Categorie archief: Politici

Collectie Moderne Kunst naar Museum voor Schone Kunsten 

De kogel is door de kerk. De collectie moderne kunst van het KMSKB gaat terug naar de Musea voor Schone Kunsten op de Kunstberg. Dat heeft staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Elke Sleurs (N-VA) beslist. De musea reageren afwachtend: “De werken moeten nog starten, en er is nog altijd geen budget of timing.”

De collectie Moderne Kunst wil Sleurs nu onderbrengen op de Kunstberg. Daar staat nog 3000 m² leeg.

De collectie van moderne kunst zal er komen in het Museum voor Schone Kunsten, op de Kunstberg in Brussel. “Daar is 3000m² voorhanden, die ruimte gaan we renoveren”, zegt Sleurs. “Het is van bij aanvang al mijn bedoeling om de collectie Moderne en Hedendaagse Kunst samen te houden, en dat kan op die locatie. Dat zal iedereen ten goede komen, Brusselaars, Belgen en de internationale gemeenschap.” Sleurs benadrukt ook dat het Fin-de-Sièclemuseum, in tegenstelling tot eerdere berichten, niet zal moeten wijken voor de collectie Moderne Kunst.

Asbest
De musea voor Schone Kunsten bevestigen dat er duizenden vierkante meters onbenut zijn in het gebouw op de Kunstberg. “Dat deel van het gebouw is al tientallen jaren gesloten omdat er asbest verwijderd moet worden. Die werken moeten nog starten, maar er is nog geen budgettaire analyse gemaakt en er is nog geen duidelijke timing”, bevestigt Colette Janssen van de Musea voor Schone Kunsten.

Die lange termijnplanning baart de musea duidelijk zorgen. “Er is nu duidelijkheid waar de collectie komt, maar wanneer gaan we de kunstwerken aan het publiek tentoon kunnen stellen? Ik hoop dat het geen project op lange termijn wordt, maar ik vrees ervoor”, zegt Janssen.

Ook Sleurs zelf wil zich niet vastpinnen op een timing. “Da’s altijd moeilijk. Binnen de regering en de Regier der Gebouwen worden nog de nodige fondsen gezorgd. Ik pin mij liever niet vast op een timing, maar ik hoop de renovatie nog op gang te trekken tijdens mijn legislatuur.”

Ceci n’est pas un musée
Dat de collectie moderne kunst niet naar de recent aangekochte Citroëngarage gaat, werd vorig jaar al duidelijk. Een droom van de Brusselse minister-president Rudi Vervoort, een nachtmerrie voor staatssecretaris Sleurs.

“Ik ben daar van bij het begin duidelijk in geweest. Ik ga geen collectie uitlenen die perfect kan worden tentoongesteld in de Musea voor Schone Kunsten, om die collectie dan onder te brengen in een garage. Een garage is geen museum. Het gebouw is totaal ongeschikt als museum. Ceci n’est pas un musée” zegt Sleurs aan FM Brussel.

Voorlopig blijft onduidelijk welke collectie er dan wel in de Citroëngarage tentoon gesteld zal worden. Het Gewest wil een beroep doen op privécollecties, of op stukken uit de kunstverzamelingen van Belfius of Proximus.

Vanderborghtgebouw
Donderdag lekte in La Libre Belgique uit dat de stad Brussel het Vanderborghtgebouw zou willen verkopen. Vorig jaar was nog afgesproken dat de collectie Moderne Kunst naar daar zou verhuizen. Nu lijkt ook dat gebouw een lege doos geworden.

 

door LQ © brusselnieuws.be. Brussel. 12/12/2015

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actualiteit, Brusselnieuws, Non classé, Pers en media, Politici

Het antwoord van de politieke partijen op de vragen van MzM

MzM ondervroeg de politieke partijen in verband met de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België en met de sluiting van het Museum voor Moderne Kunst. (E-mail verzonden op 6 april). Hier de antwoorden op de verschillende vragen.

De antwoorden van de Franstalige partijen.

 

1. Museum

Een museum is « een permanente instelling, niet gericht op het behalen van winst, die ten dienste staat van de samenleving en haar ontwikkeling. Een museum verwerft, behoudt, onderzoekt, presenteert, documenteert en geeft bekendheid aan de materiële getuigenissen van de mens en zijn omgeving, voor doeleinden van studie, educatie en genoegen».  Deze definitie van de ICOM is een internationale referentie.

De sluiting van het Museum voor Moderne Kunst en van een groot deel van het Museum voor Oude Kunst versnippert de verzamelingen : deze willekeurige en eenzijdige beslissingen staan haaks op de doelstellingen van het museum. Zij passen niet binnen het kader van een noodzakelijke bestuurlijke autonomie en dienen gecontroleerd en eventueel parlementair gesanctioneerd te worden.

De term ‘museum’ zal niet meer gebruikt worden om het toekomstige Museum voor Moderne Kunst aan te duiden ! Het zal vervangen worden door de vreemde aanduiding ‘Post Modern Lab’ : een manier om de betekenis en doelstellingen van het museum te laten verwateren.

Vragen : maken de doelstellingen van de federale musea en van de KMSKB deel uit van uw politiek project ?
– Indien ja, welke maatregelingen zal u nemen opdat deze doelstellingen op exemplarische wijze worden nagestreefd ?
– Indien neen, waarom niet ?

CD&V [1]

CD&V is overtuigd dat het bestuur van de Federale Wetenschappelijke Instellingen, waar ook de federale musea deel van uitmaken, beter kan. Daarom werd in het programma opgenomen dat de instellingen zowel meer verantwoording moeten afleggen voor de keuzes die gemaakt worden als meer zelfstandigheid moeten hebben om een aangepast beleid te kunnen voeren.

Daarnaast dienen sommige instellingen, zoals ook de musea, beter samen te werken om specifieke schaalvoordelen te bekomen. Dit kan bijvoorbeeld door bepaalde ondersteunende diensten samen te voegen. Om de schaalvoordelen te bereiken, moet niet enkel gekeken worden naar de Federale Wetenschappelijke Instellingen maar ook naar de Federale Culturele Instellingen of andere culturele instellingen waar een samenwerking opportuun is.

Het streven naar efficiëntie en schaalvoordelen mag echter de specificiteit van de afzonderlijke instellingen niet in gevaar brengen.

GROEN [2]

Ja, we hebben in ons programma de volgende passage opgenomen:
1. De federale wetenschappelijke en culturele instellingen zijn zowat de verweesde kinderen van het cultuurbeleid. Ze verdienen een eigen minister en een krachtig beleid. We zouden zelfs durven spreken van een noodplan. Dat moet hen voldoende middelen garanderen maar hen ook aansporen om hun middelen efficiënt aan te wenden om hun taken waar te maken in de brede culturele, bibliotheek- en archiefsector. (F)
2. Een actieve samenwerking is nodig met instellingen en organisaties uit de gemeenschappen op het vlak van internationale projecten, studiewerk, onderzoek en innovatie ten bate van de cultuursector en de informatiesector. De informatie die de  instellingen beheren, moet toegankelijk zijn en blijven voor het brede publiek. (F)
3. De Koninklijke Bibliotheek moet haar rol als nationale bibliotheek ten volle waarmaken en een coördinerende en stimulerende rol opnemen voor de bibliotheken in België̈. Dat gebeurt nu onvoldoende. (F)
4. De federale en de Gemeenschapsinstellingen hebben belangrijke gezamenlijke troeven. We kunnen ze betrekken bij het kunstenbeleid (Opera, Bozar …) en bij museumbeleid als Vlaanderen in de toekomst naast de erkenning van musea ook ‘collecties’ laat spreken en ze erkent/beschermt. Dat zou helpen bruggen te bouwen. Ook de samenwerking met IRPA-KIK is cruciaal. Daar zit dé expertise inzake restauratie en behoud. (F) (V)

N-VA[3]

Maatregelen om deze doelstellingen op exemplarische wijze na te streven?

De twee federale kunstenmusea worden ondermaats bestuurd. Nochtans kunnen ze de motor zijn voor andere musea. We zijn daarbij gekant tegen elke vorm van verdere versnippering van onze twee kunstenmusea. De site van de Kunstberg omvat 50.000 m² en kan dus voldoende plaats bieden om het hele beeldende kunsten-overzicht te geven van oude meesters over hedendaagse en moderne kunst. En dit volgens moderne museologische normen.

Topstukken moeten getoond worden, er moet overzicht gecreëerd worden en ook digitaal tentoonstellen hoort daarbij. Tijdelijke tentoonstellingen kunnen inzoomen op een bepaald thema of een bepaalde invalshoek om de link met het heden of met hedendaagse maatschappelijke thema’s aan bod te laten komen. Eerst moet ingezet worden op het goed beheer van wat bestaat, vooraleer we al dan niet kunnen inzetten op een een nieuw museum.

Voor de N-VA zijn thema’s als erfgoed, de wisselwerking van de Vlaamse en federale musea en bewaring essentieel in het cultuurbeleid. Het betreft zowel het onroerend en het roerend erfgoed, hoe omgaan met de kroonjuwelen in de federale musea, het erfgoeddecreet, archieven, volkscultuur en culturele topstukken.

Open VLD [4]

Natuurlijk maken én de doelstellingen én onze dierbare collecties deel uit van het liberale politieke project. Kunst is een uiting van een mens en alleen daarom al moet kunst gekoesterd worden. Er moeten verschillende maatregelen genomen worden en dit over de communautaire grenzen heen. Kunst kent nu eenmaal geen grenzen, kunst is universeel!

Het einddoel moet zijn dat zoveel als mogelijk van onze collecties kan getoond en gezien worden. Kunst is iets wat je moet kunnen zien, voelen, ruiken. Kunst hoort niet thuis in een depot. Echter door de budgettaire toestand was het niet mogelijk om op vlak van de musea veel middelen vrij te maken. Vandaar dat samen met de gemeenschappen en de gewesten de krachten moet gebundeld worden om de collecties tentoon te stellen.

De mogelijkheid die de Brusselse regering aanbiedt om in 2017 een museum voor hedendaagse kunst te realiseren op het Ijzerplein ( Citroën gebouw) is een mooi voorbeeld.

sp.a *

 

2. Debat

De verdwijning zonder meer van de verzameling moderne kunst en de talrijke disfunctioneringen – de massale sluiting van de museumzalen, ernstige incidenten in verband met de conservatie van de werken, de vroegtijdige sluiting van de tentoonstelling Van der Weyden – veroorzaken terechte reacties, zelfs woede, in vele sectoren van de publieke opinie. Ze werden naar buiten gebracht door MzM, de pers en verschillende parlementairen.

In 2012 heeft Minister Paul Magnette, op dat ogenblik bevoegd voor Wetenschapsbeleid, de actoren uit de kunstwereld geconsulteerd (kunstenaars, docenten, conservatoren, journalisten, galeriehouders, verzamelaars, verantwoordelijken van verenigingen, architecten, ministers van cultuur) om hun visie te kennen in verband met  « een groot centrum voor moderne en hedendaagse kunst ». Hij deed de belofte de verschillende bijdragen te publiceren.  

Vragen : verdienen de toekomst en het bestuur van de KMSKB en van een Museum voor Moderne en Hedendaagse  Kunst in Brussel een openbaar debat ?
– Indien neen, waarom niet ?
– Indien ja, waar, onder welke vorm en met welke partners zou u dit debat willen voeren ?

CD&V

De oefening die Minister Magnette in 2012 lanceerde, werd met goede bedoelingen gestart. De volgende regering moet dit werk verder zetten, zodat de conclusies van de consultatie niet verloren gaan.

Een openbaar debat over een Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst in Brussel kan best op een gestructureerde manier gebeuren waar alle mogelijke actoren aan bod kunnen komen.

Een openbaar debat kan vele goede en creatieve ideeën naar voor brengen. De overheid zal echter rekening moeten houden met een aantal beperkingen. De plannen die voortspruiten uit een openbare consultatie zullen dus realistisch moeten zijn naar timing en haalbaar op vlak van de middelen.

GROEN

Ja, zo’n debat is noodzakelijk. De collecties van de federale musea zijn rijk en zeer waardevol. We moeten ze beter ontsluiten. Het debat moet breed gevoerd worden: met stakeholders van de federale musea zelf, met andere musea in het land, met de ministers van Cultuur, de federale overheid, en alle geïnteresseerde burgers.

N-VA

Uiteraard is een publiek debat hierover altijd verrijkend. De N-VA pleit daarbij voor de nodige transparantie in beleid en bestuur van deze musea. Objectieve evaluaties dringen zich op. Zowel de administratie als de politici moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. In dat opzicht is het opmerkelijk dat toenmalig minister Magnette in 2012 met de betrokken actoren heeft gesproken, maar dat het relaas hiervan niet publiek is gemaakt.

Het schrijven van een cultuurbeleid is een traject van terugblikken en van vooruitkijken: wat willen we behouden, wat willen we vernieuwen? De uitdaging is om nieuwe kansen te creëren en het vertrouwen van de culturele scene te winnen, en tevens een constructieve samenwerking met de administratie in stand te houden.

Open VLD

Er is geen twijfel mogelijk er moet een groot debat komen over de federale musea én de werking én de noden van deze musea. Dit kan de vorm aannemen van rondetafelgesprekken, dan ga je er namelijk van uit dat iedereen gelijkwaardig is, want de toekomst van musea is niet iets wat zomaar door de beleidsmakers kan opgelegd worden zonder grondige consultatie van iedere stakeholder. Zoals reeds gesteld moeten alle beleidsniveaus uitgenodigd worden om in debat te gaan. Er zijn nu reeds beslissingen genomen om onderdak te geven aan een museum voor hedendaagse kunst in de Citroën garage.

Maar nu deze klip genomen is, betekent dit niet dat de problemen van de baan zijn. Het is hoog tijd dat alle actoren uit de kunstwereld samen met de politieke samen rond de tafel gaan zitten, en dit rond concrete projecten zoals financiering, hoe veilig tentoonstellen en wat tentoonstellen.

 

3. Gebouwen, zalen en verzamelingen

De aankondiging om de verzamelingen moderne kunst onder te brengen – op voorlopige basis en op een niet nader bepaald tijdstip –  in het Vanderborght-gebouw zegt niets over de projecten betreffende het gebouw van de KMSKB aan de Regentschapsstraat waar de meerderheid van de zalen om diverse redenen sinds jaren gesloten zijn. Het zegt ook niets over het lot van de verzameling oude kunst waarvan een groot deel verbannen is naar de reserves en niet toegankelijk is voor het publiek.

De « uitbreidingen » van het Museum voor Oude Kunst, ingehuldigd in 1974, zijn reeds tien jaar lang gesloten. Er werden dure asbestverwijderingswerken uitgevoerd maar stopgezet zonder perspectief op voortzetting. Een fractie van de werken 15de- 19de eeuw wordt vandaag aan het publiek getoond in bedroevende omstandigheden. 

Vraag : is volgens u een museum voor schone kunsten in het centrum van Brussel, gewest, Vlaamse, nationale en Europese hoofdstad, de inzet van een culturele, educatieve, sociale en economische politiek ?
– Indien neen, waarom niet ?
– Indien ja,  wat zal u concreet ondernemen om het museum de noodzakelijke middelen te geven om op passende wijze aan deze inzet tegemoet te komen ?   

CD&V

Brussel heeft reeds vele culturele troeven zoals Bozar, De Muntschouwburg, Flagey, de Ancienne Belgique of de vele private initiatieven. Kortom er is voor ieder wat wils. Een museum voor schone kunsten is in de hoofdstad van Vlaanderen, België en Europa dan ook onontbeerlijk.

Voor de bestaande instellingen worden reeds vele middelen voorzien voor de Federale Wetenschappelijke Instellingen. De inzet van beschikbare middelen zal daarom efficiënter (bijvoorbeeld door het nastreven van schaalvoordelen) en rationeler (bijvoorbeeld door te vermijden dat projecten waarin veel geïnvesteerd wordt niet meer stopgezet worden) moeten.

Wat de beschikbare infrastructuur betreft, is het noodzakelijk om een inhaalbeweging op het vlak van afwerking en renovatie. De Regie der Gebouwen, die bevoegd is voor de gebouwen van de federale overheid, heeft de voorbije jaren reeds aangedrongen om een geactualiseerd masterplan te maken voor het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten. Dit zal in samenspraak met het museum moeten gebeuren aangezien zowel de collecties, het personeel als de bezoekers geen gevaar mogen lopen.

GROEN

Het museumbeleid moet in totaliteit worden bekeken. Het debat moet gaan over het brede museumbeleid. Het is toch vanzelfsprekend dat een museum voor schone kunsten in ozne hoofdstad een belangrijke plaats én functie inneemt.  Ik verwijs naar onze visie over de federale wetenschappelijke instellingen bij vraag 1

N-VA

Cultuur is reeds lang de bevoegdheid van de deelstaten. De KMKG op het Jubelpark bleven echter federale bevoegdheid. Gezien de ligging in Brussel, Europese hoofdstad, lijkt het ons logisch om deze musea te onttrekken aan Belspo en te streven naar meer autonome musea waarin we het beheer van de gebouwen, maar ook de uitbating van het museum in onderbrengen. De aandeelhouders zijn uiteraard de twee gemeenschappen van ons land, mogelijk aangevuld met privé-partners.

Beide gemeenschappen zijn dan samen verantwoordelijk voor het beheer van het gebouw, de nodige renovatiewerken, maar ook voor de collecties, het personeelsbeleid, het museumbeleid en alle andere zaken.

Open VLD

Het is de evidentie dat een volwaardig museum voor schone kunsten een plaats verdient in onze hoofdstad, net zoals een dergelijk museum zijn plaats heeft in Gent, Antwerpen, Doornik,…

Open Vld meent dat met de aankondiging van de Brusselse regering met de komst van een museum voor schone kunsten in het Citroën gebouw een cruciale stap is in de permanente tentoonstelling ten dienste van de gemeenschap van kunst. De nodige financiering moet inderdaad voorzien worden, echter zoals reeds aangehaald is een financiering vanuit de verschillende beleidsniveaus en andere kanalen de ideale mix.

 

4. Educatie, vorming, culturele bemiddeling

Het Museum voor Moderne Kunst is sinds 2011 gesloten en de verzamelingen die in het Vanderborght-gebouw zullen worden ondergebracht zullen nog twee of drie jaar ontoegankelijk zijn voor het publiek. Een jongere die zich in 2011 in het lager, secundair of hoger onderwijs inschreef, zal zijn cyclus beëindigen zonder contact te hebben gehad, in Brussel, met de verzamelingen 20ste en 21ste eeuw.

Het opsplitsen van de verzamelingen in zogenaamde « nieuwe musea » leidt tot een sterk verhoogde inkomprijs waardoor het museum voor een bepaald publiek moeilijk toegankelijk wordt.

Vraag : speelt, volgens u, het museum als culturele instelling  een rol in de opvoedings- en vormingspolitiek ? 
– Indien neen, waarom niet ?
– Indien ja, wat garandeert in uw programma de cognitieve en materiële toegang tot musea – en concreet tot de verzamelingen van de KMSKB, inbegrepen de verzameling moderne en hedendaagse kunst – voor kinderen van het lager onderwijs en jongeren van het secundair en hoger onderwijs ?

CD&V

Een museum heeft uiteraard een belangrijk rol in de opvoeding- en vorming van kinderen en jongeren. Aangezien de federale musea publieke instellingen zijn moet voor hen in het bijzonder deze toegang gegarandeerd worden. Toegangsprijzen mogen geen obstakel vormen om de federale collecties te bezichtigen.

De efficiënte omgang met de beschikbare middelen, een goede samenwerking met andere instellingen en met de gemeenschappen moet ervoor zorgen dat ook de federale kunstcollecties een belangrijke rol kunnen spelen in de opleiding van leerlingen en studenten. En dat dit aan democratische toegangsprijzen kan gebeuren.

CD&V is van oordeel dat de collectie Moderne en Hedendaagse kunst zo snel mogelijk terug toegankelijk moet zijn. We betreuren de keuze van de museumdirectie om de collectie op te bergen. Toch heeft Staatssecretaris Verherstraeten er mee voor gezorgd dat er een voorlopige tentoonstellingsruimte in het Vanderborght gebouw beschikbaar zal zijn. Dit zorgt ervoor dat de collectie (deels) terug zichtbaar zal zijn voor het publiek.

Dit geeft de federale overheid de kans om een permanente en duurzame oplossing te zoeken om de collectie tentoon te stellen. Op termijn zullen in Brussel de aanwezige federale verzamelingen moderne en hedendaagse kunst op een wijze gepaste wijze tentoongesteld worden.

GROEN

Het antwoord is ‘ja’. Het genoemde masterplan voor de musea moet vertrekken van de rijke collecties, maar zich volop inschrijven in de internationale ICOM-definitie. Daar is die educatieve opdracht een essentieel onderdeel van. WIj hebben in ons cultuurprogramma daarenboven zelf ook een prioriteit gemaakt van cultuureducatie en participatiebevordering.

N-VA

Cultuureducatie begint van jongs af aan. Hoe vroeger we kinderen in contact brengen met kunst en cultuur, hoe vroeger we ze kansen geven. Dat betekent niet alleen de toegang tot de musea verzekeren, maar ook het versterken van de cultuureducatieve dienst in het museum.

Laat kinderen proeven van kunst en cultuur en laat ze ook experimenteren met kunst en cultuur. Workshops, digitale cultuureducatie,… op school, thuis met de familie, spontaan, met jeugdbewegingen of tijdens vakantiestages, bijvoorbeeld.

Dit alles kan helpen om kinderen het verleden te leren kennen, te leren omgaan met het heden en de toekomst voor te bereiden. Een gratis verhaal bestaat niet, maar we moeten erover waken dat de inkomprijzen geen extra drempel vormen om kinderen, jongeren en jongvolwassenen kennis te laten maken met het museum en onze rijk kunst- en cultuurpatrimonium.

Open VLD

Sowieso moet een kind, een jongere de kans hebben tijdens zijn schoolloopbaan om meerdere musea te bezoeken. De musea moeten inderdaad qua toegangsprijs laagdrempelig blijven. Ieder museum heeft wel een aparte prijs voor kinderen en jongeren waardoor dit alles wel betaalbaar blijft.

 

5. Toekomstplanning

De toekomst van het Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst en zijn verzameling, heeft nood aan een nuchtere en zorgvuldige reflectie, en dat in het belang van iedereen. Om dit te verwezenlijken, zoals dat meestal het geval is, moet de regering een opdracht tot toekomstplanning – zowel pragmatisch, inventief en gedocumenteerd – toekennen aan een persoon die zowel thuis is in museale politiek als in het domein van de hedendaagse kunst. Deze onderzoeksopdracht kan dan leiden tot een internationale werkgroep die het overleg en de noodzakelijke raadplegingen zal leiden (cf. vraag 1).

Het Museum voor Moderne Kunst werd gesloten zonder enig alternatief, het is nu aan anderen om er een toekomst voor te bedenken.

Vraag : bent u van mening dat de oprichting van een Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst voldoende belangrijk is om het voorwerp uit te maken van een grondige voorbereidende studie ?   
– Indien ja, zou u een onafhankelijke opdracht in verband met een toekomstplanning voorstellen of ondersteunen ?
– Indien neen, waarom niet ?

CD&V

CD&V voorziet geen specifiek nieuw museum voor de Moderne en Hedendaagse Kunst. De instelling die deze verzamelingen zal tentoonstellen blijft het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten. Of deze permanente tentoonstelling in een nieuw gebouw of in reeds bestaande gebouwen moet plaatsvinden, moet inderdaad onderdeel uitmaken van een grondige studie.

Door de voorlopige locatie van het Vanderborght gebouw is er tijd om de permanente tentoonstelling van de Moderne en Hedendaagse Kunst voor te bereiden en de plaats te geven die het verdient. Naast de locatie zal er in de studies ook oog moeten zijn voor de tentoonstellingswijze en een doordacht aankoopbeleid.

GROEN

Ja, een studie over een dergelijk museum is zeker zinvol. We moeten op die manier uitklaren hoe we de museumcollecties indelen en verspreiden over musea: bepalen van de criteria (obv van tijdsperiodes, dan wel kunstenaars of een ander indelingsprincipe. Zeker onze collectie moderne kunst moet opnieuw zichtbaar en toegankelijk worden. Over de wijze waarop spreken we ons niet uit, precies daarvoor moet die studie dienen. Daarnaast stelt zich de problematiek van de hedendaagse kunst. Is dit voor de federale musea een bijkomende opdracht? Deze collecties zijn echter niet zo uitgewerkt.

N-VA

Er moet een duidelijke toekomstplanning opgemaakt worden voor beide federale kunstmusea. Moderne en Hedendaagse Kunst moet daar een volwaardig deel van uitmaken. De N-VA wil deze musea in de eerste plaats uit hun administratief keurslijf halen, ze autonoom beheren met een dynamische raad van bestuur waar experten op velerlei vlak (financieel, museologisch, architecturaal…) in zetelen.

Verder willen we inzetten op het digitaal ontsluiten van de collecties en ondertussen een masterplan opstellen voor renovatie van de gebouwen. Alle collecties moeten evenwaardig getoond en ontsloten worden met de meest moderne museologische visie die beantwoordt aan de doelstellingen van ICOM. Daarvoor zijn ook financiële middelen nodig. Beide gemeenschappen dragen verantwoordelijkheid en ook inbreng zijn vanuit de prive-sector is mogelijk. Mecenaten, crowdfunding, fiscale stimuli zijn nodig om de bedrijfswereld, families en individuen te betrekken bij kunst en cultuur. Dat vergroot ook het maatschappelijk draagvlak voor kunst en cultuur.

De conclusie is duidelijk: de toekomstvisie moet gebaseerd zijn op flexibiliteit, op netwerken, sociaal weefsel en dynamisme.

Open VLD

Open Vld is ervan overtuigd dar een Museum voor moderne en hedendaagse kunst in Brussel moet komen, echter een zoveelste studie bovenop de anderen kan wel eens leiden tot extra kosten en onnodig tijdverlies. Open Vld meent dat nu volop de kaart moet getrokken worden om het Citroën gebouw om te vormen tot een attractief museum voor moderne en hedendaagse kunst, zodat dit effectief in 2017 kan opengaan.


 

[1] 18/4/14

[2] 9/4/14

[3] 9/5/14

[4]  9/5/14

* 14/5/2014 : Het standpunt van sp.a door wat betreft de federale musea : “De wetenschappelijke federale instellingen moeten zich bezighouden met de kern van hun opdracht, i.e. het runnen van een museum als een wetenschappelijke instelling (onderzoek, conservatie, aankoopbeleid, pedagogisch beleid,…). Bovendien moeten de instellingen meespelen in internationale debatten. Daarvoor moeten we hen de nodige artistieke en academische autonomie geven, door een aantal taken uit hun handen te nemen, zoals bijvoorbeeld het beheer van de gebouwen, het personeelsbeheer en het management. Die functies kunnen een onderkomen vinden in een gewestelijke structuur, los van het inhoudelijke.” De visie van sp.a op een museum voor moderne en hedendaagse kunst : http://www.makbrussel.be/wp-content/uploads/2013/07/MAK_projectvoorstel.pdf, en op de Belgische musea : http://www.faronet.be/dossier/musea-anno-2014/musea-middelen-en-macht-stemmen-uit-de-politiek.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actualiteit, Mededelingen van MzM, Politici

Idrissi: ‘Museum aan Ninoofsepoort zou boost zijn voor kanaalzone’

Vlaams parlementslid Yamila Idrissi (SP.A) is bijzonder verheugd dat de Ninoofsepoort als locatie voor het nieuwe museum wordt overwogen. “Kiezen voor de wijk rond de Ninoofsepoort is geloven in de dynamiek en creativiteit van Brussel. De komst van een museum zou een ongelofelijke boost geven aan de kanaalzone\

viaIdrissi: \’Museum aan Ninoofsepoort zou boost zijn voor kanaalzone\’.

© brusselnieuws.be, maandag 4 februari 2013, 08u54

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Brusselnieuws, Pers en media, Politici

Minister P. Magnette heeft “de actoren van de kunstwereld” geraadpleegd

Geachte mevrouw, mijnheer,

De collecties moderne en hedendaagse kunst van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB) zijn nog slechts gedeeltelijk toegankelijk voor het publiek. Als verantwoordelijke minister voor de grote federale musea, probeer ik in samenwerking met de Regie der Gebouwen op korte termijn een groot deel van deze werken opnieuw tentoon te stellen.

Op de langere termijn lijkt het me dat Brussel de bouw van een groot centrum voor moderne en hedendaagse kunst verdient. De vooreerst culturele impact, maar ook de toeristische en economische weerslag van zo’n project schijnen me een dergelijke  investering ruim te rechtvaardigen.

Zoals ik al in de pers aankondigde, wens ik de actoren van de kunstwereld (kunstenaars, docenten, curatoren, journalisten, galerijhouders, verzamelaars, verantwoordelijken van verenigingen, architecten, ministers van Cultuur, …) te raadplegen om hun visie op een dergelijk project te kennen. Het leek me dat uw advies hier een licht op zou kunnen werpen.

Kan u me dus, op maximum twee pagina’s (tekst, tekening[1], …) laten weten hoe u zo’n centrum zou overwegen? Onder andere over de volgende vragen zou uw mening erg waardevol zijn:

– wat moeten we in zo’n ruimte tentoonstellen, in aanvulling op de collecties van moderne en hedendaagse kunst van de KMSKB?
– welk evenwicht moeten we bereiken tussen de vaste collecties en de tijdelijke tentoonstellingen?
– welke activiteiten moeten er plaatsvinden?
– welke samenwerkingsverbanden kunnen er worden aangegaan?
– hoe verzekeren we een complementariteit tussen deze instelling en de bestaande structuren?
– waar in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zou zich een dergelijk gebouw idealiter moeten bevinden?

Ik ben van plan om de bijdragen die ik zal ontvangen (via post EN e-mail naar de adressen onderaan deze brief) onder een nader te bepalen vorm te publiceren. Samen zullen ze een belangrijke inspiratiebron vormen voor alle ontwerpers van het project.

Ik dank u bij voorbaat voor uw interesse in dit project en voor de rol die u in de realisatie ervan zal spelen.

Met vriendelijke groet,
Paul Magnette

(zomer 2012)


[1] De teksten, tekeningen en andere artefacten zullen na publicatie verzameld worden in een dossier dat ik aan de archieven van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België zal overhandigen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politici

Senaat (23/10/2012) : de bestemming van de collectie moderne kunst

Vraag nr.5-2569 (23/10/2012) om uitleg van de heer Bert Anciaux aan de minister van Wetenschapsbeleid over de bestemming van de collectie moderne kunst. 

Eerder ondervroeg ik de minister (vraag 5-6902) over de mogelijke en tijdelijke verhuis van de collectie Moderne Kunst van het KMSKB naar het Dexia Art Center. Dit voornemen ging immers in tegen alles wat de minister mij in eerdere antwoorden meedeelde, namelijk dat men de collectie moderne kunst zou onderbrengen in een gerenoveerde vleugel, bekend onder de naam “uitbreiding”, van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten (KMSKB). De minister bleef in zijn antwoord erg vaag en liet ook na om enkele vragen te beantwoorden.

De minister verwees hierbij wel naar een studie waaruit bleek dat een tijdelijke ontplooiing van het Museum van Hedendaagse Kunst in deze “extensies” 5 tot 7 miljoen zou kosten en dat dit een verlieslatende financiering zou zijn, omdat er achteraf ingrijpende renovatiewerken noodzakelijk zouden zijn.

De minister stelde ook dat hij zich in onderling akkoord met de Regie der Gebouwen wendde tot het Dexia Art Center, het voormalige Etablissement Vanderborght. Verder verklaarde de minister dat er hiervoor nog partnerschapsovereenkomsten noodzakelijk zouden zijn, o.a. met de Stad Brussel en met de eigenares van het gebouw.

Ik ben erg tevreden dat de minister naar oplossingen zoekt om de prachtige en waardvolle collectie Moderne Kunst in zijn volledigheid te kunnen tonen aan het publiek. Maar de vele tegenstrijdigheden, de vaagheden en de voortdurende wijzigingen roepen vele vragen bij me op. Daarover de volgende vragen.

Uit goede bron verneem ik dat men bij de Staatssecretaris voor de Regie der Gebouwen nooit een vraag heeft ontvangen over een mogelijke huisvesting van de collectie Moderne Kunst in de extensies. Zij hebben dus ook nooit een studie afgeleverd. Klopt dit? Zo ja, aan welke studie refereerde de minister en op welke basis steunt de raming van 5 tot 7 miljoen? Kan de minister mij ook uitleggen wat hij bedoelt bij zijn verwijzing naar noodzakelijke grote renovatiewerken? Ik maakte uit de eerdere antwoorden van de minister op dat vooral voorafgaand, o.a. een asbestverwijdering, de renovatiewerken moest uitvoeren.

Kan de minister ook beantwoorden wie er uiteindelijk besliste om de piste van de “uitbreiding” te verlaten en het Dexia Art Center in overweging te nemen? Wie werd er allemaal betrokken bij deze beslissing en welke rol speelde de Regie der Gebouwen? Hoe strookt deze beslissing met een eerdere studie van de KMSKB dat stelt dat het Dexia Art Center niet voldoet aan de eisen voor een museum voor moderne kunst? Welke redenen werden er aangehaald in deze studie en op welke wijze denkt men dit te kunnen rechtzetten

Tot slot, hoe ver staat deze beslissing? Werd ondertussen contact opgenomen met de stad Brussel en de eigenares van het gebouw? Zo ja, met welk resultaat? Zo neen, waarom niet en wanneer denkt de minister hier tot actie over te gaan? Heeft de minister al een idee van het kostenplaatje van deze hervestiging? Ik veronderstel dat aangezien men de ‘uitbreiding’ afwijst omwille van het hoge kostenplaatje en dat het spoor van het Dexia Art Center beduidend minder zal kosten?

Begrijpt de minister dat deze zaak en de wijze waarop het beleid zich hier ontwikkelt, steeds opnieuw zorgt voor grote onduidelijkheid, getuigt van weinig transparantie en daardoor velen prikkelt op een weinig constructieve en positieve wijze?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actualiteit, Politici

Senaat 10/10/2012 : Collectie moderne kunst – Bestemming

Schriftelijke vraag nr. 5-6902 van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 24 augustus 201 aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden (Vraag gesteld in het Nederlands) :

Volgens een bericht in de krant De Morgen zou de collectie moderne kunst van de KMSKB op korte termijn een onderkomen vinden in het Dexia Art Centrum. Op lange termijn komt er een nieuw gebouw. De krant haalt deze informatie bij bronnen die van nabij met het dossier te maken hebben.

Dit nieuws komt als een verrassing voor mij. In een vorig antwoord op een schriftelijke vraag (nr. 5-5696) stelde men dat de collectie moderne kunst zal worden ondergebracht in een grotere vleugel (die bekend staat onder de naam “uitbreiding”) van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten (KMSKB) van zodra de Regie der Gebouwen haar werkzaamheden heeft beëindigd. Dat gaf me de indruk dat deze werken al volop bezig waren. Bovendien bleek uit een studie van de KMSKB dat het Dexia Art Center niet voldoet aan de eisen voor een museum voor moderne kunst.

1. Kan de minister de berichtgeving bevestigen dat men de collectie moderne kunst (tijdelijk) zal onderbrengen in het Dexia Art Center? Wie heeft dit beslist? Op welke wijze en op basis van welke argumenten kwam deze beslissing tot stand? Wanneer denkt men te kunnen overgaan tot een verhuis en een opening?

2. Hoe strookt deze beslissing met het eerdere antwoord dat men de collectie zou onderbrengen in een gerenoveerde vleugel van de KMSKB? Waarom is men van deze plannen afgestapt?

3. Hoe strookt deze beslissing met de studie van de KMSKB die stelt dat het Dexia Art Center niet voldoet aan de eisen voor een museum voor moderne kunst? Welke redenen werden er aangehaald in deze studie en op welke wijze denkt men dit te kunnen rechtzetten?

4. Het artikel stelt dat er op termijn een nieuw gebouw zal worden opgetrokken. Welke mogelijkheden en ideeën liggen hier op de tafel?

Antwoord ontvangen op 10 oktober 2012 :

Het geachte lid vindt hierna het antwoord op zijn vraag.

Ik heb mijn ministeriële verantwoordelijkheden opgenomen en ik heb mij zelf bij het dossier betrokken. Ik besliste om aan de hedendaagse en de moderne kunst een tentoonstellingsruimte te geven die groot genoeg was opdat het publiek opnieuw zou kunnen genieten van een groot deel van deze werken, zonder eerst tien of vijftien jaar te moeten wachten op een nieuw museum.

Gelijklopend met de adviezen die worden ingewonnen e bij de bij de spelers van de kunstwereld, wordt een studie verricht naar de gevolgen, vooral op financieel vlak, van de mogelijke keuzes. Het is gebleken dat 5 tot 7 miljoen euro zou nodig zijn voor de tijdelijke ontplooiing van het Museum van Hedendaagse Kunst in de “Extensies”. Dat zou een verlieslatende financiering zijn, omdat in deze zalen achteraf grote renovatiewerken moeten uitgevoerd worden.

In onderling akkoord met de Regie der Gebouwen, heb ik mij gewend tot het Dexia Art Center, het voormalige Etablissement Vanderborght, dicht bij de Grote Markt. Indien deze ruimte uiteindelijk wordt uitgekozen om er het ModernLab in onder te brengen, als voorloper van het toekomstig Museum voor hedendaagse en moderne kunst, dan zal een partnerschapsovereenkomst moeten afgesloten worden met de Stad Brussel, de eigenares van het gebouw, om de nodige minimum investeringen mogelijk te maken (veiligheid, elektriciteit, enz.) waaraan een modern kunstmuseum moet beantwoorden.

Zulke operatie strookt met de projecten over de collecties van de federale wetenschappelijke instellingen opnieuw ontplooien, zoals dat wordt voorzien in de nieuwe Bestuursovereenkomst 2012-2015 van het Federaal Wetenschapsbeleid.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actualiteit, Politici

Senaat 27/3/2012 : de sluiting van de afdeling Moderne Kunst

Vraag om uitleg van senator Bert Anciaux aan de minister van Wetenschapsbeleid over de sluiting van de afdeling Moderne Kunst van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten te Brussel

De sluiting van de afdeling Moderne Kunst van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, nu een jaar geleden, wekt veel deining. Zo is er maandelijks een protestactie en de berichtgeving in de pers over die sluiting bezorgt de Federale Wetenschappelijke instellingen heel wat imagoschade. De sluiting van de afdeling Moderne Kunst is slechts een voorbeeld van de ingrijpende beslissingen die de algemeen directeur van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, tevens algemeen directeur ad interim van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, neemt. Hij ventileert zijn nieuwe ideeën en beslissingen ook onophoudelijk in de pers. Het lijkt erop dat deze interim ambtenaar volledig zelfstandig en ad hoc beslissingen kan nemen zonder enig overleg.

Kan de minister verduidelijk hoe de normale beslissingsprocedure van een algemeen directeur en een algemeen directeur ad interim verlopen? In de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten zijn er een directieraad, een uitvoerend comité en een wetenschappelijke raad actief. In welke mate zijn de betrokken directieraden, de uitvoerende comités en de Wetenschappelijke Raad hierbij betrokken? Wat zijn de wettelijke bevoegdheden van de directieraad, het uitvoerend comité en de wetenschappelijke raad? Wie zit respectievelijk in de directieraad, het uitvoerend comité en de wetenschappelijke raad en wat zijn hun precieze functies binnen en/of buiten de instelling? Op welke basis zijn deze mensen gekozen en wat zijn de motivaties geweest om deze mensen respectievelijk in de directieraad, het uitvoerend comité en de wetenschappelijke raad te laten zetelen? Is de aanstelling van elk van deze personen bekrachtigd in het Belgisch Staatsblad? Sinds wanneer zitten elk van deze personen respectievelijk in de directieraad, uitvoerend comité en de wetenschappelijke raad? Wat zijn de termijnen van de mandaten van de elk van de leden van de directieraad, uitvoerend comité en de wetenschappelijke raad? Kunnen dezelfde personen zetelen in respectievelijk de directieraad, uitvoerend comité en de wetenschappelijke raad? Indien wel, vindt de minister het normaal dat het beslissingsrecht gecentraliseerd wordt bij een beperkte groep van dezelfde mensen.

Antwoord ontvangen op 27 maart 2012 :

De algemeen directeur van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB) heeft toegegeven een communicatiefout te hebben begaan, te weten niet erin geslaagd te zijn de boodschap over te brengen dat de sluiting van het Museum voor Moderne Kunst niet de verdwijning van het toneel van de kunst van de XXe eeuw betekende, daar een deel van de kunstwerken werden verspreid over de twee verdiepingen van de patio naast het forum, het hart van de KMSKB.

De collecties worden binnenkort evenwel in een grotere ruimte ondergebracht in de vleugel van de instelling bekend onder de naam “uitbreiding”, zodra de Regie der Gebouwen haar werkzaamheden heeft beëindigd, in aansluiting op contacten tussen mijn kabinet en dat van de staatssecretaris belast met de Regie. Dat is uiteraard een voorlopige oplossing, in afwachting van de oprichting van een nieuw museum voor moderne en hedendaagse kunst, het project dat mijn voorkeur wegdraagt. Ik ben er mij van bewust dat dat een langetermijnproject is dat binnen 10 tot 15 jaar kan worden gerealiseerd.

De sluiting van het Museum voor Moderne Kunst werd bekendgemaakt in het managementplan van de algemeen directeur van de KMSKB en meegedeeld aan de voorzitter van het directiecomité van de Programmatorische Overheidsdienst (POD) Wetenschapsbeleid en, naar verluid, aan mijn voorgangster die bevoegd was voor de federale wetenschappelijke instellingen (FWI’s).

Noch de directieraad noch de wetenschappelijke raad mag zich beroepen op enige bevoegdheid wat de sluiting betreft. Het is een door algemeen directeur genomen interne beslissing in overeenstemming met het programma dat hij opgesteld had en die hij via de verantwoordelijken van de betrokken diensten heeft laten uitvoeren.

In tegenstelling tot het informele uitvoerend comité (alle diensthoofden), hebben de directieraad en de wetenschappelijke raad een wettelijke grondslag.

De leden van de directie hebben er in hun hoedanigheid zitting in zolang zij in functie zijn. Het gaat om de algemeen directeur en de hoofden van de verschillende departementen van de FWI die weldra worden vervangen door operationeel directeurs en ondersteunende directeurs.

De wetenschappelijke raad bestaat voor de ene helft uit de leden van de directieraad en voor de andere helft uit wetenschappelijk prominenten van buiten de instelling uit de academische of wetenschappelijke wereld, met ervaring op het gebied van de opdrachten van de instellingen. Die externe leden, evenveel Nederlandstaligen als Franstaligen, worden op de voordracht van de minister door de Koning benoemd uit een door de algemeen directeur van de instelling voorgedragen dubbeltal. De externe leden hebben een verlengbaar mandaat van vier jaar. De voorzitter van de wetenschappelijke raad wordt onder hen gekozen, het ondervoorzitterschap komt van rechtswege de algemeen directeur toe. De benoemingsbesluiten worden in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.

De beheerscommissie van haar kant is samengesteld uit door de minister benoemde leden, voor een (verlengbaar) mandaat van vier jaar. De benoemingsbesluiten worden in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Sommige leden zijn stemgerechtigd, anderen hebben enkel een adviserende stem, te weten de directeur van de wetenschappelijke raad en de door de personeelsleden van de POD of van de instelling gekozen secretaris.

De stemgerechtigde leden zijn:

  • de leden van rechtswege (de algemeen directeur van de FWI die ondervoorzitter is en de rekenplichtige);
  • een lid van het wetenschappelijk personeel van de instelling die door de algemeen directeur is gekozen, in een andere taalrol dan de zijne;
  • twee door de voorzitter van de POD aangewezen leden, te weten een ambtenaar van klasse A4 die de voorzitter wordt van de commissie en een personeelslid van niveau 4 die tot de financiële dienst behoort;
  • vier externe experts (twee Nederlandstaligen, twee Franstaligen) met managementervaring: twee van hen worden rechtstreeks door de minister gekozen en de twee anderen uit het door de algemeen directeur voorgedragen dubbeltal.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politici

Senaat 27/3/2012 : de reorganisatie van de federale musea

Vraag om uitleg van senator Bert ANCIAUX aan de minister van Wetenschapsbeleid over de grootschalige plannen tot reorganisatie van de Brusselse federale musea (vraag nr. 5-5700 van 28 februari 2012)

In De Standaard en in La Libre Belgique van 10.02.2012 geeft de minister voor het eerst zijn visie over de toekomst van de federale musea. Zoals de titel in de Standaard het doet vermoeden, “En als we hier nu eens een Louvre maken?”, betreft het een grootschalig – sommigen zouden het megalomaan noemen – project, dat zich vooral in de buurt van de Kunstberg moet situeren. Een museum voor moderne en hedendaagse kunst versterkt met de kunstcollectie van Dexia, te vestigen in het Grondwettelijk Hof (navraag leert dat de betrokken diensten hiervan totaal niet op de hoogte zijn!); een museum van de Vlaamse Primitieven tot Rubens waarvoor geen locatie wordt opgegeven; een Fin-de-Sièclemuseum dat in november zal openen in de KMSK te Brussel; een art-nouveaumuseum in het Old-Englangebouw (MIM); een Magrittemuseum dat al aanwezig is in de KMSK te Brussel. Het MIM moet dan verhuizen naar het Dexia Art Center vlakbij de muntschouwburg waar dan “een cité de musique” kan ontstaan. In dat verhaal zou de KMKG iets vergelijkbaar moeten worden als het Parijse Quai Branly. De minister voelt “uit zijn contacten” dat de idee terrein wint om met een overkoepelende structuur te gaan werken. Uit beide interviews lijkt het wel of het de algemeen directeur ad interim was, die hier de pen vasthield. Want een week daarvoor verkondigde de algemeen directeur ad interim een gelijkaardig scenario voor de Federale musea in Le Soir (04.02.2012). Bovendien sluiten de stappen die de algemeen directeur ad interim als ad interim directeur heeft gezet om de voortgang van het project van de zalen Belgische art nouveau en art deco tegen te houden, ook naadloos aan bij de visie die de minister nu onderschrijft.

Hoe realistisch beoordeelt de minister deze plannen? Hoe ziet de minister de opsplitsing van grote musea naar kleine musea structureel gebeuren? Los van de kostprijs voor renovatie van gebouwen en de inrichting, is de minister er werkelijk van overtuigd dat de werking van de verschillende sites een besparingsoperatie zal zijn?

Heeft de minister een idee hoeveel jaren het zal kosten om dit project te realiseren? Zullen die collecties die elders moeten worden ondergebracht in tussentijd niet te zien zijn voor het grote publiek? Voor de afdeling moderne en hedendaagse kunst heeft de minister een tijdelijke oplossing uitgewerkt, maar zal de art nouveau al die jaren niet zichtbaar zijn voor het grote publiek?

Heeft de minister er een globaal idee van wat het kostenplaatje van het volledige plan zal zijn? Het betreft immers de inrichting tot museumruimte van het Constitutioneel Hof, het leegmaken van het Muziekinstrumentenmuseum en de verbouwing tot een art-nouveaumuseum, de verbouwing van het Dexia Art Center en de volledige herinrichting van de KMKG. De site in het Jubelpark heeft enorm te kampen met problemen te wijten aan een jarenlange verwaarlozing vanwege de overheid en moet dringend aangepakt worden omdat de kunstwerken in reëel gevaar zijn. Gaat de minister daarmee wachten?

Kan de minister een stappenplan voorleggen hoe hij dit groots project zal realiseren? Vindt de minister het verantwoord een succesvol museum als het MIM, met in 2011 een bezoekersaantal van 150.000, te sluiten nadat het 12 jaar geleden opende? Te weten dat de restauratie en de specifieke inrichting voor het Muziekinstrumentenmuseum incluis inrichting van een concertzaal om en bij de 1 miljard Belgische frank kostte!

Lijkt het de minister geen beter idee om nu al uit te voeren wat uitvoeringsklaar is vooraleer wilde plannen te smeden waarvan het nu al overduidelijk is dat zij niet verder reiken dan een idee en alleen al om budgettaire redenen nooit zullen worden uitgevoerd?

Vindt de minister dat het getuigt van visie om alles rond de Kunstberg te concentreren ten nadele van andere belangrijke sites als die van de KMKG (site Jubelpark) die met dit project als het ware wordt ontmanteld en waardoor een zware hypotheek op zijn voortbestaan wordt gelegd?

Wat met de historische inbedding van de art-nouveaucollectie van het Jubelpark waarvan de eerste aankopen dateren van 1894 en passen in een museumbeleid dat zowel toen als nu nog gericht is om een volledig beeld van de decoratieve kunsten van onze gewesten te bieden vanaf de 11de eeuw?

Lijkt het de minister geen minder omslachtige optie om de collectie art nouveau van de KMKG in het Jubelpark te tonen? Zij is historisch ingebed, in het gebouw, op de site van de grote internationale tentoonstellingen van het einde van de 19de eeuw waar ook het verwaarloosde Horta-Lambeauxpaviljoen staat, vlakbij het Ambiorix en Palmerstonsquare met zijn belangrijke art nouveaugebouwen (o.m. Horta) en in de nabijheid van het Cauchiehuis en het wereldberoemde Stocletpaleis? Is het een realistische visie om het Brusselse stadscentrum te ontlasten en van het Jubelpark een bijkomende toeristische trekpleister te maken?

Antwoord van de heer Paul MAGNETTE, 27/3/2012

 Mijn projecten om de federale wetenschappelijke instellingen (FWI) te moderniseren zijn ambitieus zonder megalomaan te zijn. Ik ben niet bang voor die werkzaamheden, zoals ik dat al gezegd heb aan de Kamercommissie bij de voorstelling van mijn beleidsnota vooraleer de pers er verslag van uitbracht.

Ik streef ernaar de door de FWI’s al opgezette acties voort te zetten, zoals bijvoorbeeld:

  • De opening op 20 oktober 2010 in de Koninklijke Bibliotheek van België van het LIBRARIUM, een permanente ruimte om de cultuur van het boek en van het schrift te ontdekken;
  • De renovatie en de integratie in 2003 van de hotels Gresham en Argenteau (nummers 7 en 9 in de Museumstraat) in de andere gebouwen van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB) en de opening in 2009 van het Magrittemuseum;
  • De renovatie in 2007 van de Galerij van de Dinosauriërs (de grootste in Europa) in het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen en de opening in 2009 van de Galerij van de Evolutie voor de herdenking van de 200e verjaardag van de geboorte van Charles Darwin en de 150e verjaardag van de eerste publicatie van zijn emblematisch werk “On the origin of species”;
  • De aankoop door de Koninklijke Sterrenwacht van België, ter gelegenheid van het Internationaal Jaar van de Sterrenkunde 2009, van een digitaal planetarium dat de bezoekers kan ontvangen in een totaal geherconfigureerde projectiezaal, een spitstechnologisch geheel van acht videoprojectoren waarmee de gehele koepel kan worden bestreken;
  • Andere projecten staan op stapel, zoals het masterplan voor het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika en de oprichting van het Fin-de-sièclemuseum (werknaam).

In de tweede moderniseringsfase die ik wens uit te voeren is het bedoeling meer zichtbaarheid te geven aan de kostbare art-nouveaucollecties van onze FWI’s. De internationale uitstraling van die emblematische Belgische stijl dient niet meer te worden bewezen. De presentatie ervan zou nog meer in de verf worden gezet en de aantrekkingskracht ervan kan nog groter zijn als het Fin-de-sièclemuseum en het Art-nouveaumuseum (samen gehuisvest in een gebouw van dezelfde stijl, te weten het Old Englandgebouw) op termijn één parcours vormen.

Bovendien ben ik overtuigd van het voorstel om in hartje Brussel een muziekcampus op te richten in het Dexia Art Center (het vroegere gebouw Vanderborght), in overeenstemming met de stad die er eigenaar van is. In dat gebouw zouden de collecties van het Muziekinstrumentenmuseum in de toekomst worden bewaard. De twee bovenverdiepingen zouden door de Munt worden benut, waardoor de beide instellingen zo de mogelijkheid wordt aangereikt om nieuwe synergieën tot stand te brengen en ten nutte te maken.

Het zwakke punt van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis is ongetwijfeld hun gebrek aan identiteit, getuige daarvan het relatief lage bezoekersaantal. In hun collecties zijn evenwel echte schatten terug te vinden. Mijn bedoeling is er een museum van beschavingen in onder te brengen die de invloeden van de andere beschavingen waarvan Europa voordeel heeft getrokken en de manier waarop zij ze heeft kunnen laten schitteren in het licht stelt. Zo een museum zou uniek ter wereld zijn, waartoe het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika kan bijdragen.

Ik ben ook de mening toegedaan dat Brussel nood heeft aan een museum voor moderne en hedendaagse kunst dat, behalve de collecties moderne en hedendaagse kunst van de KMSKB, ook de kunstwerkencollectie.

van Dexia Bank België, de eerste privécollectie van België, zou kunnen valoriseren. Als deze laatste collectie in bewaring wordt gegeven krachtens een overeenkomst, zou Brussel er een belangrijk museum voor moderne en hedendaagse kunst bijkrijgen met als rode draad hetgeen in België wordt gecreëerd. Zo zou men beschikken over een aantal grote musea die op onze sterke punten zijn toegespitst, te weten de Vlaamse primitieven, het fin de siècle, de art nouveau, de moderne en hedendaagse kunst en het Magrittemuseum.

Zoals gezegd zie ik er ook op toe dat de collectie moderne kunst intussen toegankelijk blijft voor de bezoekers van de KMSKB en dat de nieuwe opstelling en de ontsluiting van de collecties het in het kader van de kunstwerken verrichte onderzoek noch moeilijker maken noch de bewaring ervan in goede omstandigheden in gevaar brengen.

Aan al die projecten hangt uiteraard een hoog prijskaartje dat door de faam van museumstad kan worden afbetaald die Brussel kan verwerven en door de toeristische aantrekkingskracht die een dergelijk imago kan genereren. Voor het moment discussiëren de algemeen directeurs concreet over welke kosten over de tien FWI’s kunnen worden verdeeld en worden beheerd door de administratie van het Federaal Wetenschapsbeleid. Bovendien kunnen onderzoeksprojecten worden opgezet per pool, en/of in samenwerking met onze universiteiten. De drastische besparingen die hun kunnen worden opgelegd kunnen worden gecompenseerd door mecenaat, sponsoring en cofinanciering van sommige activiteiten met de federale overheid (Regie der Gebouwen, Beliris,…), het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de stad Brussel.

Om al die redenen kan ik op dit ogenblik de kosten van dat ambitieuze project niet precies inschatten, noch een precies tijdschema voorleggen. Het enige wat ik kan meedelen in dit stadium is de opening midden november van het Fin-de-sièclemuseum. Voor de tentoonstelling van de collecties moderne en hedendaagse kunst van de KMSKB, hoop ik de Regie der Gebouwen ervan te kunnen overtuigen bij voorrang binnen een jaar of anderhalf jaar maximum de asbestverwijderingswerkzaamheden te voltooien in de zalen achter de grote hal en die “de uitbreiding” worden genoemd.

Tot slot moeten snel knopen worden doorgehakt wat de administratieve structuur (koepel of volledige of gedeeltelijke fusie) van de pool Kunst betreft, zodat de langetermijnprojecten sneller vooruitgaan, te weten de definiëring van een thematiek voor de KMKG, de bestemming van gebouwen zoals het Old Englandgebouw en het Dexia Art Center, de oprichting van een nieuw museum voor moderne en hedendaagse kunst, …

1 reactie

Opgeslagen onder Politici

Kamer van Volksvertegenwoordigers, 18/4/ 2012

Samengevoegde vragen van

– mevrouw Muriel Gerkens aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden, over “het Museum voor Moderne Kunst van Brussel” (nr. 9700)

 – de heer Jef Van den Bergh aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden, over “de tijdelijke tentoonstelling van de collectie moderne kunst” (nr. 9989)

01.01 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen):

Monsieur le ministre, un article paru le 10 février dans La Libre Belgique et De Standaard, nous informait de votre décision d’affecter un espace à l’art moderne  dans l’actuel Musée des Beaux-Arts, et ce dans un délai d’un an et demi. Vous ajoutiez que vous demanderiez à la Régie des Bâtiments que la rénovation de ces salles soit prioritaire.

Dans le même article, vous précisiez votre volonté de créer un nouveau Musée d’Art moderne et contemporain dans un délai de dix ans. Enfin, vous communiquiez encore votre décision de renoncer à la location d’un bâtiment transitoire destiné à abriter les collections modernes. Ces démarches font suite au choix de M. Draguet de retirer les oeuvres modernes et contemporaines au bénéfice d’une section consacrée au XIXe siècle.

Monsieur le ministre, la demande formulée auprès de la Régie des Bâtiments a-t-elle été satisfaite? Quel est l’agenda des travaux en vue de la réinstallation des oeuvres? Pourriez-vous également nous indiquer ce qui a présidé au choix de ces salles et les raisons pour lesquelles le second plateau de 3 000 mètres carrés encore disponible n’est pas utilisé à cette fin? Puis-je enfin vous demander comment vous comptez mener à bien le projet du nouveau Grand Musée d’Art moderne et contemporain de Bruxelles? Je peux d’ailleurs le soutenir dans l’absolu, mais il serait judicieux que ce soit le fruit d’un travail collectif entre les acteurs culturels et le monde politique aussi bien fédéral que bruxellois.

01.02 Jef Van den Bergh (CD&V):

Mijnheer de minister, het bespaart ons wellicht wat tijd als u één antwoord geeft op beide vragen. Mijn vraag gaat inderdaad over hetzelfde onderwerp.

De tentoonstelling van de collectie moderne kunst werd ongeveer een jaar geleden gesloten. De verzamelingen 20e en 21e eeuw liggen sindsdien in de kelders van het museum. Zoals mevrouw Gerkens al zei maakte u op 10 februari uw visie bekend in onder andere De Standaard en La Libre Belgique. U had het toen over een tijdelijke tentoonstelling van de collectie moderne kunst, in afwachting van een nieuw gebouw. Om die tijdelijke tentoonstelling te organiseren zou één tot anderhalf jaar nodig zijn.

U verwierp de mogelijkheid een ander gebouw te huren — er was bijvoorbeeld sprake van het Dexiagebouw — en meende dat in het museum zelf een ruimte van 3 000 tot 5 000m2 moest worden gevonden. U zou de Regie der Gebouwen vragen de renovatie van die zalen prioritair aan te pakken.

Werd er ondertussen definitief beslist opnieuw een collectie moderne kunst in afwachting van een nieuw museum tentoon te stellen in het KMSKB?

Hebt u reeds contact opgenomen met de Regie der Gebouwen? Wat is het resultaat? Hebt u al een gedetailleerd plan van hoe en wanneer de zalen zullen worden gerenoveerd en wat daarvan de kostprijs zal zijn?

01.03 Paul Magnette, ministre:

Madame la présidente, chers collègues, en effet, j’ai indiqué mon souhait que la collection Art moderne des Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique soit à nouveau présentée au public dans les plus brefs délais. De fait, il est dommage que cette magnifique collection dont nous disposons reste inaccessible en attendant l’ouverture d’un nouveau musée, dans une dizaine d’années au minimum. Même si une sélection tournante de ces œuvres est organisée, cela reste insuffisant au regard de notre remarquable patrimoine.

Je souhaite également que la collection soit présentée, autant que faire se peut, au sein même du musée, ne fût-ce que pour des raisons d’économies en termes de billetterie, de gardiennage, etc., et pour utiliser le patrimoine existant de l’État plutôt que d’en acquérir d’autres. Il ne serait guère rationnel d’aménager un autre bâtiment alors que des espaces restent disponibles au musée et que leur rénovation est largement entamée. Sauf dans la perspective d’un beaucoup plus grand musée d’art moderne et d’art contemporain, qui appellerait un nouveau bâtiment. Néanmoins, pour présenter ce qui est de la collection existante, il me semble que le bâtiment existant demeure la meilleure option.

Mijnheer Van den Bergh, ik heb dus verschillende Brusselse plaatsen bezocht die de moderne en hedendaagse kunstcollectie zouden kunnen verwelkomen. Het lijkt mij daarbij vanzelfsprekend dat de lokalen die de uitbreidingen worden genoemd en die leegstaan na werken van asbestverwijdering, een perfecte plaats zouden zijn om de collectie voorlopig op te stellen. Die collecties zullen trouwens geen lange weg moeten afleggen om in goede omstandigheden opnieuw te worden geïnstalleerd.

Mijn medewerkers hebben dus contact gehad met de directeur van de strategische cel van de Regie der Gebouwen van de staatssecretaris van de Regie der Gebouwen. Ik heb daarover ook persoonlijk met de staatssecretaris gesproken. Een ontmoeting is weldra gepland.

De directeur staat in principe positief tegenover die vraag en zou van dat type renovatie willen gebruikmaken om energiebesparende werken uit te voeren. Hij wil mij natuurlijk spreken over het herinrichtingsproject van die zogenaamde uitbreidingen, maar wil het ook hebben over de gebouwen die door de POD Wetenschapsbeleid worden bezet.

Aucun agenda précis n’a été fixé. À partir du moment où la Régie des Bâtiments a déjà réalisé des travaux substantiels de désamiantage dans cette partie du bâtiment, il ne reste que des travaux de finition (électricité, peinture, vérification de l’hygrométrie et de la température). Ne s’agissant pas de réaménagements lourds, nous avons estimé qu’un délai d’un an et demi était tenable.

En revanche,  l’étage supplémentaire auquel vous faites allusion ne peut pas être utilisé pour le moment pour exposer des oeuvres puisqu’il contient les réserves d’oeuvres des XVe et XVIe siècles. On peut imaginer, à plus long terme, avec un vrai musée d’art moderne et contemporain dans un bâtiment propre, que ces réserves et les extensions puissent permettre de mieux exposer la partie consacrée aux Primitifs flamands, ce qui serait aussi un redéploiement intéressant de l’ensemble de nos collections.

Pour le reste, en ce qui concerne le projet à long terme du musée d’art moderne et contemporain, je souhaite également qu’il y ait une dynamique collective. Un premier groupe de travail s’est mis en place, représentant la Ville et la Région, les musées et le POD Politique scientifique. Il va continuer à travailler, à réfléchir sur la formule financière, sur la manière de faire appel à du mécénat privé et sur la localisation. Il faudra avoir un vrai débat avec les Bruxellois sur la localisation optimale afin de pouvoir utiliser ceci comme un levier de rénovation urbaine à Bruxelles.

Par ailleurs, je souhaite qu’une dynamique soit lancée sur le concept du musée lui-même. Quel musée d’art moderne et contemporain voulons nous ? Quel profil va-t-on lui donner? Ce travail se fera en collaboration avec des artistes contemporains qui sont prêts à s’investir dans ce projet, avec des conservateurs et avec des commissaires d’expositions. Nous avons un talent remarquable en Belgique. Nous avons des commissaires qui organisent des expositions d’art contemporain dans le monde entier. Nous avons une concentration de sommeliers et de commissaires d’art contemporain qui dépasse très largement la taille de notre population. Je voudrais qu’on utilise ce milieu pour concevoir un musée d’art moderne et contemporain qui ne soit pas juste la copie d’un autre mais qui soit vraiment un musée-phare en Europe.

01.04 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen):

Monsieur le ministre, je vous remercie pour cette réponse qui me réjouit. Vu le nombre de talents que la Belgique compte pour valoriser cette expression artistique contemporaine et moderne, il était râlant de constater que cette partie du musée avait atterri dans les caves. Certes, il n’est pas facile d’attirer du monde en permanence pour admirer ce type d’oeuvre. Ce doit être lié à une dynamique plus large d’enseignement, de critiques, d’événements. C’est tout cela qu’il faudra faire avec les personnes ressources et la direction du musée.

Je note que les échéances pourraient être retenues, les travaux n’étant pas trop conséquents. Je ne suis pas sûre de la mobilisation réelle de M. Draguet pour l’art moderne et l’art contemporain. Lorsque j’avais interrogé la ministre Laruelle, celle-ci m’avait répondu qu’il fallait tenir compte de l’autonomie de gestion. Vous, en votre qualité de ministre, vous désignez telle et telle salle dans tel musée. L’on peut donc porter atteinte à cette autonomie à partir du moment où cela poursuit des objectifs de politique culturelle! Aussi, je compte sur vous pour que cette décision soit respectée et que ces oeuvres-là soient sauvées. Ce qui ne signifie pas que l’on ne doit pas sauver celles des XVe et XVIe siècles ni les exposer aussi évidemment.

Depuis la fermeture du musée, une mobilisation est intervenue. Une série d’acteurs sont donc mobilisables sur le long terme. Dès lors, il serait très intéressant d’assister à la construction progressive d’une vraie politique de soutien et interactive avec la création d’art moderne et d’art contemporain. Je suivrai avec attention l’état d’avancement des travaux et des aménagements des salles.

01.05 Jef Van den Bergh (CD&V):

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u uiteraard voor uw antwoord, dat een aantal positieve elementen bevat.

Zo is er de bevestiging van de keuze om de collectie niet naar een ander gebouw te verhuizen, maar minstens een tijdelijke oplossing binnen het KMSKB te zoeken. Met beperkte investeringen kan men daar tot een goede huisvesting komen voor die bijzonder waardevolle collectie moderne kunst.

Een en ander neemt evenwel niet weg dat wij ook voor de rest van het gebouw een oplossing moeten vinden. Het was geen element van mijn vraag, maar ik wens niettemin even de aandacht te vestigen op de vaststelling dat ook voor de rest van het gebouw renovatiewerken zich opdringen.

Begin maart 2012 is er opnieuw ernstige waterschade opgedoken, op het moment dat de klimaatinstallatie blijkbaar een eigen leven was beginnen te leiden. Dergelijke toestanden kunnen wij toch niet tolereren, gezien de waarde van de collectie die aldaar beschikbaar is.

Er is dus ook een langetermijnvisie nodig voor het gebouw, waaraan verder zal moeten worden gewerkt. Hetzelfde geldt voor de langetermijnvisie voor de kunstcollectie op zich. Het gaat immers niet enkel over het kunstaspect. Het gaat ook over het wetenschappelijke aspect. Een en ander valt onder het federale wetenschapsbeleid. De mengeling van oude en nieuwe, moderne kunst heeft op zich zijn waarde, zeker een wetenschappelijke waarde, met name onder andere de evolutie van de kunstwerken. Alle aspecten zullen dus mee moeten worden opgenomen in een goede langetermijnvisie.

01.06 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen):

Monsieur le ministre, une date de rencontre avec la Régie est-elle prévue?

01.07 Paul Magnette, ministre:

C’est planifié. Je ne sais pas si j’ai la date, mais il s’agit d’une réunion administrative!


Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politici

Kamer van Volksvertegenwoordigers, 31 januari 2012

Vraag  van  de  heer  Jef Van den Bergh aan de  minister  van  Overheidsbedrijven,  Wetenschapsbeleid  en  Ontwikkelingssamenwerking,  belast  met  Grote Steden,  over  “de  afgelasting  van  de  tentoonstelling  ‘Dalí,  Magritte,  Miró.  Het  surrealisme in Parijs‘” (nr. 8925)

Plt 31:1:12  blz. 3-5

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politici

%d bloggers liken dit: