Geen blanco cheque voor federaal museumbeleid

Vijfentwintig collega-kunsthistorici hebben deze week snoeiharde kritiek geuit aan het adres van huidig directeur a.i. Michel Draguet over de gang van zaken in de Brusselse federale kunstmusea en wetenschappelijke instellingen. Ik sluit me aan bij hun petitie die terecht oproept voor een nieuw en transparant beleid.

“Hallucinant”

Maar wat willen mijn kunstbroeders aan de kaak stellen? Laat ons een poging wagen om dit kluwen te ontrafelen. Gaat u even zitten want dit is een hallucinant Belgisch verhaal. De opeenvolgende staatshervormingen hebben ertoe geleid dat cultuur in al zijn verscheidenheid gefederaliseerd werd. De Vlaamse en Franse gemeenschappen hebben er werk van gemaakt en vaardigden op verschillende cultuurdomeinen decreten uit en hebben zich ingezet om een beleid uit te stippelen. Een beleid dat in de respectievelijke parlementen onderwerp is van politiek debat en maatschappelijke discussie. Het heeft geleid tot veel geslaagde en enkele minder succesvolle realisaties op het vlak van de kunsten, de beeldende kunsten, muziek en theater, musea en erfgoed.

Van Jubelpark, over Afrika, Wiertz, Magritte tot Sterrenwacht

Germaine Van Parys

(…)

Geen politieke controle

De wakkere bloglezer heeft begrepen dat het hier gaat over de grote Belgische referentie-instellingen die in het buitenland veel meer bekend zijn dan pakweg de Musea voor Schone Kunsten te Gent, Luik of Antwerpen. De federale instellingen beheren zonder enige twijfel de befaamde cultuurschatten die ons land rijk is. Totaal zijn er ongeveer 4.000 mensen rechtstreeks of onrechtstreeks tewerkgesteld en spreken we over een gezamenlijk jaarlijks budget van 300 miljoen Euro.

Helaas zijn er problemen met het beheer. Het feit dat de instellingen zich als een restbevoegdheid op het federale niveau bevinden, maakt de politieke controle vrijwel onbestaande, ondanks dat er een federale minister is die het in zijn takenpakket heeft. Immers, omdat het culturele beleid zich voornamelijk op het niveau van de deelstaten afspeelt, zijn daar de politici werkzaam die zich toeleggen op het culturele. In het Vlaamse en het Waalse parlement worden de respectievelijke Ministers van Cultuur geregeld geïnterpelleerd, ondervraagd en ontwikkelen partijen, als het enigszins meezit, een eigen visie op het culturele beleid van de deelstaten. Uitstekend is dat, want zo is er niet alleen een maatschappelijke en politieke discussie maar eveneens een controle op de werkingsmiddelen en worden er vragen gesteld bij de besteding van uw en mijn dure Vlaams belastinggeld.

“Wat zijn hun dromen?”

Echter niets van dit alles wanneer het gaat over onze grote, internationaal befaamde culturele instellingen waarvan de grote musea de bekendste uithangborden zijn. Hebt u recentelijk een interview gelezen met de directeurs van die instellingen over hun toekomstplannen, over hun dromen, hun verwezenlijkingen? Ik niet. Wat weten we over hun rol die ze wensen te spelen in onze samenleving, wat ze met hun collecties willen aanvangen, hoe ze die beheren, welk aanwinstenbeleid ze volgen, hoe de instellingen zich begeven op de kunstmarkt, hoe ze het wetenschappelijk onderzoek bevorderen, hoe ze met het publiek interacteren, op welke manier ze samenwerken met bijvoorbeeld de kleinere spelers in de deelstaten (we horen daar geregeld meer klachten dan lofuitingen over), etc.

“Eén grote balanco cheque”

Hun beleid is in Vlaanderen geen onderwerp van discussie. Er is alleen stilte. In het federale parlement zijn er op sporadische vragen van Ben Weyts (N-VA) en Jef Van den Bergh (CD&V) geen parlementariërs (meer) bezig met de politiek van deze instellingen. Als politicus haal je er geen eer van want ook in de Vlaamse pers komt het beleid van deze instellingen nauwelijks aan bod. Het stuit me tegen de borst dat op het beleid en budget van deze instellingen geen controle is, dat er geen parlementaire of maatschappelijke discussie aan vooraf gaat, dat het in feite één grote blanco cheque is zonder dat we ook maar ergens het gevoelen hebben dat we enige inspraak hebben of dat we kunnen wegen op het beleid van die instellingen, hun overkoepelende administratie, of dat van de minister ter zake.

Een relevant voorbeeld hiervan is het samenwerkingsakkoord dat op een drafje op 7 juni 2012 gesloten werd tussen enerzijds Minister Magnette en het hoofd van Belspo – de overkoepelende administratie – Philippe Mettens (PS-burgemeester van Flobecq). Dit samenwerkingsakkoord heeft bijzonder vergaande gevolgen voor de grote musea. Het is tegen dit plan dat de 25 academici ageren. Zij kunnen hun mening uiten dank zij hun academische vrijheid, de kunsthistorici in de federale musea hebben zwijgplicht.

“Wereldse megalomanie”

Het akkoord heeft gevolgen voor het culturele landschap op het federale niveau. Zo wordt de fusie aangekondigd van diverse instellingen in drie ‘polen’: een pool ‘Kunst’, een pool ‘Wetenschap’ en een pool ‘Natuur’. De pool Kunst (alleen maar die afgrijselijk vertaling van het Frans ‘pôle’) veronderstelt de fusie van de Musea voor Kunst en Geschiedenis, de Musea voor Schone Kunsten én het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, dit alles onder de leiding van één directeur, in praktijk Draguet. Al degenen die ooit maar van eens ver of van dichtbij met een van deze instellingen te maken heeft gehad, weet dat deze fusie een onmogelijke opdracht inhoudt.

Deze visie getuigt van wereldse megalomanie meer ingegeven door politiek-persoonlijke redenen dan wel door zorgen voor een goed beleid. Het voorwendsel dat met deze fusie een bijzondere synergie en dus besparingen en een betere efficiëntie zullen worden gerealiseerd, getuigt van een misprijzen voor de werking en de opdrachten van elke instelling op zich. Het is tekenend voor het ganse culturele beleid van de federale overheid. Het wordt gevoerd zonder inspraak, zonder discussie, zonder overleg, zonder parlementaire controle. Het wordt eenvoudig binnenskamers beslist, ver weg van welke pottenkijkers ook. Over de hoofden van jan en alleman maar wel betaald door jan modaal.

“Cultuur naar politieke frontpagina”

Het is niet omdat het een federale bevoegdheid is dat we in Vlaanderen (en ja natuurlijk ook in Wallonië) ons geen vragen mogen stellen met wat er federaal op dit vlak gaande is. Aan dit waanzinnig project moet een einde komen want dit leidt niet tot zorgvuldiger bestuur. Het wordt tijd dat onze Vlaamse politici zich eens met de culturele rijkdom van dit land gaan bezig houden! Het funest beleid van onze zo geroemde federale musea en wetenschappelijke instellingen moet eindelijk tegen het daglicht worden gehouden en van de cultuurpagina naar de politieke frontpagina verhuizen. Liever vandaag actie dan wachten tot het confederalisme in 2014. Vlaanderen speelt anders misschien de toeristische attracties Magritte en Fin-de-Siècle kwijt aan het Brussels Gewest.

Johan Swinnen, weblog Johan Swinnen, de redactie.be, 08 / 11 / 2012

(De auteur is kunsthistoricus, doceert aan de Vrije Universiteit Brussel en is auteur van het boek ‘De Essentie Beeldcultuur’.)

(Foto: © Germaine Van Parys, Jubelpark, 21 juli 1930.)

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Actualiteit, De redactie.be, Pers en media

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s