Interpellatie tot Charles Picqué, Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering

“De plaats van de Koninklijke Musea in de citymarketing van Brussel”

Mevrouw Sophie Brouhon (in het Frans).- Momenteel worden de zes verdiepingen van het Museum voor Moderne Kunst gerenoveerd. De collectie is opgeslagen in de kelder. Wat ermee zal gebeuren, is nog niet duidelijk, want de Koninklijke Musea vallen onder de bevoegdheid van de federale regering, die momenteel niet erg actief is.

De museumdirecteur wil het Museum voor Moderne Kunst vervangen door een museum gewijd aan het “fin de siècle”, dat in februari 2012 zou moeten opengaan. Iedereen verbaast zich daarover, aangezien er geen overleg is geweest met de federale overheid of de andere betrokkenen.

De stad Brussel pleit in een motie (ingediend door mevrouw Nagy) voor het behoud van de activiteiten van het Museum voor Moderne Kunst tijdens de werken, en pleit voor een verhuizing van de collectie naar de Beurs. Beide ideeën (het “fin de siècle”-museum en de verhuizing van het Museum voor Moderne Kunst naar de Beurs) getuigen niet echt van een frisse hedendaagse kijk. Terwijl de kunstwereld en de burgers debatteren over de sluiting van het Museum voor Moderne Kunst, schrijft de pers lovende artikels over de hedendaagse architectuur in het Museum aan de Stroom (MAS) in Antwerpen of de gelijktijdige opening van het Museo d’arte contemporanea di Roma en het Museo nazionale delle arti del XXI secolo, twee musea voor hedendaagse kunst in Rome.

In heel de wereld vinden wedstrijden plaats voor architectuur en hedendaagse kunst. Ondertussen onderneemt het gewest niets in dit dossier, noch als overlegpartner, noch als initiatiefnemer.

(verder in het Nederlands) De Kunstberg en de aanwezige musea zijn een belangrijke aantrekkingspool voor het gewest. In een document van het BITC uit 2005 over citymarketing en het imago van Brussel worden de Musea voor Oude en Moderne Kunsten nog vermeld als toppers onder de musea, waardoor ze van het grootste belang zijn voor het imago van Brussel.

Ook in het Plan voor de Internationale Ontwikkeling van Brussel (PIO) staat de Kunstberg omschreven als een strategisch gebied: “Ze vormt één van de symbolische plaatsen in het culturele prestige van Brussel, met zijn uitzonderlijke veelvoud aan musea, bruisende kunstcentra en aangename openbare ruimten.” Het PIO is dan ook bedoeld om de aantrekkelijkheid van de wijk te versterken. Als de musea anders worden ingevuld of hervormd, heeft dit ook implicaties voor het Brusselse beleid inzake citymarketing.

In hoeverre is de regering betrokken bij de plannen rond het Museum voor Moderne Kunst? Bent u geraadpleegd? Indien niet, welke initiatieven hebt u genomen om hierbij te worden betrokken? Welk overleg pleegt u met het federale niveau over de Koninklijke Musea en de culturele citymarketing van Brussel in het algemeen?

De heer Herman Mennekens.- Citymarketing is vandaag gelukkig meer dan een slogan. Sinds enkele jaren wordt de creatieve potentie van de stad op verschillende plaatsen in de wereld opnieuw ontdekt, met een focus op cultureel erfgoed, kunst, geschiedenis en folklore. De voorbeelden zijn legio, zoals Bilbao, Lille, Berlijn, enzovoort. Maar ook enkele Belgische steden zijn daarin stilaan succesvol. Naast het ontsluiten van het artistieke erfgoed, zoals het Museum voor Oude of Moderne Kunst, het Magrittemuseum en het Muziekinstrumentenmuseum dat doen in Brussel, kan men met cultuur de stad op de nationale en internationale kaart plaatsen.

Naar aanleiding van het Stadsmuseum Gent peilde ik al eens naar het museale beleid van het gewest. In de marge daarvan hield ik al een pleidooi voor de oprichting van een hedendaags Brussels stadsmuseum.

De Kunstberg is een belangrijke aantrekkingspool voor het gewest, maar er is uiteraard heel wat meer. Naast de musea zijn er ook de festivals, zoals Kunstenfestivaldesarts. De lijst is haast eindeloos. Verder wordt er ook al jaren gepraat over de totstandkoming van een groot museum van Europa en zelfs over een jazzmuseum in het geboortehuis van Toots Tielemans.

In het PIO worden onder meer de Kunstberg en het Magrittemuseum aangehaald in de internationale imagostrategie van het gewest. Doordat de bevoegdheden in het museumlandschap verdeeld zijn over de gemeenten, de gemeenschappen, het gewest en de federale overheid, is het moeilijk om uit te maken wat het kader is waarbinnen het gewest het museale beleid kan vormgeven. Het klopt dat het Museum voor Moderne Kunst als een van de federale instellingen in het gewest deel uitmaakt van de citymarketingstrategie, maar deels aan onze controle ontsnapt omdat het onder de federale bevoegdheid valt. Het Brusselse museale beleid kan nog beter worden ontwikkeld door een beter en efficiënter overleg tussen alle betrokken overheden.

Ik verwijs ter zake naar een discussienota die ik samen met de heer René Coppens in de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie heb ingediend. Daarin pleiten we voor een cultuur- koepel die alle overheden van het land op structurele wijze samenbrengt om het culturele beleid te coördineren en te stroomlijnen in het belang van een zo efficiënt mogelijke city-marketing voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. We doelen op een overlegcomité voor alles wat te maken heeft met het culturele leven en aanbod in het Brussels Gewest. Het overleg gebeurt vandaag nog te veel ad hoc, ook door het gebrek aan structureel overleg laten we heel wat kansen liggen. Daar zijn al studies over gemaakt. We hebben die in de commissie al besproken. Ik verwijs onder andere naar de studie ‘Het verdriet van Brussel’ van het Kenniscentrum Prometheus, dat een berekening heeft gemaakt van de misgelopen inkomsten door het niet efficiënt inzetten van het aanbod.

Daarom sluit ik me aan bij de vragen van collega Brouhon met betrekking tot de musea op de Kunstberg. Welke vormen van overleg of inspraakmogelijkheden heeft het Brussels Hoofd-stedelijk Gewest bij de toekomstige invulling van het musea-aanbod, zowel in dit specifieke dossier als in het algemeen?

Mevrouw Marie Nagy (in het Frans).- Culturele instellingen die van de federale overheid afhangen, zijn daarom niet minder essentieel voor het imago van de stad. Ze trekken een bepaald soort toerisme aan, dat goed is voor de Brusselse economische bedrijvigheid.

ECOLO heeft er vaak voor gepleit om deze instellingen federaal te houden. Ook de minister-president heeft vroeger, toen hij lid was van de federale regering, hun toekomst ter harte genomen.

De bevoegde federale minister heeft in de Kamer gezegd dat de directeurs van de Koninklijke Musea hun collecties autonoom mogen organiseren. De beslissing om de volledige collectie aan de kant te schuiven en de naam van het museum te veranderen, gaat echter veel verder dan dat.

Brussel moet aandacht hebben voor haar historisch erfgoed, maar ook voor de hedendaagse kunst en voor de toekomst.

Ik begrijp dat de museumdirecteur een oplossing zoekt voor zijn probleem. Zijn beslissing is echter niet goed voor het imago van Brussel. Het grootste probleem is dat we niet weten hoe lang bepaalde collecties niet meer te zien zullen zijn.

Het gewest moet in elk geval duidelijk maken dat deze beslissing belangrijk is voor de Brusselaars, omwille van het imago van het stadsgewest en de economische gevolgen.

In naam van ECOLO heb ik in de Brusselse gemeenteraad een motie ingediend, die unaniem goedgekeurd werd door meerderheid en oppositie. Daarin vraagt Brussel-Stad de federale overheid om een tijdschema op te stellen en om de beslissing van de directeur niet te aanvaarden, zodat voorkomen wordt dat een deel van de collectie voor onbepaalde tijd niet meer toegankelijk zou zijn.

De kunstsector, de toeristische sector en de Brusselse overheden moeten hierover overleggen.

Hebt u initiatieven genomen om een overleg tot stand te brengen en het standpunt van het gewest te verdedigen? Wat is dat standpunt? Hoe kunt u de beslissing van de directeur tegengaan?

Ik weet niet of het nodig is om een nieuw symboolgebouw op te trekken. We hebben nogal wat problemen met het beheer van gebouwen. Er moet alleszins duidelijkheid komen over het Museum voor Moderne Kunst.

Hoe gaat het overleg in zijn werk? Wat is de planning? Waar zal de collectie ondertussen te zien zijn? Welke rol speelt de Brusselse regering in dit dossier?

Mevrouw Anne-Sylvie Mouzon (in het Frans).- Autonoom bestuur door ambtenaren is vaak geen goede zaak. Nog even en verkozen politici zullen genoodzaakt zijn om de verantwoordelijkheid te nemen voor de slechte beslissingen van ambtenaren.

Kunstmusea zijn erg belangrijk voor het toerisme. Waarom zouden mensen anders steden als Londen of New York bezoeken? Overigens is het Londense Tate Modern ondergebracht in een oude elektriciteitscentrale. Kunstmusea moeten niet noodzakelijk in prestigieuze gebouwen worden gehuisvest.

Vaak zijn het jongeren met weinig geld die naar kunststeden trekken om er de musea te bezoeken, maar ook meer welgestelde burgers doen dat.

Ik vind het niet navelstaarderig dat we ons verzetten tegen het verdwijnen van het Museum voor Moderne Kunst. Brussel is de meest geschikte plaats om het erfgoed van de drie gewesten onder de aandacht te brengen. Wallonië en Vlaanderen hebben er helemaal geen voordeel bij dat een Brussels museum zou sluiten.

Ik weet dat de Brusselse regering weinig bevoegdheden heeft inzake deze aangelegenheid en niet veel meer kan doen dan kennis te nemen van de beslissingen van de federale overheid, die zich verschuilt achter het ‘autonoom beheer’ van het museum. Deze situatie is onaanvaardbaar.

De Brusselse regering moet reageren. Iedereen heeft er belang bij dat het Museum voor Moderne Kunst in Brussel blijft. De toeristen verwachten dat ook.

De heer Charles Picqué, minister-president.- Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd niet geraadpleegd over de sluiting van het museum. Dat is jammer, al begrijp ik de logica die de museumdirectie gevolgd heeft.

(verder in het Frans). Volgens mijn informatie dacht de directeur, naar aanleiding van de schenking Gillion-Crowet, dat hij het museum aantrekkelijker kon maken door te mikken op de meesterwerken uit het fin de siècle (art nouveau en art deco).

Op die manier zou de directie een hele reeks collecties kunnen ontsluiten, waardoor dit museum een culturele aantrekkingspool zou worden voor Brussel.

Dat is een begrijpelijke redenering, maar als we geraadpleegd waren, hadden we kunnen meedenken over een betere locatie voor de collectie moderne kunst. We beschikken trouwens over voldoende kwaliteitsvolle werken uit de moderne tijd en uit het einde van de 19e eeuw .

(verder in het Nederlands). De Brusselse regering wordt uitsluitend geraad- pleegd als het gaat om de schenking van de familie Gillion-Crowet, die het gewest sinds 2006 beheert. Het beheer van deze collectie werd uitdrukkelijk aan de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België toevertrouwd door de overeenkomst van het gewest en de Musea met de familie Gillion-Crowet.

(verder in het Frans). Ik kan begrijpen dat de directeur zich gegijzeld voelde door het gebrek aan ambitie van de federale regering. Het fin-de-sièclemuseum is een goed idee op zich en dwingt de overheid een nieuwe formule te vinden voor het Museum voor Moderne Kunst.

Het is goed dat de directeur de internationale uitstraling van het museum wil vergroten, maar voorafgaand overleg was natuurlijk beter geweest.

Het Brussels Gewest is uiteraard betrokken bij de culturele uitstraling van de hoofdstad. Het levert een grote inspanning voor de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, de promotie van het cultuurtoerisme, enzovoort. Ook Beliris financiert heel wat projecten.

Een schenking aan een Brussels museum levert het gewest echter minder inkomsten uit successie-rechten.

(verder in het Nederlands). U vraagt welke initiatieven wij genomen hebben voor het nationale en internationale imago van de Kunstberg. Het antwoord staat in het Plan voor de Internationale Ontwikkeling van Brussel. De Kunstberg was een van de bevoorrechte zones van Brussel op cultureel en toeristisch vlak.

Het is ook in deze context dat wij het BIP geopend hebben, dat inmiddels het gewestelijke onthaal- centrum geworden is. In dit centrum hebben al meer dan 400 conferenties en evenementen plaatsgevonden. Het BIP onthaalt ook tijdelijke tentoonstellingen. Daarom pleitte ik ervoor dat het BIP niet alleen uit kantoren zou bestaan.

Het gewest heeft deelgenomen aan de omvorming van het congrescentrum Square en kent subsidies toe aan de musea voor activiteiten die bijdragen tot het imago van Brussel, denk maar aan het paleis van Keizer Karel, maar ook aan Bozar en de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten. Ten slotte neemt het gewest ook deel aan de gesprekken over de ontwikkeling van de wijk, meer bepaald binnen de vzw Kunstberg, die de initiatieven van haar leden overkoepelt.

(verder in het Frans). In het Belirisakkoord is ook het lichtproject voor het Koningsplein opgenomen, in overleg met de vzw Kunstberg. Ten slotte bestaat er een plan voor de heraanleg van het Koningsplein en het Museumplein, met inbegrip van een lichtplan.

Wij plannen maatregelen binnen onze bevoegdheden.

(verder in het Nederlands) Ik heb in de pers gelezen dat de directeur van de Koninklijke Musea het Museum voor Moderne Kunst in een nieuw gebouw wil onderbrengen in Brussel. Het gewest moet uiteraard bij die beslissing betrokken worden. Dit zou evenwel kunnen inhouden dat aan het gewest wordt gevraagd om ook voor de financiering van dit project in te staan.

(verder in het Frans) Momenteel zijn er vragen over de financiering, zelfs als het museum in een bestaand gebouw komt.

Ik verdedig niet de methode maar wel de doelstelling van de directeur. De verwijzing van de federale minister naar het autonome beheer van de collecties, is een zwak antwoord.

Er zijn interessante ideeën over hoe het verder moet, maar in elk geval is daarvoor een financiële tussenkomst nodig van de federale overheid of van het gewest, of een financiering via een publiek- private samenwerking.

Het gewest kan wel een tentoonstelling financieren in een federale instelling, maar niet het gebouw waar de instelling ondergebracht is.

Mevrouw Sophie Brouhon (in het Frans).- U verdedigt de doelstelling van de directeur en verwijst naar de mogelijkheid om de huidige collectie in een ander gebouw onder te brengen, op voorwaarde dat de federale overheid de kosten draagt.

Hoe zal het gewest reageren als de verhuizing er niet komt? Zal het de hedendaagse kunst opnieuw centraal plaatsen in haar Plan voor Internationale Ontwikkeling? Beschouwt u dit als een fundamen- teel element uit uw cultuurbeleid?

U zegt dat het gewest moet helpen zoeken naar een geschikt gebouw, al hoeft het daarvoor niet te betalen. We waren al niet betrokken bij de eerste beslissing. Hoe wilt u ervoor zorgen dat dat nu wel gebeurt?

De heer Charles Picqué, minister-president (in het Frans).- Moderne kunst verdient een mooi museum in Brussel met een uitgebreide collectie. Ik ben evenwel niet zeker of moderne kunst een hoofdelement voor de culturele uitstraling van Brussel moet worden. Inzake citymarketing is het beter om rond drie of vier troeven te werken dan rond tien of twaalf.

Bovendien lijkt mij dit eerder een opdracht te zijn voor de eigenaars van de collecties en van de museumgebouwen. Het is aan de federale overheid om ons een voorstel voor te leggen over de ontwikkeling van haar museale activiteiten in Brussel. Het is niet aan het gewest om in de plaats van de federale overheid te treden, tenzij het hiervoor de nodige middelen en de bevoegdheid krijgt. Dat is evenwel een ander debat.

Brussels Hoofdstedelijk Parlement – Integraal verslag – Commissie voor de financiën – Zitting 2010-2011. MAANDAG 2 MEI 2011

 

Advertenties

Reacties staat uit voor Interpellatie tot Charles Picqué, Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering

Opgeslagen onder Politici

Reacties zijn gesloten.