Categorie archief: De Standaard

COLLECTIE HEDENDAAGSE KUNST GAAT NIET NAAR CITROËNGARAGE

Fin-de-Siècle Museum moet nieuw onderkomen zoeken

De collectie moderne en hedendaagse kunst gaat terug naar het Museum voor Schone Kunsten in Brussel. De carrousel van verhuizingen naar het Vanderborghtgebouw en daarna naar de Citroëngarage, valt daardoor in het water. Daar is nochtans al een pak geld voor uitgetrokken.

Daarmee schroeft ze een dominoreeks van veranderingen terug. De collectie werd in 2011 in de depots ondergebracht omdat museumdirecteur Michel Draguet in de benedenzalen het Fin-de-Sièclemuseum inrichtte. Dat was, naast het Magrittemuseum, een nieuw themamuseum. Het is voornamelijk opgebouwd rond de collectie Gillon-Crowet, een privéverzameling met Franse art nouveau en symbolisme.

De verbanning van de collectie moderne en hedendaagse kunst naar de depots, bracht een golf van verontwaardiging teweeg. Elke week kwam een groep kunstminnaars voor de poorten van het museum protesteren. In de publieke opinie gingen stemmen op tegen deze verontachtzaming van de collectie. Uiteindelijk vond ook de politieke wereld dat de verzameling getoond moest worden.

De vorige staatssecretarissen, Paul Magnette en Philippe Courard (beiden PS), gingen met Michel Draguet op zoek naar alternatieve presentatieplekken. De site van het Museum voor Schone Kunsten was volzet, zo klonk het. Er moest elders gekeken worden.

Begin dit jaar kwam er een akkoord voor het Vanderborghtgebouw, vroeger bekend als een eigendom van Belfius en ooit nog festivalcentrum van Brussel 2000. De stad Brussel bracht het gebouw in, er werd een studie van 750.000 euro besteld, en de herinrichting van het pand voor museumgebruik was begroot op zeven miljoen euro.

De inrichting van het Vanderborghtgebouw werd beschouwd als een tijdelijke oplossing. Later zou het gebouw nog dienst kunnen doen voor andere museale of culturele doeleinden.

De collectie moderne en hedendaagse kunst zou hier ook maar tijdelijk blijven, in afwachting van een ambitieus nieuw kunstmuseum. Vlak voor de verkiezingen van dit voorjaar toverde minister-president Rudi Vervoort (PS) daarvoor de Citroëngarage uit zijn hoed. De aankoop daarvan is nog steeds niet afgerond.

Citroëngarage

Met de beslissing van Elke Sleurs om de collectie opnieuw onder te brengen in het museum, komt heel de keten van toekomstige oplossingen op losse schroeven te staan.

Het ziet ernaar uit dat de stad Brussel en het Brussels Gewest in het Vanderborghtgebouw een kinderkamer aan het inrichten zijn voor een baby die nooit zal komen. De vraag is of de verdere investeringen in de herinrichting nog zin hebben. Of gaan beide overheden meteen over tot het herbergen van een andere collectie? Op termijn zou deze ruimte namelijk het huidige Muziekinstrumentenmuseum kunnen huisvesten.

Ook de finale stap in de keten, de aankoop van de Citroëngarage om een museum voor hedendaagse kunst uit te bouwen, wordt een onzekere zaak. Zonder collectie dreigt minister-president Vervoort een lege doos aan te kopen. Desgevraagd liet hij onlangs al weten op eigen houtje door te gaan met zijn plan. Voor het stofferen van het museum zou hij dan beroep doen op privé-verzamelingen.

Dat staatssecretaris Sleurs de collectie moderne en hedendaagse kunst laat terugkeren naar het museum, is allicht ingegeven door de wens om de collectie van het museum integraal samen te houden. Volgens deze logica toont het museum dan een mooi historisch overzicht van de kunst.

De staatssecretaris is niet doof geweest voor de reserves bij de collectie Gillon-Crowet. Die werd indertijd aanvaard ter betaling van successierechten voor 22 miljoen euro. Hier en daar werd wel eens opgemerkt dat ze daarmee overschat was.

Wat zeker speelt, is dat de collectie indertijd verworven is door het Brussels Gewest, een instantie die in se geen culturele bevoegdheid heeft. In die zin is ze een anomalie in een federaal museum.

Als Sleurs de collectie moderne en hedendaagse kunst opnieuw wil onderbrengen in het museum, zal het Brussels Gewest een nieuwe plek moeten vinden voor Gillon-Crowet. Misschien kan dat dan in de Citroëngarage.

 

 Geert Sels, De Standaard. 09 DECEMBER 2014 |

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actualiteit, De Standaard, Pers en media

Citroëngarage krijgt geen moderne kunst

Citroëngarage krijgt geen moderne kunst
Foto: Photo News

De collectie moderne en hedendaagse kunst die nu in de depots zit, keert terug naar het Museum voor Schone Kunsten. De dagen van het Fin-de-Sièclemuseum in Brussel zijn geteld.

De zowat vierduizend stukken uit de collectie moderne en hedendaagse kunst keren terug naar het Museum voor Schone Kunsten in Brussel. Dat schrijft staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Elke Sleurs (N-VA) in haar beleidsnota. Ze verwijst daarvoor naar het regeerakkoord, dat zegt dat waardevolle infrastructuur in stand houden prioriteit heeft op nieuwe initiatieven.

Fin-de-Sièclemuseum

De site van het Museum voor Schone Kunsten zit vol. De enige plek om de collectie onder te brengen, is waar ze vandaan kwam: in de ondergrondse zalen waar nu het Fin-de-Sièclemuseum zit. Dat ging vorig jaar op sinterklaasdag open en kostte 7,5 miljoen euro. Het is opgebouwd rond de collectie Gillon-Crowet, die door het Brussels Gewest werd aanvaard als betaling van successierechten. Ze werd toen geschat op 22 miljoen euro. Het Brussels Gewest zal dus een nieuw onderkomen moeten zoeken voor deze collectie.

De alternatieve plekken die al in de maak waren om de collectie moderne en hedendaagse kunst te herbergen, worden bij deze twijfelachtig. Voor de overgangsoplossing in het Vanderborghtgebouw is een studie van 750.000 euro besteld en een bedrag van zeven miljoen euro geblokkeerd. De finale oplossing, een nieuw kunstmuseum in de Citroëngarage, wordt penibel nu het Brussels Gewest de collectie van de federale overheid niet krijgt.

Slag in het gezicht

Vlaams parlementslid Yamila Idrissi (SP.A), die een van de initiatiefnemers van het Museum aan het kanaal is, reageert teleurgesteld. ‘Dit is een slag in het gezicht van iedereen die geloofde in samenwerking tussen politici op alle niveaus over de partijgrenzen heen. Zo’n beslissing betekent de doodsteek voor het Museum aan het Kanaal.’

Volgens Idrissi tast de beslissing van staatssecretaris Sleurs ‘de geloofwaardigheid van de politiek aan’. ‘Het museum voor moderne en hedendaagse kunst in de Brusselse Kanaalzone staat voor mij symbool voor de mogelijkheid van federale, Vlaamse, Waalse en Brusselse politici om aan eenzelfde zeel te trekken, om zichzelf te overstijgen en verandering mogelijk te maken.’

Amateurtoneel

Voor Brussels parlementslid Annemie Maes (Groen) doet de beslissing ‘eerder denken aan een slecht amateurtoneel dan aan goed bestuur’. Niet alleen heeft de discussie over het museum de belastingbetaler al veel geld gekost, het wordt hoog tijd dat men gaat bepalen op welke manier de hele Citroënsite een bestemming kan krijgen die echt recht doet aan het opmerkelijke gebouw.

‘Groen vindt dat Brussel een echt Museum voor Hedendaagse en Moderne Kunst verdient. Een volwaardig museum dat uit meer bestaat dan uit wat kelderstukken uit het Museum voor Schone Kunsten zoals nu op tafel ligt. Het wordt dringend tijd dat de verantwoordelijken op alle niveaus eens gaan bepalen wat er precies moet getoond worden en waar dat op een optimale manier kan. Het gezeul met de collectie zoals we het vandaag zien, heeft de belastingbetaler in deze crisistijden al onnodig veel geld gekost.’

 

http://www.standaard.be/cnt/dmf20141208_01419362

 Geert Sels, De Standaard, 9/12/2014


Reacties uitgeschakeld voor Citroëngarage krijgt geen moderne kunst

Opgeslagen onder Actualiteit, De Standaard, Pers en media

‘Museum in Citroëngarage wordt duizelingwekkend duur’

‘Renoveer eerst de bestaande musea in Brussel vooraleer miljoenen te pompen in een nieuw museum voor moderne kunst. Dat kan onderdak krijgen in het Museum voor Schone Kunsten.’ Dat zegt Werner Adriaenssens van het Jubelparkmuseum.

De Citroëngarage aan het kanaal. (© Brussel Bad)

Onder de titel ‘Een garage is geen museum’ trekt Adriaenssens van leer tegen het plan van het Brussels Gewest om het museum voor moderne en hedendaagse kunst in de Citroëngarage aan de Sainctelettesquare te vestigen. Hij is conservator in het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis (KMKG) en docent kunstwetenschappen aan de VUB.

Eerste reden is dat men een garage niet zomaar verandert in een museum, tenzij er een duizelingwekkende investering komt voor klimaatregeling en isolatie.

Een andere fundamentele reden is dat bij de bestaande federale kunstmusea in Brussel – het KMSKB en het KMKG – de nood aan renovatie van het gebouw zeer hoog is. Volgens Adriaenssens is er in het gebouw van Schone Kunsten meer dan plaats genoeg om het museum in te herbergen.

De discussie rond het museum voor moderne kunst is actueel sinds de sluiting van de begin 2011 van de afdeling moderne kunst van het KMSKB door directeur Michel Draguet.

Adriaenssens vindt het stuitend dat de discussie enkel gaat over de keuze van een gebouw, terwijl het museale aspect niet aan bod komt. Hij stelt ook “profileringsdrang en gebrek aan kennis” vast bij politici. Hij verwijst naar Vlaams parlementslid voor Brussel Yamila Idrissi (SP.A) die voor de Ninoofsepoort opteert als stedelijk project en minister-president Rudi Vervoort (PS) en ‘zijn’ Citroëngarage. En dan is er nog Michel Draguet die voor een nieuw museum pleit in het Jubelpark.

© brusselnieuws.be, Brussel-Stad, 01/12/2014

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actualiteit, Brusselnieuws, De Standaard, Non classé, Pers en media

Wat als de Citroëngarage zwaar vervuild is?

De Brusselse Citroënsite, waar het nieuwe museum voor hedendaagse kunst zou komen, is op sommige plaatsen zwaar vervuild. Dat blijkt uit bodemonderzoek van Leefmilieu Brussel.

De huidige bewindvoerders lijken daar heel andere ideeën over te hebben. Enkele volksvertegenwoordigers van N-VA vinden dat de collecties in het Museum voor Schone Kunsten geëxposeerd moeten worden. Minister Didier Reynders (MR), bevoegd voor Beliris, zei dat hij geen weet heeft van een solide plan voor de Citroënsite.

Stilzwijgen

Maar het Brussels Gewest en Citroën zeggen nu dicht bij een verkoopovereenkomst te staan. Beide partijen hullen zich unisono in stilzwijgen. Ze geven geen informatie over de opdeling van de site, en evenmin over de verbouwingen om een museum in te richten.

Nu blijkt er nog een complicatie op te duiken. Thomas Stroobants, die met een team van het Centrum Raymond Lemaire (KU Leuven) maanden onderzoek deed in dit patrimonium uit 1934, zegt dat de afwatering vroeger tussen de betonplaten wegliep. In een oude stookinstallatie werden duizenden liters olie verbrand. ‘Het is niet denkbeeldig dat er olie en benzine in de grond zit’, besluit hij.

Die hypothese blijkt te kloppen. Uit de perceelkaart van het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM) is te zien dat de site in drie stukken is opgesplitst. Die zijn in mindere of meerdere mate vervuild.

‘Op basis van recente grondwater- en bodemstalen hebben we de verontreinigingen precies kunnen afbakenen’, zegt Wannes Van Aken (BIM), die het onderzoek opvolgde. ‘Daaruit leiden we af dat er een redelijk zware vervuilingshistoriek op de site is.’

De zwaarste verontreiniging situeert zich achteraan op de site. ‘In de stroken naast het Kanaal is indertijd afvalmateriaal aangevoerd om de drassige ondergrond op te vullen’, zegt Van Aken. ‘Daarin hebben we PAK’s aangetroffen, waarvan we het risico nog moeten taxeren.’

PAK’s zijn koolstofdragende materialen die gevormd worden bij de vergassing van kolen of het verstoken van brandstof. Ook sigarettenrook valt eronder. Ze zouden kankerverwekkend zijn.

‘In de garagewerkplaats, waar het onderhoud van de wagens plaatsvond, zijn zones verontreinigd door olie en benzine’, zegt Van Aken. ‘Het gedeelte van voor 1993 wordt beschouwd als historische verontreiniging. Wat later komt, valt onder de verantwoordelijkheid van Citroën.’

Als er nieuwe activiteiten komen in de genoemde zones, staat Citroën in voor de bodemsanering.

‘Op het terrein is er ten slotte nog een zone waar een tankstation werd geëxploiteerd’, zegt Van Aken. ‘Het onderzoek en de sanering van die plek is voor rekening van het bodemsaneringsfonds Bofas. Dat is een vzw die gefinancierd wordt door de petroleumsector en door de verbruiker aan de pomp.’

Vastgoed

Wat is het gevolg van de bodemvervuiling? Van Aken: ‘Vervuilde bodems leggen niet noodzakelijk een hypotheek op toekomstige toepassingen. Als er risicozones bij zijn, is er bij nieuwe activiteiten een bodemsanering nodig. Dat kan door de bovenste aardlagen af te graven of installaties op het terrein te zetten.’

Er komen twee nieuwe activiteiten. Het Brussels Gewest schat dat het zowat 15.000 vierkante meter nodig heeft om een museum in te richten. Die ruimte krijgt het van Citroën, dat in ruil achteraan op de site een vastgoedproject mag ontwikkelen.

Voor de immense site is ooit een dossier opgestart om het te beschermen als monument. Dat is echter stopgezet om flexibel te kunnen omspringen met toekomstige projecten.

‘Het gebouw is historisch waardevol’, zegt Thomas Stroobants. ‘Langs buiten oogt het modernistisch, maar binnenin is het uitzonderlijk industrieel erfgoed. Binnen het type van de autogarages is het uniek. Er bestaan wel realisaties in beton, maar zoals in Brussel, met opstaand gevelglas en dakglas in fijne staalstructuren, wordt er niet meer gebouwd.’

Bij het publiek is de vitrinegevel langs de Sainctelettesquare het best bekend, maar Stroobants ziet vooral in het garagegedeelte grote waarde. ‘Er is een ingenieus systeem van twee kruisende overdekte straten. De hellende vlakken vormen een lange promenade. Het omringende glas biedt een panorama over heel de Kanaalzone. Het zou zonde zijn dit waardevol patrimonium af te breken zonder dat er een debat over geweest is.’

Geert Sels, De  Standaard, ARCHITECTUUR, 26 NOVEMBER 2014 

http://www.standaard.be/cnt/dmf20141125_01396460

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actualiteit, De Standaard, Pers en media

Opinie van Peter Swinnen, architect, Vlaams Bouwmeester, 18 july 2013

Impuls voor stedelijke dynamiek

 Impuls voor stedelijke dynamiek
De buurt rond Vanderborght heeft niet nóg een culturele publiekstrekker nodig. Foto: Bart Dewaele
Het Vanderborght-gebouw kan perfect tijdelijk onderdak bieden aan de collectie moderne en hedendaagse kunst, stelt Peter Swinnen. Maar de federale, regionale en stedelijke overheden moeten debatteren over de locatie van een nieuw museum.

Wie? Brusselaar, architect, Vlaams Bouwmeester.

Wat? Het Vanderborght-gebouw is niet geschikt als permantente locatie voor een nieuw museum: vanwege zijn structuur, maar vooral omdat een museum in andere Brusselse buurten veel meer zou kunnen bijdragen aan de broodnodige stadsimpuls.

Afgelopen week ontstond er alweer een hoogtepuntje in het non-debat omtrent een nieuw Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst in Brussel. Het hoogtepuntje was het ongevraagd voorstel van Vlaams parlementslid Yamila Idrissi om een ambitieus museumproject te bouwen langs het Brusselse kanaal (DS 11 juli). Het non-debat bestaat erin dat de federale overheid – ondanks de positieve en kritische druk – van krommenaas blijft gebaren.

In februari 2011 meldde Michel Draguet, directeur bevoegd voor de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, dat het Museum voor Moderne Kunst op de Kunstberg plaats zal ruimen voor een toeristisch aantrekkelijker fin-de-sièclemuseum. Wat er met de collectie moderne en hedendaagse kunst zou gebeuren, was totaal onduidelijk. Geconfronteerd met de publieke en culturele verontwaardiging rond Draguets eenzijdige coup, suggereerde toenmalig bevoegd minister Paul Magnette (PS) een tijdelijke huisvesting in het Vanderborght-gebouw. Met de nadruk op ‘tijdelijk’, omdat Magnette ondertussen een studie wenste te lanceren naar een permanente, stedelijke en uitdagende museale oplossing. Het euvel van de federale culturele instellingen is evenwel een vrijwel permanent machtsvacuüm. De collectie moderne en hedendaagse kunst is immers een federale bevoegdheid, of preciezer: een federale restbevoegdheid. Dat er geen federaal minister of staatssecretaris voor Cultuur bestaat, spreekt boekdelen. De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, waar de collectie moderne en hedendaagse kunst onder ressorteert, worden bijgevolg amper politiek aangestuurd. De administratieve lethargie is navenant. Het vrij spel van de curator evenzo. Het machtsvacuüm werd vorig jaar des te groter door het plotselinge vertrek van Magnette richting Charleroi. Zijn opvolger, staatssecretaris Philippe Courard (PS), wenst sindsdien de zaak vooral snel af te handelen. De laatste maanden kon men dus vaststellen dat in de communicatie omtrent het Vanderborght-gebouw, zowel door Draguet als Courard, het woordje ‘tijdelijk’ en stoemelings gesneuveld is. Exit debat.

Schitterend gebouw, maar ongeschikt

Het Vanderborght-gebouw (1935) heeft op zich een schitterende infrastructuur. In 1999 werd het magazijn al flink gerenoveerd met het oog op de Culturele Hoofdstad Brussel 2000, met de ambitie om er vanaf 2002 via een erfpacht het toenmalige Dexia Art Centre te huisvesten. Dat laatste is, zoals gemeenzaam bekend, roemrijk mislukt met als gevolg dat Vanderborght al langer dan een decennium vrijwel ongebruikt blijft.

Het industriële pand leent zich door zijn beperkte lichttoegang, grote vides en moeilijke circulatie niet zomaar tot eender welk programma. Ook de bruikbare oppervlakte, verdeeld over zes verdiepingen, is maar goed voor netto 4.000 vierkante meter exporuimte. Ter vergelijking: het Magritte-museum bedraagt 2.500 vierkante meter, ook al behandelt dit het werk van slechts één kunstenaar. Enkele andere voorbeelden: Tate Modern biedt 33.000 vierkante meter exporuimte, de Schaulager in Bazel is 20.000 vierkante meter groot. Het relatief kleine Vanderborght is bij uitstek een cascogebouw, een structuur die vraagt om tijdelijk ingevuld te worden. Dus ja, waarom er geen deel van de collectie moderne en hedendaagse kunst tijdelijk in onderbrengen.

Maar die tijdelijkheid impliceert een navenant budget en dito inrichtingsconcept. De nu vastgelegde elf miljoen euro en 2017 als opleveringsdatum doen vermoeden dat er van tijdelijkheid geen sprake meer zal zijn. Met slechts een derde van het budget zou je Vanderborght kunnen klaarmaken voor een tijdelijke showcase, in afwachting van een sterke stedelijke oplossing voor de huisvesting van de collectie elders in Brussel. Je zou hier een voorbeeld kunnen nemen aan het Antwerpse KMSKA, dat zich tijdens de renovatie de Fabiolazaal op een uitermate lichte wijze heeft toegeëigend om er ‘de modernen’ te tonen.

Werk voor de Brusselse Bouwmeester

Maar de grootste gemiste kans door al het geld op het beperkte Vanderborght te verwedden, is de stedelijke dynamiek. De buurt rond de Koningsgalerij en de Kunstberg heeft niet nóg een culturele publiekstrekker nodig. Het is er nu al over de koppen lopen. Het Brussels Gewest kent zeker uitdagender buurten – zoals onder meer het kanaal – waar een Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst een noodzakelijke stadsimpuls zou kunnen teweegbrengen. Die enorme kans mag niet zomaar onder de mat geveegd worden.

Maar wie gaat het voortouw nemen in deze processie? De collectie is immers federaal, de stad Brussel wenst terecht ook haar zegje te doen en de stedenbouwkundige ambitie moet minstens het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aanbelangen. Een expliciet tijdelijk gebruik van Vanderborght, operationeel vanaf pakweg eind 2014, kan de noodzakelijke studie- en bouwtijd garanderen om tegen 2020 te beschikken over een museale haven voor moderne en hedendaagse kunst.

Er moet dus absoluut werk gemaakt worden van het uitschrijven van een onafhankelijke studie die het ruimtelijk, economisch, maatschappelijk en bestuurlijk potentieel van een dergelijk museum in Brussel in kaart brengt. Dit is nog nooit terdege gebeurd. Tegelijk moet er een onafhankelijk, visionair en gemandateerd intendant aangewezen worden om de studiesupervisie en het debat in goede banen te leiden. Deze taak komt logischerwijze de Brusselse Bouwmeester toe. Als eerste teken van vertrouwen in een federale, stedelijke en regionale coproductie zou dat kunnen tellen.

Peter Swinnen, De Standaard, Opinies, 18/07/2013  

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De Standaard, Non classé, Pers en media

De flaters van de Koninklijke Musea

Qua slecht nieuws zijn we van de Koninklijke Musea in Brussel wel wat gewend, zegt Jan Van Hove. Maar de sluiting van een tentoonstelling van Vlaamse Primitieven na waterinsijpeling slaat alles.

(…)

Uit de Koninklijke Musea in Brussel kwamen de jongste jaren geregeld slechte berichten. Toptentoonstellingen die waren aangekondigd, werden afgeblazen. Een complete vleugel van het museumgebouw is al jaren gesloten voor de verwijdering van asbest. Bovendien joeg het museum een groot deel van de kunstwereld tegen zich in het harnas door de sluiting van de afdeling moderne kunst, zonder dat er in vervangende huisvesting werd voorzien. Daardoor schiep het museum, allicht ten onrechte, zelf het beeld dat het geen hart heeft voor moderne kunst.

Hoewel alle troeven aanwezig zijn, is Brussel geen museumstad. Zowel de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten als die voor Kunst en Geschiedenis bewaren prachtige collecties met stukken van wereldklasse, van Egyptische kunst tot schilderijen van Bruegel en hoogtepunten van de art nouveau. Maar beide instellingen kampen met verouderde gebouwen, onvoldoende middelen en een weinig aantrekkelijke presentatie.

Op Europees niveau zijn de Brusselse musea het zwakke broertje. Een Vlaamse kunstenaar die onlangs de gerenoveerde musea in Amsterdam bezocht – het Rijksmuseum, het Stedelijk en het Van Gogh Museum – zei achteraf dat hij in Nederland het gevoel had op een andere planeet te komen. De federale overheid die voor de grote Brusselse musea verantwoordelijk is, staat voor de keuze: ofwel werkt ze een betere beheersstuctuur uit en een masterplan voor broodnodige renovaties, ofwel knoeit ze verder.

De flaters van de Koninklijke Musea

Jan Van Hove,  redacteur cultuur & media bij De Standaard, 23/11/2013

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actualiteit, De Standaard, Non classé, Pers en media

Vergeet Guggenheim, denk (Tate) modern

Sterarchitectuur om er kunst in onder te brengen. Er zijn geslaagde voorbeelden van te vinden. Maar net zo lief zijn er collecties op voortreffelijke wijze ondergebracht vertrekkend van het bestaande patrimonium. Paul Dujardin hoopt dat die piste wordt bewandeld voor moderne kunst in Brussel.

De discussie over een Museum voor Moderne Kunst in Brussel is als een monster van Loch Ness. Het debat gaat jaren kopje onder om na verloop van tijd weer in alle hevigheid boven water te komen. In een opiniebijdrage spreekt de Vlaamse bouwmeester Peter Swinnen over een non-debat (DS 18 juli). Niet omdat er niets aan de hand zou zijn, maar omdat de betrokken partijen naast elkaar hun gang gaan.

Ik roep met aandrang op tot een debat ten gronde met alle betrokken partijen: de kunstinstellingen, de kunstenaars, de politici van de nv België en de private sector. De zomer is een ideaal ogenblik voor een ‘Poupehan’ of ‘Villa Hellebosch’ rond de vraag hoe Brussel een collectie voor moderne kunst van internationaal niveau op de kaart kan zetten.

Voorgeschiedenisvan een zogenaamd non-debat

Waar draait het ‘non-debat’ om? Er is de collectie moderne kunst van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB), die nu vier jaar grotendeels in de reserves zit. Er is de vraag naar een nieuw gebouw en een concreet voorstel – getrokken door Vlaams parlementslid Yamila Idrissi (SP.A) – om het in de Kanaalzone te bouwen (DS 11 juli). Er is de piste die Michel Draguet, directeur van de KMSKB, nu bewandelt om de collectie onder te brengen in het Vanderborght-gebouw. Wat het ook wordt: geld zal het kosten. Laten we niet vergeten dat Brussel al sinds 1887 een Museum voor Moderne Kunst heeft.

De hardware is één aspect. Een museum is in eerste instantie een structuur met een wetenschappelijk team dat instaat voor het beheer, het behoud en de ontsluiting van een collectie. De druk op tijdelijke tentoonstellingen is de jongste decennia enorm toegenomen. Gevolg van de expo-carrousel: haast alle musea in Europa tonen een steeds kleiner deel van hun vaste collectie. Zo kampt een museumdirecteur voortdurend met vragen als: wat tonen, waar tonen, en aan wie bruiklenen?

In de jaren 1960 was de nood aan een nieuw onderkomen voor het Museum van Moderne Kunst in Brussel nijpend. Na een incubatietijd van 17 (!) jaar ging het nieuwe Museum voor Moderne Kunst in 1984 ondergronds. Brussel bleek niet rijp voor hedendaagse architectuur in het historische stadscentrum. De eerste ontwerpen van Roger Bastin, met een strak modernistisch bovengronds volume, belandden in de prullenmand. Het museumgebouw verdween in een put. Het omliggende museumplein werd een niemandsland. In 2000 doopte het architectuurprogramma van Brussel 2000 de hele Kunstberg om tot ‘Vacant City’, een leegstaande stad. Het museumplein en het Europaplein aan de voet van de Kunstberg droegen administratieve stilstand uit. Sinds Brussel 2000 kwam de wijk in beweging, denk aan het Muziekinstrumentenmuseum (MIM), het BELvue Museum, de ontsluiting van de Coudenberg, een nieuwe vleugel voor het Museum voor Oude kunst, gerenoveerde tentoonstellingszalen in het Paleis voor Schone Kunsten, de Cinematek, het nieuwe congrescentrum Square, het Magritte-museum… Michel Draguet droomt nu van een art-nouveaumuseum, een plek die een van Brussels toeristische troeven sterker uitspeelt. Zijn voorstel past in de bredere dynamiek.

Weg met het Bilbao-syndroom

De Kunstberg staat niet langer vacant. Toch is er op deze museumsite alleen al meer dan 50.000 m² publieke ruimte beschikbaar voor culturele doeleinden. Wat zal het worden? Een nieuwbouw – een MAS voor Brussel – of museale reconversie? Het Muhka is gehuisvest in een graansilo, het SMAK in een casino, MuZee in een grootwarenhuis, het MAC’s in een mijnsite.

Nieuw gebouwde musea door sterarchitecten zijn volgens velen de kortste weg naar stadsontwikkeling en citymarketing. Doorgaans gaat het om bijhuizen van een moederstructuur: Guggenheim in Bilbao, Pompidou-Metz, Louvre-Lens. Het Bilbao-syndroom is nu tot in de Verenigde Emiraten doorgedrongen. In museumland lijkt de landmark-architectuur stilaan op haar laatste benen te lopen. Er dienen zich nieuwe modellen aan. Anders dan het artificiële Saadiyat-eiland in Abu Dhabi vormt Brussel geen onbeschreven blad. Investeren in de bestaande infrastructuur is in crisistijd de meest wijze beslissing. Een nieuw museumgebouw zal er hooguit over vijftien à twintig jaar staan. Met het beproefde, maar achterhaalde procédé van sterachitectuur dreigt Brussel in 2030 achter de feiten aan te hollen. Laat dit geen alibi zijn voor het status-quo.

Laten we niet vertrekken vanuit de stenen maar vanuit de inhoud, de omgang met de kunstwerken. Cultuur mag dan al gemeenschapsmaterie geworden zijn, samen bezitten de federale wetenschappelijke instellingen een roerend patrimonium van 6,2 miljard. De overheid dient als een goede huisvader om te springen met dit roerende erfgoed. Tijdens Brussel 2000 stelde het collectief DTN provocatief voor om het Centraal Station als uitvalsbasis te nemen voor een kunst- en onderzoekscentrum in Brussel. Geen Centrumvoor kunst maar een Centrale: een punt waar informatie, ook in gedigitaliseerde vorm, samenkomt en wordt doorgegeven. Dit beeld spreekt me voor het hernieuwde museum sterk aan. Om in Brussel het niveau van een Guggenheim of Tate Modern te halen, moet het museum connecties aangaan met de bestaande culturele infrastructuur, de opgebouwde kennis en andere publieke en private collecties. Koppen bij elkaar!

http://www.standaard.be/cnt/dmf20130722_00667174

PAUL DUJARDIN, De Standaard, 23/07/2013 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De Standaard

“Magnette strijdt voor museum actuele kunst”

Minister Paul Magnette (PS) trekt het project op gang voor een museum voor actuele kunst in Brussel. De Kanaalzone komt meer in beeld.

De collecties moderne kunst van het Museum voor Schone Kunsten zitten al meer dan een jaar in de depots. ‘Dat is een hoofdstad als Brussel onwaardig’, schrijft minister Paul Magnette, bevoegd voor de grote federale musea, in een brief aan de Brusselse volksvertegenwoordiger Yamila Idrissi. Die had hem enkele voorstellen gedaan.

Hij eindigt zijn brief met: ‘Ik verzeker u van mijn wil om het project op te starten rond de bouw van een groot museum voor moderne en hedendaagse kunst.’ De eerste stappen worden daarvoor gezet. Magnette gaat nog altijd uit van een cultuurwijk, waar kunstinstellingen op wandelafstand gegroepeerd liggen.

Maar de droom om nabij de Kunstberg het Grondwettelijk Hof te integreren in dat totaalconcept, is opgegeven. Bij een inspectie bleek dat de verbouwing tot tentoonstellingsruimte onaanvaardbaar duur zou worden. Idrissi wijst op de Kanaalzone. ‘Die piste lijkt me interessant’, zegt Magnette, ‘maar in zijn eentje kan een museum een buurt niet transformeren.’

Magnette vindt dat de tijd voorbij is dat ministers solo grote projecten vormgaven. Om een locatie te bepalen, vraagt hij aan 120 experten om hun visie te formuleren. Nadien organiseert hij twee rondetafelgesprekken.

Op korte termijn wil hij de collectie moderne kunst opnieuw presenteren. Daarvoor heeft hij staatssecretaris Servais Verherstraeten (CD&V) aangesproken, bevoegd voor de Regie der Gebouwen. De dienst zal enkele vrijliggende ruimtes in het Museum voor Schone Kunsten inrichten voor presentaties.

‘Klopt’, zegt de woordvoerder van Verherstraeten. ‘Er is onderling overleg. Voor dit jaar staat bijna een miljoen euro ingeschreven in de begroting. Magnette zal ons binnenkort zijn precieze vraag overmaken.’

© 2012 Corelio. De Standaard. Geplaatst op 11/05/2012

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De Standaard, Pers en media

En als we hier nu eens een Louvre maken?

Minister Paul Magnette droomt van themamusea rond de Brusselse Kunstberg

BRUSSEL – Er moet in Brussel een museum voor hedendaagse kunst komen, vindt minister van Wetenschapsbeleid Paul Magnette (PS). ‘Het Grondwettelijk Hof zou een mooie locatie zijn.’
De tijd staat stil in de Brusselse federale musea. Het Jubelpark draait al maanden op een interim-directeur; de twee kandidaten zijn wegens een regering in lopende zaken niet benoemd geraakt. Het Museum voor Schone Kunsten borg zijn moderne kunst op om plaats te maken voor het Fin de Sièclemuseum. Lobbyisten schreeuwen dan weer om een museum voor hedendaagse kunst in de hoofdstad. Maar maken die plannen ooit kans?‘Brussel verdient een museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst’, zegt Paul Magnette (PS) in zijn hoedanigheid van federaal minister van Wetenschapsbeleid. Hij moet de tijd weer aan het lopen krijgen. ‘Er is een interessante collectie en die kan nog worden versterkt met de kunstcollectie van Dexia. Die is nog eigendom van de bank. Er is een akkoord nodig tussen Dexia en de staat, zodat de werken publiek kunnen worden getoond. Dat kan in een museum in Brussel, maar stukken kunnen ook wel eens Doornik of Le Grand Hornu aandoen. Ik zie er een museum in met een internationale aantrekkingskracht, maar met een accent op Belgische kunst.’Er is een stellingenstrijd gaande tussen twee zienswijzen. Het ene kamp is voorstander van thematische musea, zoals het Magrittemuseum en het Fin de Sièclemuseum. Daar tegenover staan de voorvechters van een continue tijdslijn. ‘Maar die twee sluiten elkaar niet uit’, vindt Magnette. ‘Musea die thematisch of in tijdvakken werken, moeten zich inschrijven in het geheel van de geschiedenis. Dit gezegd zijnde: zou het niet fantastisch zijn een reeks thematische vestigingen te hebben die op elkaar aansluiten? Een museum van de Vlaamse Primitieven tot Rubens, een fin-de-sièclemuseum, een art-nouveaumuseum, een Magrittemuseum en een museum vanaf de twintigste eeuw tot nu? De vraag is hoe we onze collecties het best tonen. Dat hebben ze in Frankrijk goed begrepen. Het museumbezoek is in Parijs geëxplodeerd. Dat blijkt in hoge mate te komen door de betere zichtbaarheid in de stad.’

Momenteel ijveren diverse denktanks voor een museum voor moderne en hedendaagse kunst. Sommigen willen met nieuwe architectuur een baken voor de stad maken. De inplanting varieert van het Jubelpark, de Kanaalzone tot de Heizel. ‘Het Jubelpark heeft veel nadelen’, vindt Magnette. ‘De collecties zijn niet complementair, en een nieuwbouw past niet bij het rustieke karakter van de site. Daar voel ik niet veel voor. Het tweede scenario zoekt aansluiting bij een stedelijke reconversie. Brussel kent interessante ontwikkelingsgebieden, maar deze optie lijkt me niet ideaal.’

Droom

‘Ik droom ervan om in de buurt van de Kunstberg een aanzienlijke kritische massa op poten te zetten. Een nieuw museum voor moderne kunst hoeft niet per se een nieuwbouw te zijn. Het Grondwettelijk Hof, vlakbij het Koningsplein, zou bijvoorbeeld een mooie locatie zijn. Dan heb je alle musea op stapafstand bij elkaar. Voor mij is dat het Louvre van Brussel, maar dan gegroepeerd in één kunstwijk. De voorwaarde is wel dat de werking zich binnen de federale dotatie afspeelt. En uiteraard gebeurt er niets zonder overleg met de justitiewereld. Idealiter betrekken we in deze discussie alle overheden.’

In deze optiek bevinden alle musea zich om en bij het Koningsplein (zie plan). Het art-nouveaumuseum bestaat nog niet. Momenteel bevindt de collectie zich in het Jubelpark. De aanpassing van de zalen is er voorlopig op hold gezet. ‘Ik kan me wel inbeelden dat een art-nouveaumuseum in een art-nouveaugebouw wordt ondergebracht. Dat zou in Old England kunnen zijn (een gebouw van Paul Saintenoy uit 1899, red.), waar momenteel het Muziekinstrumentenmuseum zit. Dat kan dan op termijn naar het Dexia Art Center verhuizen, vlakbij de Muntschouwburg. Daar kan een Cité de la Musique ontstaan.’

Museum voor moderne kunst

Maar eerst wil Magnette zo snel mogelijk de collectie moderne kunst opnieuw toonbaar maken. ‘We kunnen niet wachten tot er een nieuw museum voor moderne kunst is’, zegt hij. ‘Er dienen zich mogelijkheden aan in het Museum voor Schone Kunsten. Daar is een uitbreiding gemaakt tussen de afdeling Oude Kunst en het Magrittemuseum. De oppervlakte beslaat 3.000 vierkante meter. De werken zijn grotendeels klaar en de kosten zijn te overzien. De Regie der Gebouwen moet er een prioriteit van maken. Dan kan deze voorlopige oplossing in de loop van 2013 al in gebruik genomen worden.’

Welke rol is er voor het Jubelpark weggelegd? Magnette: ‘Je zou het kunnen vergelijken met Musée du Quai Branly in Parijs. Dat brengt kunst uit alle niet-Europese continenten. Het is eigenlijk het museum van de rest van de wereld. In Brussel hebben we een soortgelijke collectie, maar je zou er een ander verhaal mee kunnen vertellen, namelijk dat van Europa.’

‘De Franse filosoof Rémi Brague stelde in Europe, la voie romaine ietwat provocerend dat Europa niets uitgevonden heeft, maar veel heeft overgenomen uit de Chinese en de Arabische cultuur en wetenschap. Die erfenis heeft het nadien tot schittering gebracht. Dát verhaal kun je in het Jubelpark vertellen. Daarbij moet je uitgaan van één grote federale collectie, die naargelang de noden herverdeeld kan worden. Als je stukken uit Tervuren moet halen om de collectie van het Jubelpark aan te vullen, dan moet dat kunnen.’

Draguet

Blijft de vraag wie uiteindelijk de federale musea zal gaan leiden. Het selectiebureau van de overheid Selor duidde Michel Draguet en Constantin Chariot op gelijke hoogte aan als kandidaat.

‘Uit mijn contacten voel ik dat het idee terrein wint om te werken met een overkoepelende structuur. De budgetten zijn beperkt en door gemeenschappelijke diensten is er synergiewinst te maken. Als er een nieuwe structuur komt, is er een nieuwe aanwervingsprocedure nodig. Het heeft niet veel zin nu de knoop door te hakken als we binnen een paar maanden voor een nieuwe procedure staan.’

Michel Draguet blijft dus tot nader order interim-directeur van het Jubelpark en het Museum voor Schone Kunsten

Geert Sels, De Standaard, vrijdag 10 februari 2012.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actualiteit, De Standaard, Pers en media

Een studie ?

Plan voor biermuseum in Beurs wint veld

De stad Brussel betaalt 6,7 miljoen euro voor de erfpachten van het Beursgebouw en het Dexia Art Center. Maar heeft ze ook een idee wat ze met die panden wil? Steeds meer komt de optie van een biermuseum in beeld.

In een opiniestuk in deze krant neemt Luckas Vander Taelen (Groen) vandaag het Brusselse beleid op de korrel. ‘De schepenen hadden nooit een uitgewerkt en haalbaar dossier achter de hand’, schrijft hij over het Beursgebouw en het Dexia Art Center, ‘maar dat belette hen niet om toch 6,7 miljoen euro uit te geven. Zo gaat het er dus aan toe in de hoofdstad van Europa: geen visie, laat staan een project, maar het geld vliegt wel de ramen uit.’Sinds begin januari is de stad Brussel eigenaar van het Beursgebouw aan de Anspachlaan. De vorige bewoner, Euronext, heeft de sleutels officieel overgedragen. Voor de erfpacht betaalt de stad 4,7 miljoen euro.In juli vorig jaar nam de stad ook al het erfpacht over van het Dexia Art Center in de Schildknaapstraat, ooit het hoofdkwartier van Brussel Culturele Hoofdstad. Daar betaalde ze de noodlijdende Dexia Bank 2 miljoen euro voor.

Beide panden staan leeg. Nu de stad een maand eigenaar is van twee grote en centraal gelegen gebouwen, neemt het aantal vragen over een toekomstige bestemming toe. Politici van het Brussels Gewest en de stad Brussel wijzen unisono in de richting van burgemeester Freddy Thielemans (PS). Hij neemt deze dossiers ter harte. Maar zijn diensten hullen zich in stilzwijgen.

Hedendaagse kunst

Tot vorige week. Op interpellaties in de gemeenteraad verwees schepen van Cultuur Hamza Fassi-Fihri (CDH) plots naar ‘een studie in opdracht van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten.’ 

Daaruit zou blijken dat beide locaties niet geschikt zijn voor een verbouwing tot museum. Dat plan was ooit geopperd omdat het museum zijn collectie hedendaagse kunst weggeborgen heeft, om dit najaar een Fin-de-Sièclemuseum te openen. Voor de collectie hedendaagse kunst wordt een onderkomen gezocht.

Een studie! Die wilden we wel eens lezen. Volgens het museum lag die studie bij minister Paul Magnette (PS), onder andere voogdijminister voor wetenschappelijke instellingen, en kwam het hem toe daarover te communiceren. Niet dus. Na diverse navragen kregen we formeel te horen dat er ‘geen studie’ op het kabinet is, maar dat de minister ‘verschillende locaties bezoekt om te oordelen waar de collectie hedendaagse kunst best een onderkomen krijgt.’

Weer over naar het museum. Bestaat er nu een studie of niet? Na lang aandringen blijkt het om een interne studie te gaan (‘die we om die reden niet kunnen vrijgeven’). Het is een document uit 2006. Volstaat dat voor de stad Brussel om een besluit op te bouwen? ‘Michel Draguet, de directeur van de musea, is een expert op het terrein en zijn doorlichting is betrouwbaar’, zegt de woordvoerder van burgemeester Thielemans. ‘Als hij ons in die richting adviseert, volgen we hem daarin.’

Het idee om in het Beursgebouw of het Dexia Art Center een museum voor hedendaagse kunst onder te brengen is dus dood. Wat wordt het dan wel?

Er worden verschillende pistes onderzocht, luidt het bij burgemeester Thielemans, maar volgens onze informatie komt het idee voor een biermuseum in het Beursgebouw steeds meer in beeld.

(…) Lees meer

Geert Sels, De Standaard, maandag 06 februari 2012.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actualiteit, De Standaard, Pers en media

%d bloggers liken dit: