke, kritische en sociale manier brengen dan het circuit dat kunst gebruikt als beleggings- en status object – denk aan de benadering van Alain de Botton.

Tien argumenten waarom de Ninoofsepoort een betere plek is dan de Citroëngarage:

  1. De terreinen zijn al voor twee derde eigendom van het Gewest en voor een deel van de Stad en moeten dus niet meer aangekocht worden.
  2. De Ninoofsepoort is de draaischijf tussen drie gemeenten, tussen verschillende dichtbevolkte wijken (Dansaert, Anneessens, Kuregem, Molenbeek-Manchester en oud-Molenbeek), een potentiële interculturele ruimte, een belangrijk impulsgebied voor de stedelijke ontwikkeling.
  3. In deze wijken leven duizenden jongeren. In de kanaalwijken werken honderden creatievelingen en kunstenaars en er zit nog veel meer potentieel in de interculturele samenleving die hier langzaam groeit.
  4. De Ninoofsepoort is ruimtelijk en stadslandschappelijk een brandpunt tussen Ring en kanaal: een interessante ruimtelijke constellatie. Er is ruimte en perspectief, niet alleen ruimte om te bouwen maar ook ruimte voor een park, ruimte voor verrijking van de skyline van Brussel.
  5. De Ninoofsepoort is de vijfde hoek van de Vijfhoek, het vijfde wiel, de verwaarloosde hoek, een symbolisch belangrijke schakel. Een uitstekende plaats voor emblematisch openbare architectuur. Men mag zulke symbolische plekken niet overlaten aan promotoren zoals die van de Up-site.
  6. De Ninoofsepoort ligt op amper 1.250 meter wandelafstand van de Grote Markt.
  7. Er bestaat voor de Ninoofsepoort een haalbaarheidsstudie. De stedenbouwkundige studie die in opdracht van de Brusselse Huisvestingsmaatschappij samen met de privépartner Besix door het bureau XDGA opgemaakt werd, toont klaar en duidelijk de mogelijkheden om hier een gemengd project van wonen, werken en cultuur te realiseren.
  8. Het kostenplaatje bij nieuwbouw is beter onder controle te houden. De moeilijkheid zal de financiering zijn van de culturele poot. Hierin zullen federale overheid, Gewest, Beliris en mecenaat hun rol moeten spelen. Het Gewest moet hierin de leiding nemen in plaats van voor gemakkelijkheidsoplossingen te kiezen.
  9. De aanwezigheid van een belangrijke privépartner (Besix Red) op de site Ninoofsepoort kan een eigen dynamiek geven aan het project. Het vraagt wel enig denkwerk en juridisch duidelijke afspraken om zulke publiek-private samenwerking vorm te geven.
  10. MAK op de Ninoofsepoort kan en moet een belangrijke locomotief zijn voor de opwaardering van de omringende ‘achtergestelde’ wijken.

De overheid ontdekt nu pas mondjesmaat het Creative City concept en betuigt er niet veel meer dan lippendienst aan. Het MAD Mode and Designcenter, opgericht in het kader van het Plan voor Internationale Ontwikkeling, is een flauw afkooksel van dat waarin steden als Londen, Berlijn of Barcelona sinds vele jaren investeren. We moeten durven om hier iets nieuws uit de grond te stampen: een Molenbeek Anneessens Kuregem Arts Center op maat van onze ambitie, op maat van Brussel in Europa en in de wereld.

Marcel Rijdams
architect-stedenbouwkundige
voormalig OCMW-raadslid Ecolo 2001-2013

door © Brussel Deze Week, Brussel,  19/06/2014

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Brussel Deze Week, Brusselnieuws, Pers en media

Het antwoord van de politieke partijen op de vragen van MzM

MzM ondervroeg de politieke partijen in verband met de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België en met de sluiting van het Museum voor Moderne Kunst. (E-mail verzonden op 6 april). Hier de antwoorden op de verschillende vragen.

De antwoorden van de Franstalige partijen.

 

1. Museum

Een museum is « een permanente instelling, niet gericht op het behalen van winst, die ten dienste staat van de samenleving en haar ontwikkeling. Een museum verwerft, behoudt, onderzoekt, presenteert, documenteert en geeft bekendheid aan de materiële getuigenissen van de mens en zijn omgeving, voor doeleinden van studie, educatie en genoegen».  Deze definitie van de ICOM is een internationale referentie.

De sluiting van het Museum voor Moderne Kunst en van een groot deel van het Museum voor Oude Kunst versnippert de verzamelingen : deze willekeurige en eenzijdige beslissingen staan haaks op de doelstellingen van het museum. Zij passen niet binnen het kader van een noodzakelijke bestuurlijke autonomie en dienen gecontroleerd en eventueel parlementair gesanctioneerd te worden.

De term ‘museum’ zal niet meer gebruikt worden om het toekomstige Museum voor Moderne Kunst aan te duiden ! Het zal vervangen worden door de vreemde aanduiding ‘Post Modern Lab’ : een manier om de betekenis en doelstellingen van het museum te laten verwateren.

Vragen : maken de doelstellingen van de federale musea en van de KMSKB deel uit van uw politiek project ?
– Indien ja, welke maatregelingen zal u nemen opdat deze doelstellingen op exemplarische wijze worden nagestreefd ?
– Indien neen, waarom niet ?

CD&V [1]

CD&V is overtuigd dat het bestuur van de Federale Wetenschappelijke Instellingen, waar ook de federale musea deel van uitmaken, beter kan. Daarom werd in het programma opgenomen dat de instellingen zowel meer verantwoording moeten afleggen voor de keuzes die gemaakt worden als meer zelfstandigheid moeten hebben om een aangepast beleid te kunnen voeren.

Daarnaast dienen sommige instellingen, zoals ook de musea, beter samen te werken om specifieke schaalvoordelen te bekomen. Dit kan bijvoorbeeld door bepaalde ondersteunende diensten samen te voegen. Om de schaalvoordelen te bereiken, moet niet enkel gekeken worden naar de Federale Wetenschappelijke Instellingen maar ook naar de Federale Culturele Instellingen of andere culturele instellingen waar een samenwerking opportuun is.

Het streven naar efficiëntie en schaalvoordelen mag echter de specificiteit van de afzonderlijke instellingen niet in gevaar brengen.

GROEN [2]

Ja, we hebben in ons programma de volgende passage opgenomen:
1. De federale wetenschappelijke en culturele instellingen zijn zowat de verweesde kinderen van het cultuurbeleid. Ze verdienen een eigen minister en een krachtig beleid. We zouden zelfs durven spreken van een noodplan. Dat moet hen voldoende middelen garanderen maar hen ook aansporen om hun middelen efficiënt aan te wenden om hun taken waar te maken in de brede culturele, bibliotheek- en archiefsector. (F)
2. Een actieve samenwerking is nodig met instellingen en organisaties uit de gemeenschappen op het vlak van internationale projecten, studiewerk, onderzoek en innovatie ten bate van de cultuursector en de informatiesector. De informatie die de  instellingen beheren, moet toegankelijk zijn en blijven voor het brede publiek. (F)
3. De Koninklijke Bibliotheek moet haar rol als nationale bibliotheek ten volle waarmaken en een coördinerende en stimulerende rol opnemen voor de bibliotheken in België̈. Dat gebeurt nu onvoldoende. (F)
4. De federale en de Gemeenschapsinstellingen hebben belangrijke gezamenlijke troeven. We kunnen ze betrekken bij het kunstenbeleid (Opera, Bozar …) en bij museumbeleid als Vlaanderen in de toekomst naast de erkenning van musea ook ‘collecties’ laat spreken en ze erkent/beschermt. Dat zou helpen bruggen te bouwen. Ook de samenwerking met IRPA-KIK is cruciaal. Daar zit dé expertise inzake restauratie en behoud. (F) (V)

N-VA[3]

Maatregelen om deze doelstellingen op exemplarische wijze na te streven?

De twee federale kunstenmusea worden ondermaats bestuurd. Nochtans kunnen ze de motor zijn voor andere musea. We zijn daarbij gekant tegen elke vorm van verdere versnippering van onze twee kunstenmusea. De site van de Kunstberg omvat 50.000 m² en kan dus voldoende plaats bieden om het hele beeldende kunsten-overzicht te geven van oude meesters over hedendaagse en moderne kunst. En dit volgens moderne museologische normen.

Topstukken moeten getoond worden, er moet overzicht gecreëerd worden en ook digitaal tentoonstellen hoort daarbij. Tijdelijke tentoonstellingen kunnen inzoomen op een bepaald thema of een bepaalde invalshoek om de link met het heden of met hedendaagse maatschappelijke thema’s aan bod te laten komen. Eerst moet ingezet worden op het goed beheer van wat bestaat, vooraleer we al dan niet kunnen inzetten op een een nieuw museum.

Voor de N-VA zijn thema’s als erfgoed, de wisselwerking van de Vlaamse en federale musea en bewaring essentieel in het cultuurbeleid. Het betreft zowel het onroerend en het roerend erfgoed, hoe omgaan met de kroonjuwelen in de federale musea, het erfgoeddecreet, archieven, volkscultuur en culturele topstukken.

Open VLD [4]

Natuurlijk maken én de doelstellingen én onze dierbare collecties deel uit van het liberale politieke project. Kunst is een uiting van een mens en alleen daarom al moet kunst gekoesterd worden. Er moeten verschillende maatregelen genomen worden en dit over de communautaire grenzen heen. Kunst kent nu eenmaal geen grenzen, kunst is universeel!

Het einddoel moet zijn dat zoveel als mogelijk van onze collecties kan getoond en gezien worden. Kunst is iets wat je moet kunnen zien, voelen, ruiken. Kunst hoort niet thuis in een depot. Echter door de budgettaire toestand was het niet mogelijk om op vlak van de musea veel middelen vrij te maken. Vandaar dat samen met de gemeenschappen en de gewesten de krachten moet gebundeld worden om de collecties tentoon te stellen.

De mogelijkheid die de Brusselse regering aanbiedt om in 2017 een museum voor hedendaagse kunst te realiseren op het Ijzerplein ( Citroën gebouw) is een mooi voorbeeld.

sp.a *

 

2. Debat

De verdwijning zonder meer van de verzameling moderne kunst en de talrijke disfunctioneringen – de massale sluiting van de museumzalen, ernstige incidenten in verband met de conservatie van de werken, de vroegtijdige sluiting van de tentoonstelling Van der Weyden – veroorzaken terechte reacties, zelfs woede, in vele sectoren van de publieke opinie. Ze werden naar buiten gebracht door MzM, de pers en verschillende parlementairen.

In 2012 heeft Minister Paul Magnette, op dat ogenblik bevoegd voor Wetenschapsbeleid, de actoren uit de kunstwereld geconsulteerd (kunstenaars, docenten, conservatoren, journalisten, galeriehouders, verzamelaars, verantwoordelijken van verenigingen, architecten, ministers van cultuur) om hun visie te kennen in verband met  « een groot centrum voor moderne en hedendaagse kunst ». Hij deed de belofte de verschillende bijdragen te publiceren.  

Vragen : verdienen de toekomst en het bestuur van de KMSKB en van een Museum voor Moderne en Hedendaagse  Kunst in Brussel een openbaar debat ?
– Indien neen, waarom niet ?
– Indien ja, waar, onder welke vorm en met welke partners zou u dit debat willen voeren ?

CD&V

De oefening die Minister Magnette in 2012 lanceerde, werd met goede bedoelingen gestart. De volgende regering moet dit werk verder zetten, zodat de conclusies van de consultatie niet verloren gaan.

Een openbaar debat over een Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst in Brussel kan best op een gestructureerde manier gebeuren waar alle mogelijke actoren aan bod kunnen komen.

Een openbaar debat kan vele goede en creatieve ideeën naar voor brengen. De overheid zal echter rekening moeten houden met een aantal beperkingen. De plannen die voortspruiten uit een openbare consultatie zullen dus realistisch moeten zijn naar timing en haalbaar op vlak van de middelen.

GROEN

Ja, zo’n debat is noodzakelijk. De collecties van de federale musea zijn rijk en zeer waardevol. We moeten ze beter ontsluiten. Het debat moet breed gevoerd worden: met stakeholders van de federale musea zelf, met andere musea in het land, met de ministers van Cultuur, de federale overheid, en alle geïnteresseerde burgers.

N-VA

Uiteraard is een publiek debat hierover altijd verrijkend. De N-VA pleit daarbij voor de nodige transparantie in beleid en bestuur van deze musea. Objectieve evaluaties dringen zich op. Zowel de administratie als de politici moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. In dat opzicht is het opmerkelijk dat toenmalig minister Magnette in 2012 met de betrokken actoren heeft gesproken, maar dat het relaas hiervan niet publiek is gemaakt.

Het schrijven van een cultuurbeleid is een traject van terugblikken en van vooruitkijken: wat willen we behouden, wat willen we vernieuwen? De uitdaging is om nieuwe kansen te creëren en het vertrouwen van de culturele scene te winnen, en tevens een constructieve samenwerking met de administratie in stand te houden.

Open VLD

Er is geen twijfel mogelijk er moet een groot debat komen over de federale musea én de werking én de noden van deze musea. Dit kan de vorm aannemen van rondetafelgesprekken, dan ga je er namelijk van uit dat iedereen gelijkwaardig is, want de toekomst van musea is niet iets wat zomaar door de beleidsmakers kan opgelegd worden zonder grondige consultatie van iedere stakeholder. Zoals reeds gesteld moeten alle beleidsniveaus uitgenodigd worden om in debat te gaan. Er zijn nu reeds beslissingen genomen om onderdak te geven aan een museum voor hedendaagse kunst in de Citroën garage.

Maar nu deze klip genomen is, betekent dit niet dat de problemen van de baan zijn. Het is hoog tijd dat alle actoren uit de kunstwereld samen met de politieke samen rond de tafel gaan zitten, en dit rond concrete projecten zoals financiering, hoe veilig tentoonstellen en wat tentoonstellen.

 

3. Gebouwen, zalen en verzamelingen

De aankondiging om de verzamelingen moderne kunst onder te brengen – op voorlopige basis en op een niet nader bepaald tijdstip –  in het Vanderborght-gebouw zegt niets over de projecten betreffende het gebouw van de KMSKB aan de Regentschapsstraat waar de meerderheid van de zalen om diverse redenen sinds jaren gesloten zijn. Het zegt ook niets over het lot van de verzameling oude kunst waarvan een groot deel verbannen is naar de reserves en niet toegankelijk is voor het publiek.

De « uitbreidingen » van het Museum voor Oude Kunst, ingehuldigd in 1974, zijn reeds tien jaar lang gesloten. Er werden dure asbestverwijderingswerken uitgevoerd maar stopgezet zonder perspectief op voortzetting. Een fractie van de werken 15de- 19de eeuw wordt vandaag aan het publiek getoond in bedroevende omstandigheden. 

Vraag : is volgens u een museum voor schone kunsten in het centrum van Brussel, gewest, Vlaamse, nationale en Europese hoofdstad, de inzet van een culturele, educatieve, sociale en economische politiek ?
– Indien neen, waarom niet ?
– Indien ja,  wat zal u concreet ondernemen om het museum de noodzakelijke middelen te geven om op passende wijze aan deze inzet tegemoet te komen ?   

CD&V

Brussel heeft reeds vele culturele troeven zoals Bozar, De Muntschouwburg, Flagey, de Ancienne Belgique of de vele private initiatieven. Kortom er is voor ieder wat wils. Een museum voor schone kunsten is in de hoofdstad van Vlaanderen, België en Europa dan ook onontbeerlijk.

Voor de bestaande instellingen worden reeds vele middelen voorzien voor de Federale Wetenschappelijke Instellingen. De inzet van beschikbare middelen zal daarom efficiënter (bijvoorbeeld door het nastreven van schaalvoordelen) en rationeler (bijvoorbeeld door te vermijden dat projecten waarin veel geïnvesteerd wordt niet meer stopgezet worden) moeten.

Wat de beschikbare infrastructuur betreft, is het noodzakelijk om een inhaalbeweging op het vlak van afwerking en renovatie. De Regie der Gebouwen, die bevoegd is voor de gebouwen van de federale overheid, heeft de voorbije jaren reeds aangedrongen om een geactualiseerd masterplan te maken voor het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten. Dit zal in samenspraak met het museum moeten gebeuren aangezien zowel de collecties, het personeel als de bezoekers geen gevaar mogen lopen.

GROEN

Het museumbeleid moet in totaliteit worden bekeken. Het debat moet gaan over het brede museumbeleid. Het is toch vanzelfsprekend dat een museum voor schone kunsten in ozne hoofdstad een belangrijke plaats én functie inneemt.  Ik verwijs naar onze visie over de federale wetenschappelijke instellingen bij vraag 1

N-VA

Cultuur is reeds lang de bevoegdheid van de deelstaten. De KMKG op het Jubelpark bleven echter federale bevoegdheid. Gezien de ligging in Brussel, Europese hoofdstad, lijkt het ons logisch om deze musea te onttrekken aan Belspo en te streven naar meer autonome musea waarin we het beheer van de gebouwen, maar ook de uitbating van het museum in onderbrengen. De aandeelhouders zijn uiteraard de twee gemeenschappen van ons land, mogelijk aangevuld met privé-partners.

Beide gemeenschappen zijn dan samen verantwoordelijk voor het beheer van het gebouw, de nodige renovatiewerken, maar ook voor de collecties, het personeelsbeleid, het museumbeleid en alle andere zaken.

Open VLD

Het is de evidentie dat een volwaardig museum voor schone kunsten een plaats verdient in onze hoofdstad, net zoals een dergelijk museum zijn plaats heeft in Gent, Antwerpen, Doornik,…

Open Vld meent dat met de aankondiging van de Brusselse regering met de komst van een museum voor schone kunsten in het Citroën gebouw een cruciale stap is in de permanente tentoonstelling ten dienste van de gemeenschap van kunst. De nodige financiering moet inderdaad voorzien worden, echter zoals reeds aangehaald is een financiering vanuit de verschillende beleidsniveaus en andere kanalen de ideale mix.

 

4. Educatie, vorming, culturele bemiddeling

Het Museum voor Moderne Kunst is sinds 2011 gesloten en de verzamelingen die in het Vanderborght-gebouw zullen worden ondergebracht zullen nog twee of drie jaar ontoegankelijk zijn voor het publiek. Een jongere die zich in 2011 in het lager, secundair of hoger onderwijs inschreef, zal zijn cyclus beëindigen zonder contact te hebben gehad, in Brussel, met de verzamelingen 20ste en 21ste eeuw.

Het opsplitsen van de verzamelingen in zogenaamde « nieuwe musea » leidt tot een sterk verhoogde inkomprijs waardoor het museum voor een bepaald publiek moeilijk toegankelijk wordt.

Vraag : speelt, volgens u, het museum als culturele instelling  een rol in de opvoedings- en vormingspolitiek ? 
– Indien neen, waarom niet ?
– Indien ja, wat garandeert in uw programma de cognitieve en materiële toegang tot musea – en concreet tot de verzamelingen van de KMSKB, inbegrepen de verzameling moderne en hedendaagse kunst – voor kinderen van het lager onderwijs en jongeren van het secundair en hoger onderwijs ?

CD&V

Een museum heeft uiteraard een belangrijk rol in de opvoeding- en vorming van kinderen en jongeren. Aangezien de federale musea publieke instellingen zijn moet voor hen in het bijzonder deze toegang gegarandeerd worden. Toegangsprijzen mogen geen obstakel vormen om de federale collecties te bezichtigen.

De efficiënte omgang met de beschikbare middelen, een goede samenwerking met andere instellingen en met de gemeenschappen moet ervoor zorgen dat ook de federale kunstcollecties een belangrijke rol kunnen spelen in de opleiding van leerlingen en studenten. En dat dit aan democratische toegangsprijzen kan gebeuren.

CD&V is van oordeel dat de collectie Moderne en Hedendaagse kunst zo snel mogelijk terug toegankelijk moet zijn. We betreuren de keuze van de museumdirectie om de collectie op te bergen. Toch heeft Staatssecretaris Verherstraeten er mee voor gezorgd dat er een voorlopige tentoonstellingsruimte in het Vanderborght gebouw beschikbaar zal zijn. Dit zorgt ervoor dat de collectie (deels) terug zichtbaar zal zijn voor het publiek.

Dit geeft de federale overheid de kans om een permanente en duurzame oplossing te zoeken om de collectie tentoon te stellen. Op termijn zullen in Brussel de aanwezige federale verzamelingen moderne en hedendaagse kunst op een wijze gepaste wijze tentoongesteld worden.

GROEN

Het antwoord is ‘ja’. Het genoemde masterplan voor de musea moet vertrekken van de rijke collecties, maar zich volop inschrijven in de internationale ICOM-definitie. Daar is die educatieve opdracht een essentieel onderdeel van. WIj hebben in ons cultuurprogramma daarenboven zelf ook een prioriteit gemaakt van cultuureducatie en participatiebevordering.

N-VA

Cultuureducatie begint van jongs af aan. Hoe vroeger we kinderen in contact brengen met kunst en cultuur, hoe vroeger we ze kansen geven. Dat betekent niet alleen de toegang tot de musea verzekeren, maar ook het versterken van de cultuureducatieve dienst in het museum.

Laat kinderen proeven van kunst en cultuur en laat ze ook experimenteren met kunst en cultuur. Workshops, digitale cultuureducatie,… op school, thuis met de familie, spontaan, met jeugdbewegingen of tijdens vakantiestages, bijvoorbeeld.

Dit alles kan helpen om kinderen het verleden te leren kennen, te leren omgaan met het heden en de toekomst voor te bereiden. Een gratis verhaal bestaat niet, maar we moeten erover waken dat de inkomprijzen geen extra drempel vormen om kinderen, jongeren en jongvolwassenen kennis te laten maken met het museum en onze rijk kunst- en cultuurpatrimonium.

Open VLD

Sowieso moet een kind, een jongere de kans hebben tijdens zijn schoolloopbaan om meerdere musea te bezoeken. De musea moeten inderdaad qua toegangsprijs laagdrempelig blijven. Ieder museum heeft wel een aparte prijs voor kinderen en jongeren waardoor dit alles wel betaalbaar blijft.

 

5. Toekomstplanning

De toekomst van het Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst en zijn verzameling, heeft nood aan een nuchtere en zorgvuldige reflectie, en dat in het belang van iedereen. Om dit te verwezenlijken, zoals dat meestal het geval is, moet de regering een opdracht tot toekomstplanning – zowel pragmatisch, inventief en gedocumenteerd – toekennen aan een persoon die zowel thuis is in museale politiek als in het domein van de hedendaagse kunst. Deze onderzoeksopdracht kan dan leiden tot een internationale werkgroep die het overleg en de noodzakelijke raadplegingen zal leiden (cf. vraag 1).

Het Museum voor Moderne Kunst werd gesloten zonder enig alternatief, het is nu aan anderen om er een toekomst voor te bedenken.

Vraag : bent u van mening dat de oprichting van een Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst voldoende belangrijk is om het voorwerp uit te maken van een grondige voorbereidende studie ?   
– Indien ja, zou u een onafhankelijke opdracht in verband met een toekomstplanning voorstellen of ondersteunen ?
– Indien neen, waarom niet ?

CD&V

CD&V voorziet geen specifiek nieuw museum voor de Moderne en Hedendaagse Kunst. De instelling die deze verzamelingen zal tentoonstellen blijft het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten. Of deze permanente tentoonstelling in een nieuw gebouw of in reeds bestaande gebouwen moet plaatsvinden, moet inderdaad onderdeel uitmaken van een grondige studie.

Door de voorlopige locatie van het Vanderborght gebouw is er tijd om de permanente tentoonstelling van de Moderne en Hedendaagse Kunst voor te bereiden en de plaats te geven die het verdient. Naast de locatie zal er in de studies ook oog moeten zijn voor de tentoonstellingswijze en een doordacht aankoopbeleid.

GROEN

Ja, een studie over een dergelijk museum is zeker zinvol. We moeten op die manier uitklaren hoe we de museumcollecties indelen en verspreiden over musea: bepalen van de criteria (obv van tijdsperiodes, dan wel kunstenaars of een ander indelingsprincipe. Zeker onze collectie moderne kunst moet opnieuw zichtbaar en toegankelijk worden. Over de wijze waarop spreken we ons niet uit, precies daarvoor moet die studie dienen. Daarnaast stelt zich de problematiek van de hedendaagse kunst. Is dit voor de federale musea een bijkomende opdracht? Deze collecties zijn echter niet zo uitgewerkt.

N-VA

Er moet een duidelijke toekomstplanning opgemaakt worden voor beide federale kunstmusea. Moderne en Hedendaagse Kunst moet daar een volwaardig deel van uitmaken. De N-VA wil deze musea in de eerste plaats uit hun administratief keurslijf halen, ze autonoom beheren met een dynamische raad van bestuur waar experten op velerlei vlak (financieel, museologisch, architecturaal…) in zetelen.

Verder willen we inzetten op het digitaal ontsluiten van de collecties en ondertussen een masterplan opstellen voor renovatie van de gebouwen. Alle collecties moeten evenwaardig getoond en ontsloten worden met de meest moderne museologische visie die beantwoordt aan de doelstellingen van ICOM. Daarvoor zijn ook financiële middelen nodig. Beide gemeenschappen dragen verantwoordelijkheid en ook inbreng zijn vanuit de prive-sector is mogelijk. Mecenaten, crowdfunding, fiscale stimuli zijn nodig om de bedrijfswereld, families en individuen te betrekken bij kunst en cultuur. Dat vergroot ook het maatschappelijk draagvlak voor kunst en cultuur.

De conclusie is duidelijk: de toekomstvisie moet gebaseerd zijn op flexibiliteit, op netwerken, sociaal weefsel en dynamisme.

Open VLD

Open Vld is ervan overtuigd dar een Museum voor moderne en hedendaagse kunst in Brussel moet komen, echter een zoveelste studie bovenop de anderen kan wel eens leiden tot extra kosten en onnodig tijdverlies. Open Vld meent dat nu volop de kaart moet getrokken worden om het Citroën gebouw om te vormen tot een attractief museum voor moderne en hedendaagse kunst, zodat dit effectief in 2017 kan opengaan.


 

[1] 18/4/14

[2] 9/4/14

[3] 9/5/14

[4]  9/5/14

* 14/5/2014 : Het standpunt van sp.a door wat betreft de federale musea : “De wetenschappelijke federale instellingen moeten zich bezighouden met de kern van hun opdracht, i.e. het runnen van een museum als een wetenschappelijke instelling (onderzoek, conservatie, aankoopbeleid, pedagogisch beleid,…). Bovendien moeten de instellingen meespelen in internationale debatten. Daarvoor moeten we hen de nodige artistieke en academische autonomie geven, door een aantal taken uit hun handen te nemen, zoals bijvoorbeeld het beheer van de gebouwen, het personeelsbeheer en het management. Die functies kunnen een onderkomen vinden in een gewestelijke structuur, los van het inhoudelijke.” De visie van sp.a op een museum voor moderne en hedendaagse kunst : http://www.makbrussel.be/wp-content/uploads/2013/07/MAK_projectvoorstel.pdf, en op de Belgische musea : http://www.faronet.be/dossier/musea-anno-2014/musea-middelen-en-macht-stemmen-uit-de-politiek.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actualiteit, Mededelingen van MzM, Politici

Moderne kunst krijgt het Citroëngebouw als nieuwe thuis

Eén van de laatste wapenfeiten waar de regering mee uitpakt, is het samenwerkingsakkoord met de Franse autobouwer PSA. Beide partijen hebben afgesproken om het historische Citroëngebouw aan IJzer om te vormen tot een museum. Daardoor komt er dan toch een museum voor moderne kunst aan het kanaal.

〈 Hans De Wolf 〉 : ‘Laat ze een gemeenschappelijk masterplan ontwikkelen waardoor we binnen dit en tien jaar terug kunnen aanschuiven aan de tafel van de grote kunststeden van Europa’

 

 Brusselnieuws,  08/05/2014

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Brusselnieuws, Pers en media

Akkoord over museum in Citroën

De Brusselse regering en de Franse autobouwer PSA hebben een akkoord gesloten om het Citroëngebouw om te vormen tot een museum. Dat zegt Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS). Het museum moet volgens hem in 2017 of 2018 de deuren openen. Er is nog geen geld voor het initiatief.

De Citroën-garage aan IJzer wordt een museum. (© Peter Forret)

Er deden al een hele tijd geruchten de ronde dat er in de iconische Citroëngarage een museum voor moderne kunst zou komen, maar het is de eerste keer dat het nieuws bevestigd wordt. “Brussel krijgt zijn eigen Guggenheim, zijn Moma”, zo zegt Vervoort in De Tijd. “Het museum moet het enorme economische potentieel van de kanaalzone nog verder helpen ontwikkelen.”

Het nieuwe museum zal zo’n 15.000 vierkante meter groot worden. De werkzaamheden zouden anderhalf jaar duren, in 2017 of 2018 kan het museum dan opengaan. “In elk geval tijdens de volgende legislatuur”, zegt Vervoort. Financieel zijn er nog geen afspraken gemaakt; het is nog niet beslist of Brussel het gebouw zal kopen, huren of pachten.

Het Brussels Gewest is al lang op zoek naar een locatie om de collectie moderne kunst van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten (KMSK) in onder te brengen. Sinds 2011 is de collectie dakloos omdat ze aan het Koningsplein plaats moest ruimen voor het nieuwe Fin-de-Siècle Museum. De werken verhuizen in 2016 naar het Vanderborghtgebouw, maar dat is slechts een tijdelijke oplossing. Dat gebouw kreeg ook al heel wat kritiek; het zou te klein zijn en ongeschikt om kunst te bewaren.

Lange tijd werd er ook gesproken over de Ninoofsepoort als mogelijke locatie voor een museum. Maar volgens Vervoort genoot Citroën al lang de voorkeur, wegens het emblematische gebouw en de goede verbindingen met het openbaar vervoer. “Maar we vergeten de Ninoofsepoort niet, het blijft een zeer interessante site voor een ander project”, zei hij op een persconferentie.

Vervoort ziet naast de collectie van de KMSK ook plaats voor privécollecties en stukken uit de kunstverzamelingen van Belfius of Belgacom.

Citroën zelf zou verhuizen naar een ander gebouw in de buurt van Thurn & Taxis.

Verhuis naar Vanderborght gaat door
De Brusselse regering staat echter niet alleen in dit dossier. De KMSK is een federale instelling en dus moet ook dat niveau het licht op groen zetten. Nog belangrijker: ook de financiering zal voor een groot deel uit die hoek moeten komen.

Bevoegd staatssecretaris Philippe Courard (PS) spreekt alvast van positief nieuws. “We zijn altijd uitgegaan van een oplossing op korte termijn in het Vanderborghtgebouw, en een duurzamere oplossing”, zegt zijn woordvoerder Waut Es. “En die is er nu dus ook.”

Het is echter nog niet duidelijk wanneer de werkzaamheden aan het Vanderborghtgebouw, waarvan de kosten op 7 miljoen euro worden geraamd, kunnen starten. Het is dus mogelijk dat de kunstwerken er uiteindelijk maar heel kort zullen verblijven. “Maar dat kan geen kwaad. Het Vanderborghtgebouw kan dan een andere bestemming krijgen, ook als museum”, zegt hij.

‘Brussel naar hoger niveau’
Brusselse kunstliefhebbers, waaronder SP.A-politica Yamila Idrissi, ijverden al langer voor een dergelijk project onder de noemer Museum aan het Kanaal. Daarbij werd vooral naar de Ninoofsepoort gekeken als locatie.

Toch is Idrissi opgetogen over de beslissing. “Ik ben heel blij met de expliciete keuze van de regering voor de Brusselse kanaalzone. Het is een zone in volle verandering, die met de komst van het museum zich volop zal kunnen ontwikkelen en zo mee Brussel kan optillen tot een hoger niveau”, zegt ze. Ze vraagt dat de regering nu een wedstrijd uitschrijft voor de omvorming van het gebouw.”

De zogenoemde Citroënkathedraal werd gebouwd in de jaren ’30 en opende in 1934 de deuren. Het was toen de grootste garage van Europa.

door © brusselnieuws.be, Brussel-Stad,  08/05/2014

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actualiteit, Brusselnieuws, Pers en media

Vragen aan de voorzit(s)ters van politieke partijen

Vragen aan de voorzit(s)ters van politieke partijen, aan de mandatarissen en kandidaten, in verband met de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België en met de sluiting van het Museum voor Moderne Kunst

De verkiezingen van 25 mei naderen. Uw partij zal misschien deel uitmaken van een regeringscoalitie. Of u zal oppositie voeren waar u niettemin uw hart zal laten spreken ! In beide gevallen zouden wij nu reeds graag uw mening kennen.

De regering zal zich moeten uitspreken over de positie van de federale wetenschappelijke instellingen. Binnen dat kader zijn de federale musea, die zowel een patrimonium als een actueel cultureel instrument vormen, een prioriteit. De kiezers zouden graag de voorstellen van uw partij kennen in verband met de bedroevende situatie van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten en de sluiting – sinds februari 2011- van het Museum voor Moderne Kunst.

Daarom herhaalt het collectief Museum zonder Museum haar belangrijkste eisen :

–        de onmiddellijke en permanente heropstelling van de kunst van de 20ste en 21ste eeuw

–        een breed publiek debat met alle betrokken partijen

 

Welke antwoorden heeft u op volgende vragen ?

 1. Museum

Een museum is « een permanente instelling, niet gericht op het behalen van winst, die ten dienste staat van de samenleving en haar ontwikkeling. Een museum verwerft, behoudt, onderzoekt, presenteert, documenteert en geeft bekendheid aan de materiële getuigenissen van de mens en zijn omgeving, voor doeleinden van studie, educatie en genoegen».  Deze definitie van de ICOM is een internationale referentie.

De sluiting van het Museum voor Moderne Kunst en van een groot deel van het Museum voor Oude Kunst versnippert de verzamelingen : deze willekeurige en eenzijdige beslissingen staan haaks op de doelstellingen van het museum. Zij passen niet binnen het kader van een noodzakelijke bestuurlijke autonomie en dienen gecontroleerd en eventueel parlementair gesanctioneerd te worden.

De term ‘museum’ zal niet meer gebruikt worden om het toekomstige Museum voor Moderne Kunst aan te duiden ! Het zal vervangen worden door de vreemde aanduiding ‘Post Modern Lab’ : een manier om de betekenis en doelstellingen van het museum te laten verwateren.

 Vragen : maken de doelstellingen van de federale musea en van de KMSKB deel uit van uw politiek project ?

– Indien ja, welke maatregelingen zal u nemen opdat deze doelstellingen op exemplarische wijze worden nagestreefd ?

– Indien neen, waarom niet ?

 

2. Debat

De verdwijning zonder meer van de verzameling moderne kunst en de talrijke disfunctioneringen – de massale sluiting van de museumzalen, ernstige incidenten in verband met de conservatie van de werken, de vroegtijdige sluiting van de tentoonstelling Van der Weyden – veroorzaken terechte reacties, zelfs woede, in vele sectoren van de publieke opinie. Ze werden naar buiten gebracht door MzM, de pers en verschillende parlementairen.

In 2012 heeft Minister Paul Magnette, op dat ogenblik bevoegd voor Wetenschapsbeleid, de actoren uit de kunstwereld geconsulteerd (kunstenaars, docenten, conservatoren, journalisten, galeriehouders, verzamelaars, verantwoordelijken van verenigingen, architecten, ministers van cultuur) om hun visie te kennen in verband met « een groot centrum voor moderne en hedendaagse kunst ». Hij deed de belofte de verschillende bijdragen te publiceren.  

Vragen : verdienen de toekomst en het bestuur van de KMSKB en van een Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst in Brussel een openbaar debat ?

– Indien neen, waarom niet ?

– Indien ja, waar, onder welke vorm en met welke partners zou u dit debat willen voeren ?

 

3. Gebouwen, zalen en verzamelingen

De aankondiging om de verzamelingen moderne kunst onder te brengen – op voorlopige basis en op een niet nader bepaald tijdstip – in het Vanderborght-gebouw zegt niets over de projecten betreffende het gebouw van de KMSKB aan de Regentschapsstraat waar de meerderheid van de zalen om diverse redenen sinds jaren gesloten zijn. Het zegt ook niets over het lot van de verzameling oude kunst waarvan een groot deel verbannen is naar de reserves en niet toegankelijk is voor het publiek.

De « uitbreidingen » van het Museum voor Oude Kunst, ingehuldigd in 1974, zijn reeds tien jaar lang gesloten. Er werden dure asbestverwijderingswerken uitgevoerd maar stopgezet zonder perspectief op voortzetting. Een fractie van de werken 15de- 19de eeuw wordt vandaag aan het publiek getoond in bedroevende omstandigheden.

Vraag : is volgens u een museum voor schone kunsten in het centrum van Brussel, gewest, Vlaamse, nationale en Europese hoofdstad, de inzet van een culturele, educatieve, sociale en economische politiek ?

– Indien neen, waarom niet ?

– Indien ja, wat zal u concreet ondernemen om het museum de noodzakelijke middelen te geven om op passende wijze aan deze inzet tegemoet te komen ? 

 

 4. Educatie, vorming, culturele bemiddeling

Het Museum voor Moderne Kunst is sinds 2011 gesloten en de verzamelingen die in het Vanderborght-gebouw zullen worden ondergebracht zullen nog twee of drie jaar ontoegankelijk zijn voor het publiek. Een jongere die zich in 2011 in het lager, secundair of hoger onderwijs inschreef, zal zijn cyclus beëindigen zonder contact te hebben gehad, in Brussel, met de verzamelingen 20ste en 21ste eeuw.

Het opsplitsen van de verzamelingen in zogenaamde « nieuwe musea » leidt tot een sterk verhoogde inkomprijs waardoor het museum voor een bepaald publiek moeilijk toegankelijk wordt.

Vraag : speelt, volgens u, het museum als culturele instelling een rol in de opvoedings- en vormingspolitiek ?

– Indien neen, waarom niet ?

– Indien ja, wat garandeert in uw programma de cognitieve en materiële toegang tot musea – en concreet tot de verzamelingen van de KMSKB, inbegrepen de verzameling moderne en hedendaagse kunst – voor kinderen van het lager onderwijs en jongeren van het secundair en hoger onderwijs ?

 

5. Toekomstplanning

De toekomst van het Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst en zijn verzameling, heeft nood aan een nuchtere en zorgvuldige reflectie, en dat in het belang van iedereen. Om dit te verwezenlijken, zoals dat meestal het geval is, moet de regering een opdracht tot toekomstplanning – zowel pragmatisch, inventief en gedocumenteerd – toekennen aan een persoon die zowel thuis is in museale politiek als in het domein van de hedendaagse kunst. Deze onderzoeksopdracht kan dan leiden tot een internationale werkgroep die het overleg en de noodzakelijke raadplegingen zal leiden (cf. vraag 1).

Het Museum voor Moderne Kunst werd gesloten zonder enig alternatief, het is nu aan anderen om er een toekomst voor te bedenken.

Vraag : bent u van mening dat de oprichting van een Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst voldoende belangrijk is om het voorwerp uit te maken van een grondige voorbereidende studie ?  

– Indien ja, zou u een onafhankelijke opdracht in verband met een toekomstplanning voorstellen of ondersteunen ?

– Indien neen, waarom niet ?

 

Museum zonder Museum zal uw antwoorden publiceren en doorgeven aan de media. Wij danken u.

2 april 2014

 

 

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Acties, Actualiteit, Mededelingen van MzM

Opinie van Peter Swinnen, architect, Vlaams Bouwmeester, 18 july 2013

Impuls voor stedelijke dynamiek

 Impuls voor stedelijke dynamiek
De buurt rond Vanderborght heeft niet nóg een culturele publiekstrekker nodig. Foto: Bart Dewaele
Het Vanderborght-gebouw kan perfect tijdelijk onderdak bieden aan de collectie moderne en hedendaagse kunst, stelt Peter Swinnen. Maar de federale, regionale en stedelijke overheden moeten debatteren over de locatie van een nieuw museum.

Wie? Brusselaar, architect, Vlaams Bouwmeester.

Wat? Het Vanderborght-gebouw is niet geschikt als permantente locatie voor een nieuw museum: vanwege zijn structuur, maar vooral omdat een museum in andere Brusselse buurten veel meer zou kunnen bijdragen aan de broodnodige stadsimpuls.

Afgelopen week ontstond er alweer een hoogtepuntje in het non-debat omtrent een nieuw Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst in Brussel. Het hoogtepuntje was het ongevraagd voorstel van Vlaams parlementslid Yamila Idrissi om een ambitieus museumproject te bouwen langs het Brusselse kanaal (DS 11 juli). Het non-debat bestaat erin dat de federale overheid – ondanks de positieve en kritische druk – van krommenaas blijft gebaren.

In februari 2011 meldde Michel Draguet, directeur bevoegd voor de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, dat het Museum voor Moderne Kunst op de Kunstberg plaats zal ruimen voor een toeristisch aantrekkelijker fin-de-sièclemuseum. Wat er met de collectie moderne en hedendaagse kunst zou gebeuren, was totaal onduidelijk. Geconfronteerd met de publieke en culturele verontwaardiging rond Draguets eenzijdige coup, suggereerde toenmalig bevoegd minister Paul Magnette (PS) een tijdelijke huisvesting in het Vanderborght-gebouw. Met de nadruk op ‘tijdelijk’, omdat Magnette ondertussen een studie wenste te lanceren naar een permanente, stedelijke en uitdagende museale oplossing. Het euvel van de federale culturele instellingen is evenwel een vrijwel permanent machtsvacuüm. De collectie moderne en hedendaagse kunst is immers een federale bevoegdheid, of preciezer: een federale restbevoegdheid. Dat er geen federaal minister of staatssecretaris voor Cultuur bestaat, spreekt boekdelen. De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, waar de collectie moderne en hedendaagse kunst onder ressorteert, worden bijgevolg amper politiek aangestuurd. De administratieve lethargie is navenant. Het vrij spel van de curator evenzo. Het machtsvacuüm werd vorig jaar des te groter door het plotselinge vertrek van Magnette richting Charleroi. Zijn opvolger, staatssecretaris Philippe Courard (PS), wenst sindsdien de zaak vooral snel af te handelen. De laatste maanden kon men dus vaststellen dat in de communicatie omtrent het Vanderborght-gebouw, zowel door Draguet als Courard, het woordje ‘tijdelijk’ en stoemelings gesneuveld is. Exit debat.

Schitterend gebouw, maar ongeschikt

Het Vanderborght-gebouw (1935) heeft op zich een schitterende infrastructuur. In 1999 werd het magazijn al flink gerenoveerd met het oog op de Culturele Hoofdstad Brussel 2000, met de ambitie om er vanaf 2002 via een erfpacht het toenmalige Dexia Art Centre te huisvesten. Dat laatste is, zoals gemeenzaam bekend, roemrijk mislukt met als gevolg dat Vanderborght al langer dan een decennium vrijwel ongebruikt blijft.

Het industriële pand leent zich door zijn beperkte lichttoegang, grote vides en moeilijke circulatie niet zomaar tot eender welk programma. Ook de bruikbare oppervlakte, verdeeld over zes verdiepingen, is maar goed voor netto 4.000 vierkante meter exporuimte. Ter vergelijking: het Magritte-museum bedraagt 2.500 vierkante meter, ook al behandelt dit het werk van slechts één kunstenaar. Enkele andere voorbeelden: Tate Modern biedt 33.000 vierkante meter exporuimte, de Schaulager in Bazel is 20.000 vierkante meter groot. Het relatief kleine Vanderborght is bij uitstek een cascogebouw, een structuur die vraagt om tijdelijk ingevuld te worden. Dus ja, waarom er geen deel van de collectie moderne en hedendaagse kunst tijdelijk in onderbrengen.

Maar die tijdelijkheid impliceert een navenant budget en dito inrichtingsconcept. De nu vastgelegde elf miljoen euro en 2017 als opleveringsdatum doen vermoeden dat er van tijdelijkheid geen sprake meer zal zijn. Met slechts een derde van het budget zou je Vanderborght kunnen klaarmaken voor een tijdelijke showcase, in afwachting van een sterke stedelijke oplossing voor de huisvesting van de collectie elders in Brussel. Je zou hier een voorbeeld kunnen nemen aan het Antwerpse KMSKA, dat zich tijdens de renovatie de Fabiolazaal op een uitermate lichte wijze heeft toegeëigend om er ‘de modernen’ te tonen.

Werk voor de Brusselse Bouwmeester

Maar de grootste gemiste kans door al het geld op het beperkte Vanderborght te verwedden, is de stedelijke dynamiek. De buurt rond de Koningsgalerij en de Kunstberg heeft niet nóg een culturele publiekstrekker nodig. Het is er nu al over de koppen lopen. Het Brussels Gewest kent zeker uitdagender buurten – zoals onder meer het kanaal – waar een Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst een noodzakelijke stadsimpuls zou kunnen teweegbrengen. Die enorme kans mag niet zomaar onder de mat geveegd worden.

Maar wie gaat het voortouw nemen in deze processie? De collectie is immers federaal, de stad Brussel wenst terecht ook haar zegje te doen en de stedenbouwkundige ambitie moet minstens het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aanbelangen. Een expliciet tijdelijk gebruik van Vanderborght, operationeel vanaf pakweg eind 2014, kan de noodzakelijke studie- en bouwtijd garanderen om tegen 2020 te beschikken over een museale haven voor moderne en hedendaagse kunst.

Er moet dus absoluut werk gemaakt worden van het uitschrijven van een onafhankelijke studie die het ruimtelijk, economisch, maatschappelijk en bestuurlijk potentieel van een dergelijk museum in Brussel in kaart brengt. Dit is nog nooit terdege gebeurd. Tegelijk moet er een onafhankelijk, visionair en gemandateerd intendant aangewezen worden om de studiesupervisie en het debat in goede banen te leiden. Deze taak komt logischerwijze de Brusselse Bouwmeester toe. Als eerste teken van vertrouwen in een federale, stedelijke en regionale coproductie zou dat kunnen tellen.

Peter Swinnen, De Standaard, Opinies, 18/07/2013  

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De Standaard, Non classé, Pers en media

‘Tijdelijk Museum voor Moderne Kunst is geldverspilling’: Snauwaert (WIELS)

Het aangekondigde Museum voor Moderne Kunsten is pure geldverspilling. Dat zeggen mensen uit het kunstcircuit zelf. Opmerkelijke uitspraken, want er staan in Brussel al jaren waardevolle kunstwerken stof te vergaren in kelders. Maar dan zomaar het eerste het beste gebouw inrichten als museum is geen optie.

11 miljoen euro besteden aan een interimmuseum is ongeoorloofd volgens critici uit de kunstwereld

Brusselnieuws.  05/03/2014

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actualiteit, Brusselnieuws

%d bloggers liken dit: