Het antwoord van de politieke partijen op de vragen van MzM

MzM ondervroeg de politieke partijen in verband met de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België en met de sluiting van het Museum voor Moderne Kunst. (E-mail verzonden op 6 april). Hier de antwoorden op de verschillende vragen.

De antwoorden van de Franstalige partijen.

 

1. Museum

Een museum is « een permanente instelling, niet gericht op het behalen van winst, die ten dienste staat van de samenleving en haar ontwikkeling. Een museum verwerft, behoudt, onderzoekt, presenteert, documenteert en geeft bekendheid aan de materiële getuigenissen van de mens en zijn omgeving, voor doeleinden van studie, educatie en genoegen».  Deze definitie van de ICOM is een internationale referentie.

De sluiting van het Museum voor Moderne Kunst en van een groot deel van het Museum voor Oude Kunst versnippert de verzamelingen : deze willekeurige en eenzijdige beslissingen staan haaks op de doelstellingen van het museum. Zij passen niet binnen het kader van een noodzakelijke bestuurlijke autonomie en dienen gecontroleerd en eventueel parlementair gesanctioneerd te worden.

De term ‘museum’ zal niet meer gebruikt worden om het toekomstige Museum voor Moderne Kunst aan te duiden ! Het zal vervangen worden door de vreemde aanduiding ‘Post Modern Lab’ : een manier om de betekenis en doelstellingen van het museum te laten verwateren.

Vragen : maken de doelstellingen van de federale musea en van de KMSKB deel uit van uw politiek project ?
– Indien ja, welke maatregelingen zal u nemen opdat deze doelstellingen op exemplarische wijze worden nagestreefd ?
– Indien neen, waarom niet ?

CD&V [1]

CD&V is overtuigd dat het bestuur van de Federale Wetenschappelijke Instellingen, waar ook de federale musea deel van uitmaken, beter kan. Daarom werd in het programma opgenomen dat de instellingen zowel meer verantwoording moeten afleggen voor de keuzes die gemaakt worden als meer zelfstandigheid moeten hebben om een aangepast beleid te kunnen voeren.

Daarnaast dienen sommige instellingen, zoals ook de musea, beter samen te werken om specifieke schaalvoordelen te bekomen. Dit kan bijvoorbeeld door bepaalde ondersteunende diensten samen te voegen. Om de schaalvoordelen te bereiken, moet niet enkel gekeken worden naar de Federale Wetenschappelijke Instellingen maar ook naar de Federale Culturele Instellingen of andere culturele instellingen waar een samenwerking opportuun is.

Het streven naar efficiëntie en schaalvoordelen mag echter de specificiteit van de afzonderlijke instellingen niet in gevaar brengen.

GROEN [2]

Ja, we hebben in ons programma de volgende passage opgenomen:
1. De federale wetenschappelijke en culturele instellingen zijn zowat de verweesde kinderen van het cultuurbeleid. Ze verdienen een eigen minister en een krachtig beleid. We zouden zelfs durven spreken van een noodplan. Dat moet hen voldoende middelen garanderen maar hen ook aansporen om hun middelen efficiënt aan te wenden om hun taken waar te maken in de brede culturele, bibliotheek- en archiefsector. (F)
2. Een actieve samenwerking is nodig met instellingen en organisaties uit de gemeenschappen op het vlak van internationale projecten, studiewerk, onderzoek en innovatie ten bate van de cultuursector en de informatiesector. De informatie die de  instellingen beheren, moet toegankelijk zijn en blijven voor het brede publiek. (F)
3. De Koninklijke Bibliotheek moet haar rol als nationale bibliotheek ten volle waarmaken en een coördinerende en stimulerende rol opnemen voor de bibliotheken in België̈. Dat gebeurt nu onvoldoende. (F)
4. De federale en de Gemeenschapsinstellingen hebben belangrijke gezamenlijke troeven. We kunnen ze betrekken bij het kunstenbeleid (Opera, Bozar …) en bij museumbeleid als Vlaanderen in de toekomst naast de erkenning van musea ook ‘collecties’ laat spreken en ze erkent/beschermt. Dat zou helpen bruggen te bouwen. Ook de samenwerking met IRPA-KIK is cruciaal. Daar zit dé expertise inzake restauratie en behoud. (F) (V)

N-VA[3]

Maatregelen om deze doelstellingen op exemplarische wijze na te streven?

De twee federale kunstenmusea worden ondermaats bestuurd. Nochtans kunnen ze de motor zijn voor andere musea. We zijn daarbij gekant tegen elke vorm van verdere versnippering van onze twee kunstenmusea. De site van de Kunstberg omvat 50.000 m² en kan dus voldoende plaats bieden om het hele beeldende kunsten-overzicht te geven van oude meesters over hedendaagse en moderne kunst. En dit volgens moderne museologische normen.

Topstukken moeten getoond worden, er moet overzicht gecreëerd worden en ook digitaal tentoonstellen hoort daarbij. Tijdelijke tentoonstellingen kunnen inzoomen op een bepaald thema of een bepaalde invalshoek om de link met het heden of met hedendaagse maatschappelijke thema’s aan bod te laten komen. Eerst moet ingezet worden op het goed beheer van wat bestaat, vooraleer we al dan niet kunnen inzetten op een een nieuw museum.

Voor de N-VA zijn thema’s als erfgoed, de wisselwerking van de Vlaamse en federale musea en bewaring essentieel in het cultuurbeleid. Het betreft zowel het onroerend en het roerend erfgoed, hoe omgaan met de kroonjuwelen in de federale musea, het erfgoeddecreet, archieven, volkscultuur en culturele topstukken.

Open VLD [4]

Natuurlijk maken én de doelstellingen én onze dierbare collecties deel uit van het liberale politieke project. Kunst is een uiting van een mens en alleen daarom al moet kunst gekoesterd worden. Er moeten verschillende maatregelen genomen worden en dit over de communautaire grenzen heen. Kunst kent nu eenmaal geen grenzen, kunst is universeel!

Het einddoel moet zijn dat zoveel als mogelijk van onze collecties kan getoond en gezien worden. Kunst is iets wat je moet kunnen zien, voelen, ruiken. Kunst hoort niet thuis in een depot. Echter door de budgettaire toestand was het niet mogelijk om op vlak van de musea veel middelen vrij te maken. Vandaar dat samen met de gemeenschappen en de gewesten de krachten moet gebundeld worden om de collecties tentoon te stellen.

De mogelijkheid die de Brusselse regering aanbiedt om in 2017 een museum voor hedendaagse kunst te realiseren op het Ijzerplein ( Citroën gebouw) is een mooi voorbeeld.

sp.a *

 

2. Debat

De verdwijning zonder meer van de verzameling moderne kunst en de talrijke disfunctioneringen – de massale sluiting van de museumzalen, ernstige incidenten in verband met de conservatie van de werken, de vroegtijdige sluiting van de tentoonstelling Van der Weyden – veroorzaken terechte reacties, zelfs woede, in vele sectoren van de publieke opinie. Ze werden naar buiten gebracht door MzM, de pers en verschillende parlementairen.

In 2012 heeft Minister Paul Magnette, op dat ogenblik bevoegd voor Wetenschapsbeleid, de actoren uit de kunstwereld geconsulteerd (kunstenaars, docenten, conservatoren, journalisten, galeriehouders, verzamelaars, verantwoordelijken van verenigingen, architecten, ministers van cultuur) om hun visie te kennen in verband met  « een groot centrum voor moderne en hedendaagse kunst ». Hij deed de belofte de verschillende bijdragen te publiceren.  

Vragen : verdienen de toekomst en het bestuur van de KMSKB en van een Museum voor Moderne en Hedendaagse  Kunst in Brussel een openbaar debat ?
– Indien neen, waarom niet ?
– Indien ja, waar, onder welke vorm en met welke partners zou u dit debat willen voeren ?

CD&V

De oefening die Minister Magnette in 2012 lanceerde, werd met goede bedoelingen gestart. De volgende regering moet dit werk verder zetten, zodat de conclusies van de consultatie niet verloren gaan.

Een openbaar debat over een Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst in Brussel kan best op een gestructureerde manier gebeuren waar alle mogelijke actoren aan bod kunnen komen.

Een openbaar debat kan vele goede en creatieve ideeën naar voor brengen. De overheid zal echter rekening moeten houden met een aantal beperkingen. De plannen die voortspruiten uit een openbare consultatie zullen dus realistisch moeten zijn naar timing en haalbaar op vlak van de middelen.

GROEN

Ja, zo’n debat is noodzakelijk. De collecties van de federale musea zijn rijk en zeer waardevol. We moeten ze beter ontsluiten. Het debat moet breed gevoerd worden: met stakeholders van de federale musea zelf, met andere musea in het land, met de ministers van Cultuur, de federale overheid, en alle geïnteresseerde burgers.

N-VA

Uiteraard is een publiek debat hierover altijd verrijkend. De N-VA pleit daarbij voor de nodige transparantie in beleid en bestuur van deze musea. Objectieve evaluaties dringen zich op. Zowel de administratie als de politici moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. In dat opzicht is het opmerkelijk dat toenmalig minister Magnette in 2012 met de betrokken actoren heeft gesproken, maar dat het relaas hiervan niet publiek is gemaakt.

Het schrijven van een cultuurbeleid is een traject van terugblikken en van vooruitkijken: wat willen we behouden, wat willen we vernieuwen? De uitdaging is om nieuwe kansen te creëren en het vertrouwen van de culturele scene te winnen, en tevens een constructieve samenwerking met de administratie in stand te houden.

Open VLD

Er is geen twijfel mogelijk er moet een groot debat komen over de federale musea én de werking én de noden van deze musea. Dit kan de vorm aannemen van rondetafelgesprekken, dan ga je er namelijk van uit dat iedereen gelijkwaardig is, want de toekomst van musea is niet iets wat zomaar door de beleidsmakers kan opgelegd worden zonder grondige consultatie van iedere stakeholder. Zoals reeds gesteld moeten alle beleidsniveaus uitgenodigd worden om in debat te gaan. Er zijn nu reeds beslissingen genomen om onderdak te geven aan een museum voor hedendaagse kunst in de Citroën garage.

Maar nu deze klip genomen is, betekent dit niet dat de problemen van de baan zijn. Het is hoog tijd dat alle actoren uit de kunstwereld samen met de politieke samen rond de tafel gaan zitten, en dit rond concrete projecten zoals financiering, hoe veilig tentoonstellen en wat tentoonstellen.

 

3. Gebouwen, zalen en verzamelingen

De aankondiging om de verzamelingen moderne kunst onder te brengen – op voorlopige basis en op een niet nader bepaald tijdstip –  in het Vanderborght-gebouw zegt niets over de projecten betreffende het gebouw van de KMSKB aan de Regentschapsstraat waar de meerderheid van de zalen om diverse redenen sinds jaren gesloten zijn. Het zegt ook niets over het lot van de verzameling oude kunst waarvan een groot deel verbannen is naar de reserves en niet toegankelijk is voor het publiek.

De « uitbreidingen » van het Museum voor Oude Kunst, ingehuldigd in 1974, zijn reeds tien jaar lang gesloten. Er werden dure asbestverwijderingswerken uitgevoerd maar stopgezet zonder perspectief op voortzetting. Een fractie van de werken 15de- 19de eeuw wordt vandaag aan het publiek getoond in bedroevende omstandigheden. 

Vraag : is volgens u een museum voor schone kunsten in het centrum van Brussel, gewest, Vlaamse, nationale en Europese hoofdstad, de inzet van een culturele, educatieve, sociale en economische politiek ?
– Indien neen, waarom niet ?
– Indien ja,  wat zal u concreet ondernemen om het museum de noodzakelijke middelen te geven om op passende wijze aan deze inzet tegemoet te komen ?   

CD&V

Brussel heeft reeds vele culturele troeven zoals Bozar, De Muntschouwburg, Flagey, de Ancienne Belgique of de vele private initiatieven. Kortom er is voor ieder wat wils. Een museum voor schone kunsten is in de hoofdstad van Vlaanderen, België en Europa dan ook onontbeerlijk.

Voor de bestaande instellingen worden reeds vele middelen voorzien voor de Federale Wetenschappelijke Instellingen. De inzet van beschikbare middelen zal daarom efficiënter (bijvoorbeeld door het nastreven van schaalvoordelen) en rationeler (bijvoorbeeld door te vermijden dat projecten waarin veel geïnvesteerd wordt niet meer stopgezet worden) moeten.

Wat de beschikbare infrastructuur betreft, is het noodzakelijk om een inhaalbeweging op het vlak van afwerking en renovatie. De Regie der Gebouwen, die bevoegd is voor de gebouwen van de federale overheid, heeft de voorbije jaren reeds aangedrongen om een geactualiseerd masterplan te maken voor het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten. Dit zal in samenspraak met het museum moeten gebeuren aangezien zowel de collecties, het personeel als de bezoekers geen gevaar mogen lopen.

GROEN

Het museumbeleid moet in totaliteit worden bekeken. Het debat moet gaan over het brede museumbeleid. Het is toch vanzelfsprekend dat een museum voor schone kunsten in ozne hoofdstad een belangrijke plaats én functie inneemt.  Ik verwijs naar onze visie over de federale wetenschappelijke instellingen bij vraag 1

N-VA

Cultuur is reeds lang de bevoegdheid van de deelstaten. De KMKG op het Jubelpark bleven echter federale bevoegdheid. Gezien de ligging in Brussel, Europese hoofdstad, lijkt het ons logisch om deze musea te onttrekken aan Belspo en te streven naar meer autonome musea waarin we het beheer van de gebouwen, maar ook de uitbating van het museum in onderbrengen. De aandeelhouders zijn uiteraard de twee gemeenschappen van ons land, mogelijk aangevuld met privé-partners.

Beide gemeenschappen zijn dan samen verantwoordelijk voor het beheer van het gebouw, de nodige renovatiewerken, maar ook voor de collecties, het personeelsbeleid, het museumbeleid en alle andere zaken.

Open VLD

Het is de evidentie dat een volwaardig museum voor schone kunsten een plaats verdient in onze hoofdstad, net zoals een dergelijk museum zijn plaats heeft in Gent, Antwerpen, Doornik,…

Open Vld meent dat met de aankondiging van de Brusselse regering met de komst van een museum voor schone kunsten in het Citroën gebouw een cruciale stap is in de permanente tentoonstelling ten dienste van de gemeenschap van kunst. De nodige financiering moet inderdaad voorzien worden, echter zoals reeds aangehaald is een financiering vanuit de verschillende beleidsniveaus en andere kanalen de ideale mix.

 

4. Educatie, vorming, culturele bemiddeling

Het Museum voor Moderne Kunst is sinds 2011 gesloten en de verzamelingen die in het Vanderborght-gebouw zullen worden ondergebracht zullen nog twee of drie jaar ontoegankelijk zijn voor het publiek. Een jongere die zich in 2011 in het lager, secundair of hoger onderwijs inschreef, zal zijn cyclus beëindigen zonder contact te hebben gehad, in Brussel, met de verzamelingen 20ste en 21ste eeuw.

Het opsplitsen van de verzamelingen in zogenaamde « nieuwe musea » leidt tot een sterk verhoogde inkomprijs waardoor het museum voor een bepaald publiek moeilijk toegankelijk wordt.

Vraag : speelt, volgens u, het museum als culturele instelling  een rol in de opvoedings- en vormingspolitiek ? 
– Indien neen, waarom niet ?
– Indien ja, wat garandeert in uw programma de cognitieve en materiële toegang tot musea – en concreet tot de verzamelingen van de KMSKB, inbegrepen de verzameling moderne en hedendaagse kunst – voor kinderen van het lager onderwijs en jongeren van het secundair en hoger onderwijs ?

CD&V

Een museum heeft uiteraard een belangrijk rol in de opvoeding- en vorming van kinderen en jongeren. Aangezien de federale musea publieke instellingen zijn moet voor hen in het bijzonder deze toegang gegarandeerd worden. Toegangsprijzen mogen geen obstakel vormen om de federale collecties te bezichtigen.

De efficiënte omgang met de beschikbare middelen, een goede samenwerking met andere instellingen en met de gemeenschappen moet ervoor zorgen dat ook de federale kunstcollecties een belangrijke rol kunnen spelen in de opleiding van leerlingen en studenten. En dat dit aan democratische toegangsprijzen kan gebeuren.

CD&V is van oordeel dat de collectie Moderne en Hedendaagse kunst zo snel mogelijk terug toegankelijk moet zijn. We betreuren de keuze van de museumdirectie om de collectie op te bergen. Toch heeft Staatssecretaris Verherstraeten er mee voor gezorgd dat er een voorlopige tentoonstellingsruimte in het Vanderborght gebouw beschikbaar zal zijn. Dit zorgt ervoor dat de collectie (deels) terug zichtbaar zal zijn voor het publiek.

Dit geeft de federale overheid de kans om een permanente en duurzame oplossing te zoeken om de collectie tentoon te stellen. Op termijn zullen in Brussel de aanwezige federale verzamelingen moderne en hedendaagse kunst op een wijze gepaste wijze tentoongesteld worden.

GROEN

Het antwoord is ‘ja’. Het genoemde masterplan voor de musea moet vertrekken van de rijke collecties, maar zich volop inschrijven in de internationale ICOM-definitie. Daar is die educatieve opdracht een essentieel onderdeel van. WIj hebben in ons cultuurprogramma daarenboven zelf ook een prioriteit gemaakt van cultuureducatie en participatiebevordering.

N-VA

Cultuureducatie begint van jongs af aan. Hoe vroeger we kinderen in contact brengen met kunst en cultuur, hoe vroeger we ze kansen geven. Dat betekent niet alleen de toegang tot de musea verzekeren, maar ook het versterken van de cultuureducatieve dienst in het museum.

Laat kinderen proeven van kunst en cultuur en laat ze ook experimenteren met kunst en cultuur. Workshops, digitale cultuureducatie,… op school, thuis met de familie, spontaan, met jeugdbewegingen of tijdens vakantiestages, bijvoorbeeld.

Dit alles kan helpen om kinderen het verleden te leren kennen, te leren omgaan met het heden en de toekomst voor te bereiden. Een gratis verhaal bestaat niet, maar we moeten erover waken dat de inkomprijzen geen extra drempel vormen om kinderen, jongeren en jongvolwassenen kennis te laten maken met het museum en onze rijk kunst- en cultuurpatrimonium.

Open VLD

Sowieso moet een kind, een jongere de kans hebben tijdens zijn schoolloopbaan om meerdere musea te bezoeken. De musea moeten inderdaad qua toegangsprijs laagdrempelig blijven. Ieder museum heeft wel een aparte prijs voor kinderen en jongeren waardoor dit alles wel betaalbaar blijft.

 

5. Toekomstplanning

De toekomst van het Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst en zijn verzameling, heeft nood aan een nuchtere en zorgvuldige reflectie, en dat in het belang van iedereen. Om dit te verwezenlijken, zoals dat meestal het geval is, moet de regering een opdracht tot toekomstplanning – zowel pragmatisch, inventief en gedocumenteerd – toekennen aan een persoon die zowel thuis is in museale politiek als in het domein van de hedendaagse kunst. Deze onderzoeksopdracht kan dan leiden tot een internationale werkgroep die het overleg en de noodzakelijke raadplegingen zal leiden (cf. vraag 1).

Het Museum voor Moderne Kunst werd gesloten zonder enig alternatief, het is nu aan anderen om er een toekomst voor te bedenken.

Vraag : bent u van mening dat de oprichting van een Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst voldoende belangrijk is om het voorwerp uit te maken van een grondige voorbereidende studie ?   
– Indien ja, zou u een onafhankelijke opdracht in verband met een toekomstplanning voorstellen of ondersteunen ?
– Indien neen, waarom niet ?

CD&V

CD&V voorziet geen specifiek nieuw museum voor de Moderne en Hedendaagse Kunst. De instelling die deze verzamelingen zal tentoonstellen blijft het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten. Of deze permanente tentoonstelling in een nieuw gebouw of in reeds bestaande gebouwen moet plaatsvinden, moet inderdaad onderdeel uitmaken van een grondige studie.

Door de voorlopige locatie van het Vanderborght gebouw is er tijd om de permanente tentoonstelling van de Moderne en Hedendaagse Kunst voor te bereiden en de plaats te geven die het verdient. Naast de locatie zal er in de studies ook oog moeten zijn voor de tentoonstellingswijze en een doordacht aankoopbeleid.

GROEN

Ja, een studie over een dergelijk museum is zeker zinvol. We moeten op die manier uitklaren hoe we de museumcollecties indelen en verspreiden over musea: bepalen van de criteria (obv van tijdsperiodes, dan wel kunstenaars of een ander indelingsprincipe. Zeker onze collectie moderne kunst moet opnieuw zichtbaar en toegankelijk worden. Over de wijze waarop spreken we ons niet uit, precies daarvoor moet die studie dienen. Daarnaast stelt zich de problematiek van de hedendaagse kunst. Is dit voor de federale musea een bijkomende opdracht? Deze collecties zijn echter niet zo uitgewerkt.

N-VA

Er moet een duidelijke toekomstplanning opgemaakt worden voor beide federale kunstmusea. Moderne en Hedendaagse Kunst moet daar een volwaardig deel van uitmaken. De N-VA wil deze musea in de eerste plaats uit hun administratief keurslijf halen, ze autonoom beheren met een dynamische raad van bestuur waar experten op velerlei vlak (financieel, museologisch, architecturaal…) in zetelen.

Verder willen we inzetten op het digitaal ontsluiten van de collecties en ondertussen een masterplan opstellen voor renovatie van de gebouwen. Alle collecties moeten evenwaardig getoond en ontsloten worden met de meest moderne museologische visie die beantwoordt aan de doelstellingen van ICOM. Daarvoor zijn ook financiële middelen nodig. Beide gemeenschappen dragen verantwoordelijkheid en ook inbreng zijn vanuit de prive-sector is mogelijk. Mecenaten, crowdfunding, fiscale stimuli zijn nodig om de bedrijfswereld, families en individuen te betrekken bij kunst en cultuur. Dat vergroot ook het maatschappelijk draagvlak voor kunst en cultuur.

De conclusie is duidelijk: de toekomstvisie moet gebaseerd zijn op flexibiliteit, op netwerken, sociaal weefsel en dynamisme.

Open VLD

Open Vld is ervan overtuigd dar een Museum voor moderne en hedendaagse kunst in Brussel moet komen, echter een zoveelste studie bovenop de anderen kan wel eens leiden tot extra kosten en onnodig tijdverlies. Open Vld meent dat nu volop de kaart moet getrokken worden om het Citroën gebouw om te vormen tot een attractief museum voor moderne en hedendaagse kunst, zodat dit effectief in 2017 kan opengaan.


 

[1] 18/4/14

[2] 9/4/14

[3] 9/5/14

[4]  9/5/14

* 14/5/2014 : Het standpunt van sp.a door wat betreft de federale musea : “De wetenschappelijke federale instellingen moeten zich bezighouden met de kern van hun opdracht, i.e. het runnen van een museum als een wetenschappelijke instelling (onderzoek, conservatie, aankoopbeleid, pedagogisch beleid,…). Bovendien moeten de instellingen meespelen in internationale debatten. Daarvoor moeten we hen de nodige artistieke en academische autonomie geven, door een aantal taken uit hun handen te nemen, zoals bijvoorbeeld het beheer van de gebouwen, het personeelsbeheer en het management. Die functies kunnen een onderkomen vinden in een gewestelijke structuur, los van het inhoudelijke.” De visie van sp.a op een museum voor moderne en hedendaagse kunst : http://www.makbrussel.be/wp-content/uploads/2013/07/MAK_projectvoorstel.pdf, en op de Belgische musea : http://www.faronet.be/dossier/musea-anno-2014/musea-middelen-en-macht-stemmen-uit-de-politiek.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actualiteit, Mededelingen van MzM, Politici

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s